Artikel 44 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

44 10.07.2021 - 31.12.2021 § 2bis, eerste lid, 1°, werd gewijzigd W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 44 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44/versie-2021-07-10

Artikel
44
Periode
10.07.2021 - 31.12.2021
Wijziging
§ 2bis, eerste lid, 1°, werd gewijzigd
Bron
W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021

Wat op die datum veranderde

27 gewijzigde passages op 98 170 ingevoegde woorden 756 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.10.2019

Wat de FOD erover zegt : In artikel 44 werden de volgende wijzigingen aangebracht met ingang van 10.07.2021:

Op die datum geschrapt

art. 44, § 3, 14°, lid 1geschrapte tekst: (1) (Artikel 44, § 1 en § 2, 1°, a), dienen betreffende handelingen verricht vanaf 01.10.2019, te worden begrepen in samenlezing met het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 194/2019 d.d. 05.12.2019: einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 2geschrapte tekst: het Hof einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 3geschrapte tekst: 1. vernietigt : einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 4geschrapte tekst: - in artikel 44, § 1, 1°, tweede lid, van het BTW-Wetboek, zoals vervangen bij de wet van 26 december 2015 « houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht », de bepalingen vermeld onder litterae a) en b); einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 5geschrapte tekst: - artikel 44, § 1, van hetzelfde Wetboek, in zoverre het niet toelaat dat de vrijstelling van btw voor diensten van chiropraxie en osteopathie wordt verleend aan andere beoefenaars van medische en paramedische beroepen dan die welke vermeld zijn in die paragraaf, wanneer die beroepsbeoefenaars de noodzakelijke kwalificaties bezitten om medische verzorging te verlenen waarvan het kwaliteitsniveau voldoende hoog is om soortgelijk te zijn aan de door de leden van een gereglementeerd medisch of paramedisch beroep aangeboden verzorging, wanneer deze laatsten de chiropraxie of de osteopathie uitoefenen; einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 6geschrapte tekst: - artikel 44, § 1, van hetzelfde Wetboek, in zoverre het de door tandartsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, zorgkundigen, organisaties van die beroepsbeoefenaars en paramedici verrichte diensten die betrekking hebben op ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter vrijstelt van btw; einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 7geschrapte tekst: - artikel 44, § 1, van hetzelfde Wetboek, in zoverre het voor de in die bepaling bedoelde diensten die geen medische verzorging uitmaken, een btw-vrijstelling verleent; einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 8geschrapte tekst: - artikel 44, § 2, 1°, a), van hetzelfde Wetboek, in zoverre het voor de samenhangende goederenleveringen en diensten een btw-vrijstelling verleent in de gevallen die door artikel 134 van de btw-richtlijn uitdrukkelijk van een vrijstelling zijn uitgesloten; einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 9geschrapte tekst: - artikel 44, § 2, 1°, a), van hetzelfde Wetboek, in zoverre het de medische verzorging alsmede de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen, die betrekking hebben op ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter en die worden verricht buiten ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria, vrijstelt van btw; einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 10geschrapte tekst: 2. handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor wat alle belastbare feiten betreft die hebben plaatsgevonden vóór 1 oktober 2019. einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 11geschrapte tekst: (2) Art. 8, W 14.10.2018, B.S. 25.10.2018, bepaalt: einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 12geschrapte tekst: “Art. 8. De overeenkomsten inzake diensten van terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen die uitwerking hebben vóór 1 januari 2019 en die niet van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, in de versie van kracht vóór 1 januari 2019, blijven onderworpen aan die regeling tot het einde van de oorspronkelijke looptijd van de overeenkomst. einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 13geschrapte tekst: De overeenkomsten inzake diensten van terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen voor een periode van niet meer dan zes maanden, die uitwerking hebben vóór 1 januari 2019 en die van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, in de versie van kracht vóór 1 januari 2019, blijven onderworpen aan die regeling tot het einde van de oorspronkelijke looptijd van de overeenkomst.” ] einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 14geschrapte tekst: (3) Art. 17, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072, bepaalt: einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 15geschrapte tekst: “Art. 17. De belastingplichtigen die een verhuurcontract hebben afgesloten met betrekking tot een gebouw of een gedeelte van een gebouw, desgevallend met de bijhorende grond, dat uitwerking heeft vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit [05.12.2019] en die ten laatste op het moment van de inwerkingtreding van die overeenkomst de intentie hadden de verhuur te belasten, oefenen de optie voor de belastingheffing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek uit ten laatste op de laatste dag van de tweede maand na de maand waarin dit besluit in werking is getreden [05.12.2019], op één van de volgende manieren: einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 16geschrapte tekst: 1° door het opstellen van de verklaring bedoeld in artikel 7quater, § 1, van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid, en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde zoals ingevoegd bij artikel 12 van dit besluit, overeenkomstig de modaliteiten bepaald in dat artikel; einde van de schrapping.
art. 44, § 3, 14°, lid 17geschrapte tekst: 2° door het toevoegen, aan de akte die tussen de partijen titel vormt van het contract van verhuur, van een addendum waarin de vermeldingen worden opgenomen van de verklaring bedoeld in 1°.” einde van de schrapping.

Naar de tekst van deze versie

Tekst

9 paragrafen 37 punten van kracht van 10.07.2021 tot 31.12.2021

geschrapte tekst: [§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door de nagenoemde personen verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid: einde van de schrapping. ingevoegde tekst: 1. § 2bis, eerste lid, 1°, werd gewijzigd (Art. 9, W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021, Ed. 3, pg. 66732, Numac: 2021042511). Deze wijziging treedt echter pas in werking op 01.01.2022 voor de zelfstandige groeperingen van personen opgericht vóór 1 juli 2021 voor diensten verricht aan leden die vóór 1 juli 2021 tot die groeperingen zijn toegetreden (Art. 11, W 27.06.2021) - Gedifferentieerde toepassing in de tijd. einde van de invoeging.

ingevoegde tekst: 2. § 3, 11°, a), werd gewijzigd (Art. 10, W 27.06.2021)) einde van de invoeging.

ingevoegde tekst: [§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door de nagenoemde personen verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid: einde van de invoeging.

1°

lid 1artsen, tandartsen en kinesitherapeuten.

lid 2De vrijstelling bedoeld in de bepaling onder 1°, geldt niet voor de door artsen verrichte diensten die betrekking hebben op ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter:

a)

(vernietigd);

b)

(vernietigd);

2°

vroedvrouwen, verpleegkundigen en zorgkundigen;

3°

beoefenaars van een erkend en gereglementeerd paramedisch beroep met betrekking tot hun diensten van paramedische aard die zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.] geschrapte tekst: [zie noot (1) ] einde van de schrapping.

§ 2

lid 1Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld:

lid 2[1° a) de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging alsmede de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen, verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria.

lid 3Van de vrijstelling bedoeld in de bepaling onder a) zijn uitgesloten, de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging alsmede de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen die betrekking hebben op de ingrepen en behandelingen als bedoeld in paragraaf 1, 1°, tweede lid;] geschrapte tekst: [zie noot (1) ) einde van de schrapping.

gewijzigd
b)

het vervoer van zieken of gewonden met speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen;

1°bis

(opgeheven);

1°ter

de leveringen van menselijke organen, van menselijk bloed en van moedermelk;

2°

de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.

lid 2

Worden met name bedoeld:

de instellingen die de bejaardenzorg tot doel hebben;

de kinderbewaarplaatsen, de zuigelingentehuizen en de instellingen die in hoofdzaak het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding tot doel hebben;

de instellingen voor gezinshulp;

de centra voor levens- en gezinsvragen;

de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;

de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding;

de instellingen die de gehandicaptenzorg tot doel hebben;

de instellingen die de begeleiding, de omkadering of de opvang van personen die zich in materiële of morele moeilijkheden bevinden tot doel hebben;

de instellingen bedoeld in het koninklijk besluit van 17 december 2003 betreffende de subsidiëring van instellingen die voorzien in een gespecialiseerde begeleiding voor burgers die betrokken zijn in een gerechtelijke procedure;

de externe diensten erkend bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk en de gemeenschappelijke interne diensten die voldoen aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 27 oktober 2009 betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk;

3°

de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan;

a)

het school- of universitair onderwijs, waaronder onderwijs aan kinderen en jongeren, en de beroepsopleiding of -herscholing, met inbegrip van het verrichten van nauw hiermee samenhangende diensten en leveringen van goederen zoals het verschaffen van logies, spijzen en dranken en van voor het vrijgestelde onderwijs gebruikt didactisch materiaal, door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die daartoe als lichamen met soortgelijke doeleinden worden aangemerkt, voor zover voornoemde lichamen niet systematisch het maken van winst beogen en eventuele winsten niet worden uitgekeerd maar worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de voornoemde diensten;

b)

de lessen die particulier door leerkrachten worden gegeven en die betrekking hebben op school- of universitair onderwijs;

5°

de diensten betreffende onderwijskeuze en gezinsvoorlichting alsook de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen;

6°

de verhuur van boeken en tijdschriften, van muziekpartituren, grammofoonplaten, magneetbanden, diapositieven en van andere dergelijke voorwerpen van culturele aard, en de diensten aan de lezers verstrekt door bibliotheken en leeszalen, wanneer de dienstverrichter een instelling is die geen winstoogmerk heeft en hij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten ervan alsmede de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze handelingen;

7°

de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen die door de exploitant aan de bezoekers worden verstrekt met betrekking tot al of niet geleid bezoek aan musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen, wanneer die exploitant een instelling is die geen winstoogmerk heeft en hij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten ervan;

8°

de diensten aan organisatoren van voordrachten verstrekt door voordrachtgevers die als zodanig handelen; de diensten aan organisatoren van schouwspelen en concerten, aan uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers en aan makers van films en van andere beelddragers verstrekt door acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten voor de uitvoering van toneelwerken, balletten, films, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen; de diensten aan organisatoren van sportwedstrijden of sportfeesten verstrekt door deelnemers aan die wedstrijden of feesten;

9°

de organisatie van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, van tentoonstellingen, concerten of conferenties alsook de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze diensten door instellingen erkend door de bevoegde overheid, mits de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten ervan;

10°

de terbeschikkingstelling van personeel door religieuze of levensbeschouwelijke instellingen voor de in 1°, 2° en 4° bedoelde werkzaamheden, of met het oog op de verlening van geestelijke bijstand;

11°

de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven; de Koning kan, ter voorkoming van concurrentieverstoring, de vrijstelling afhankelijk maken van aanvullende voorwaarden;

12°

de diensten en de leveringen van goederen door lichamen waarvan de handelingen overeenkomstig de punten 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11° zijn vrijgesteld, in samenhang met activiteiten die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden;

13°

de levering van goederen die uitsluitend ten behoeve van een op grond van dit artikel vrijgestelde activiteit werden aangewend als voor al deze goederen geen recht op aftrek is genoten; de overdracht van een cliënteel of het verlenen van rechten op een cliënteel, dat betrekking heeft op een op grond van dit artikel vrijgestelde activiteit; de levering van goederen waarvan de verkrijging of de bestemming het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitsluiting van het recht op aftrek overeenkomstig artikel 45, § 3, van dit Wetboek.

§ 2bis

lid 1Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten verricht aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen onder de navolgende voorwaarden:

1°

de leden van de groepering oefenen op geregelde wijze een activiteit uit die op grond van geschrapte tekst: dit artikel einde van de schrapping. ingevoegde tekst: [paragraaf 1 of 2] (*) einde van de invoeging. is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. De vrijgestelde handelingen of de handelingen waarvoor de leden niet belastingplichtig zijn, vertegenwoordigen een overwegend deel van de activiteit van de leden;

gewijzigd
lid 2

ingevoegde tekst: (*) Deze wijziging treedt in werking op 10.07.2021, maar slechts op 01.01.2022 voor de zelfstandige groeperingen van personen opgericht vóór 1 juli 2021 voor diensten verricht aan leden die vóór 1 juli 2021 tot die groeperingen zijn toegetreden (Art. 11, W 27.06.2021). In deze gevallen blijft de vorige bewoording [dit artikel] tot dan van toepassing. (Gedifferentieerde toepassing in de tijd). einde van de invoeging.

toegevoegd
2°

de activiteiten van de groepering bestaan in het verrichten van diensten aan haar leden die direct nodig zijn voor hun vrijgestelde activiteit of voor hun activiteit waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. Indien de groepering ook handelingen verricht aan niet-leden, vertegenwoordigen de handelingen verricht aan haar leden een overwegend deel van de activiteit van de groepering;

3°

de aan ieder lid aangerekende vergoeding of retributie vertegenwoordigt enkel de terugbetaling van zijn aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven;

4°

de vrijstelling leidt niet tot concurrentieverstoring.

lid 2Onder "zelfstandige groepering van personen" wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan:

1°

de vereniging met rechtspersoonlijkheid;

2°

de vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die onder een eigen benaming als afzonderlijke vereniging of groepering tegenover haar leden en tegenover derden optreedt.

lid 2

Bij de aanvang van haar activiteit is de zelfstandige groepering van personen die uitsluitend diensten verricht die zijn vrijgesteld, ertoe gehouden daarvan aangifte te doen bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder zij ressorteert binnen de maand die volgt op de aanvang van deze activiteit. Deze groepering is er bovendien toe gehouden om aan dat kantoor een lijst voor te leggen van haar leden alsook van de aard van hun activiteit binnen diezelfde termijn. In geval van toetreding of vertrek van een lid, bij wijziging van de activiteit van de groepering of van één van haar leden of bij stopzetting van de activiteit, is de groepering ertoe gehouden het voornoemd kantoor daarvan in te lichten binnen de maand die volgt op voormelde gebeurtenis.

lid 3

Elke andere zelfstandige groepering dan die bedoeld in het derde lid, is er eveneens toe gehouden om bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder zij ressorteert binnen de maand die volgt op de aanvang van haar activiteit een lijst voor te leggen van haar leden alsook van de aard van hun activiteit. Zij is er bovendien toe gehouden om het voornoemd kantoor in te lichten van elke toetreding of vertrek van een lid of wijziging van de activiteit van één van haar leden binnen de maand die volgt op voormelde gebeurtenis.

lid 4

Een zelfstandige groepering van personen die op 1 juli 2016 reeds een in het eerste lid bedoelde activiteit uitoefent, is ertoe gehouden het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder zij ressorteert daarvan binnen de maand vanaf voornoemde datum in te lichten en alle verplichtingen na te leven die worden bepaald, al naargelang het geval, in het derde of het vierde lid.

lid 5

De Koning stelt de nadere praktische formaliteiten vast voor de aangifte- en informatieplicht bepaald in het derde tot het vijfde lid.

§ 3

Van de belasting zijn nog vrijgesteld:

1°

de volgende handelingen:

a)

de levering van uit hun aard onroerende goederen.

lid 2

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting;

b)

de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten, in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op uit hun aard onroerende goederen.

lid 2

Worden evenwel uitgesloten de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van dergelijke zakelijke rechten op gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer zij worden verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die binnen de voornoemde termijn één van de bedoelde zakelijke rechten vestigt op een goed bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, dat hij heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen of die binnen dezelfde termijn, een dergelijk zakelijk recht dat te zijnen bate werd gevestigd of aan hem werd overgedragen met voldoening van de belasting, overdraagt of wederoverdraagt;

hetzij een in artikel 8, §§ 2 of 3, beoogde belastingplichtige;

hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op een door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling om dergelijk zakelijk recht te vestigen, over te dragen of weder over te dragen met voldoening van de belasting.

2°

de verpachting en de verhuur van uit hun aard onroerende goederen, met uitzondering van:

a)

de volgende diensten:

de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen;

de terbeschikkingstelling van ruimten die voor meer dan 50 pct. gebruikt worden voor het opslaan van goederen, op voorwaarde dat die ruimten niet voor meer dan 10 pct. worden aangewend als verkoopsruimte. Worden niet bedoeld, die terbeschikkingstellingen waarvoor de optie bedoeld onder punt d) kan worden geschrapte tekst: uitgeoefend [zie noot (2)]; einde van de schrapping. ingevoegde tekst: uitgeoefend]; einde van de invoeging.

gewijzigd

het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend;

de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen;

de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens;

de terbeschikkingstelling van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines;

de terbeschikkingstelling, voor andere doeleinden dan bewoning, van uit hun aard onroerende goederen, voor een periode van niet meer dan zes maanden. Deze bepaling is niet van toepassing op de terbeschikkingstelling aan natuurlijke personen die die goederen aanwenden voor hun privédoeleinden of, meer in het algemeen, voor andere doeleinden dan die van hun economische activiteit noch op de terbeschikkingstelling aan organisaties zonder winstoogmerk. Deze bepaling is evenmin van toepassing op de terbeschikkingstelling aan eenieder, die de goederen aanwendt voor handelingen bedoeld in paragraaf 2;

b)

de onroerende financieringshuur, toegestaan door een onderneming die gespecialiseerd is in onroerende financieringshuur of zogenaamde onroerende leasing, wanneer deze onderneming het gebouw waarop het contract betrekking heeft, opricht, laat oprichten of met voldoening van de belasting verkrijgt en de leasingnemer dit goed huurt om het in de uitoefening van een activiteit van belastingplichtige te gebruiken; de Koning omschrijft de voorwaarden waaraan het contract van onroerende financieringshuur moet voldoen, inzonderheid met betrekking tot de duur van het contract, de aard en de bestemming van de goederen die er het voorwerp van uitmaken, alsmede de rechten en plichten van de leasingnemer;

c)

de verhuur van safeloketten;

d)

de verhuur van een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door de huurder uitsluitend wordt gebruikt voor de economische activiteit die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, mits de verhuurder en de huurder gezamenlijk opteren om die verhuur te belasten. Als een gebouw of een gedeelte van een gebouw tegelijk wordt verhuurd met het bijhorend terrein, moet de optie worden uitgeoefend ten aanzien van beide onroerende goederen samen.

lid 2

De optie geldt voor de gehele duur van de overeenkomst.

lid 3

De optie kan enkel worden uitgeoefend voor overeenkomsten die betrekking hebben op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvoor de belasting op de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2, derde lid, met betrekking tot het gebouw zelf en die bijdragen tot de oprichting ervan, ten vroegste op 1 oktober 2018 voor de eerste keer opeisbaar is. Deze voorwaarde is niet van toepassing op de overeenkomsten tot terbeschikkingstelling van ruimten voor het opslaan van goederen bedoeld onder punt a), tweede streepje waarvoor de optie kan worden uitgeoefend.

lid 4

Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder "bijhorend terrein", het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het gebouw of het gedeelte van het gebouw is opgericht en dat of die tegelijk met dat gebouw of gedeelte van dat gebouw door éénzelfde persoon wordt of worden verhuurd.

lid 5

De Koning bepaalt het tijdstip waarop de optie moet worden uitgeoefend en de vormvereisten die daarbij moeten worden nagekomen; geschrapte tekst: [zie noot (3)] einde van de schrapping.

gewijzigd
3°

de door de auteur of toondichter gesloten contracten voor uitgave van letterkundige werken of van kunstwerken;

4°

de handelingen van verzekering en herverzekering, met inbegrip van de daarmee samenhangende diensten verricht door makelaars en lasthebbers, met uitzondering evenwel van de diensten als schade-expert;

5°

verlening van kredieten en bemiddeling inzake kredieten, alsmede het beheer van kredieten door degene die ze heeft verleend;

6°

het bemiddelen bij en het aangaan van verplichtingen, borgtochten en andere zekerheids- en garantieverbintenissen, alsmede het beheer van kredietgaranties door degene die het krediet heeft verleend;

7°

handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deposito's, rekening-courantverkeer, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen;

8°

de betalings- en ontvangstverrichtingen, bemiddeling daaronder begrepen, met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen; de dienstverrichter kan, onder de voorwaarden gesteld door of vanwege de Minister van Financiën, kiezen voor het belasten ervan;

9°

handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn, met uitzondering van munten en biljetten die als verzamelobject worden beschouwd; als zodanig worden beschouwd gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten, die normaliter niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben;

10°

handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, uitgezonderd bewaring en beheer, inzake aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen, obligaties en andere waardepapieren, met uitsluiting van documenten die goederen vertegenwoordigen;

11°

het beheer van:

a)

de instellingen voor collectieve belegging ingevoegde tekst: en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen einde van de invoeging. bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die aan de voorwaarden voldoen van de richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;

gewijzigd
b)

de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders;

c)

de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;

d)

de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;

12°

de leveringen, tegen de nominale waarde, van postzegels die frankeerwaarde hebben in het binnenland, fiscale zegels en andere soortgelijke zegels;

13°

weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de Koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen;

14°

de diensten en de leveringen van goederen bijkomstig bij deze diensten verleend door verrichters van postdiensten die de verplichting op zich nemen de gehele universele postdienst of een deel daarvan te verzekeren, wanneer deze diensten universele postdiensten betreffen zoals gedefinieerd in de artikelen 15 en 16 van de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten.

Opeenvolgende versies

26 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
03.11.2022van kracht§ 2, 14° werd ingevoegdW 16.10.2022, B.S. 24.10.2022
01.07.2022§ 3, 2°, a), derde streepje, werd vervangenW 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
10.01.2022§ 2, 11°, werd vervangenW 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
01.01.2022§ 1 en § 2, 1°, a), werden vervangenW 11.07.2021, B.S. 20.07.2021
10.07.2021getoond§ 2bis, eerste lid, 1°, werd gewijzigdW 27.06.2021, B.S. 30.06.2021
01.10.2019Bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 194/2019 d.d. 05.12.2019B.S. 16.01.2020
25.05.2019§ 3, 1°, werd gewijzigdW 02.05.2019, B.S. 15.05.2019
01.01.2019§ 3, 2°, werd vervangenW 14.10.2018, B.S. 25.10.2018
20.08.2018§ 2, 2°, tweede lid, laatste streepje, werd aangevuldW 30.07.2018
22.05.2018Bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.03.2018B.S. 22.05.2018
16.12.2017§ 2bis, derde lid, werd gewijzigd met ingang van 16.12.2017W 29.11.2017, B.S. 06.12.2017
26.08.2016§ 3, 11°, werd vervangenW 03.08.2016, B.S. 16.08.2016
17.07.2016§ 2, 12°, werd vervangenW 27.06.2016, B.S. 07.07.2016
01.07.2016- § 2, 1bis, werd opgeheven en een nieuwe § 2bis, werd ingevoegdW 26.05.2016, B.S. 09.06.2016
01.01.2016§ 1 en § 2, 1°, werden vervangenW 26.12.2015, B.S. 30.12.2015
16.07.2014§ 3, 11°, werd vervangenW 12.05.2014, B.S. 30.06.2014
01.01.2014§ 1, 1°, werd opgehevenW 30.07.2013, B.S. 01.08.2013
01.01.2012§ 1, 1°, werd gewijzigdW 28.12.2011, B.S. 30.12.2011
01.01.2011§ 3, 1°, werd vervangenW 23.12.2009, B.S. 30.12.2009
07.01.2007§ 3, 2°, werd gewijzigdW 27.12.2006, B.S. 28.12.2006
01.01.2007§ 3, 11°, werd gewijzigdW 27.12.2006, B.S. 28.12.2006
22.07.2005§ 2, 1° en 2°, is van toepassing met ingang van 22.07.2005W 11.07.2005, B.S. 12.07.2005
01.01.2005§ 3, 14°, werd gewijzigdW 24.12.2002
26.04.2002§ 3, 1°, a en b, werden gewijzigdW 02.08.2002
24.02.1997het artikel werd gewijzigdW 12.12.1996
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992; art. 13, KB 29.12.1992 en art. 89, W 06.07.1994