Artikel 52bis van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

52bis 07.01.2007 - 15.05.2014 het artikel werd ingevoegd W 27.12.2006, B.S. 28.12.2006 en art. 119, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 52bis van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-52bis/versie-2007-01-07

Artikel
52bis
Periode
07.01.2007 - 15.05.2014
Wijziging
het artikel werd ingevoegd
Bron
W 27.12.2006, B.S. 28.12.2006 en art. 119, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 07.01.2007 tot 15.05.2014

§ 1

lid 1Wanneer de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft ter gelegenheid van hun onderzoeken goederen ontdekken waarvoor redelijkerwijs kan worden verondersteld dat de bepalingen van dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten inzake BTW niet werden nageleefd omdat het onmogelijk is de tussenkomende partijen te identificeren of de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen vast te stellen, kunnen zij overgaan tot het bewarend beslag van deze goederen evenals van de voor hun vervoer dienende middelen.

lid 2De voormelde ambtenaren stellen een proces-verbaal van beslag op dat de vastgestelde feiten vermeldt die het niet naleven van de wettelijke of reglementaire bepalingen ter zake aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen en dat een inventaris bevat van de goederen die het voorwerp van het beslag uitmaken. Dit proces-verbaal wordt aan de houder ter kennis gegeven uiterlijk binnen de vierentwintig uur volgend op zijn opmaak.

lid 3Indien de houder het bewijs levert van de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen en van de identiteit van de partijen, spreekt de administratie de opheffing van het beslag uit.

lid 4Ingeval van verduistering door de houder van de goederen die het voorwerp van de beslagmaatregel uitmaken, zijn de bepalingen van artikel 507 van het Strafwetboek van toepassing.

§ 2

Op straffe van nietigheid moet de geldigheid van het beslag bedoeld in § 1 binnen de termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal bedoeld in § 1, tweede lid, worden bekrachtigd door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd. De procedure wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. De beslissing van de beslagrechter is uitvoerbaar bij voorraad.

§ 3

Indien de houder de gegrondheid van het beslag bedoeld in § 1 betwist, wordt er uitspraak gedaan zoals in kort geding, door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor bevindt waar de inning moet worden uitgevoerd.

Opeenvolgende versies

6 versies eerste op 07.01.2007
Van krachtWijzigingBron
01.09.2026van kracht§ 1, tweede lid, 9°, wordt gewijzigdW 16.05.2024, B.S. 21.06.2024
09.03.2026W. 10.02.2026, B.S. 27.02.2026
01.04.2019§ 3, werd vervangenW 26.11.2018, B.S. 04.12.2018
17.07.2017het artikel werd vervangenW 30.06.2017, B.S. 07.07.2017
16.05.2014§ 1, eerste lid, werd gewijzigdW 25.04.2014, B.S. 16.04.2014
07.01.2007getoondhet artikel werd ingevoegdW 27.12.2006, B.S. 28.12.2006 en art. 119, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007