Artikel 34 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

34 01.01.1978 - 31.12.1992 het artikel werd gewijzigd W 27.12.1977

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 34 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-34/versie-1978-01-01

Artikel
34
Periode
01.01.1978 - 31.12.1992
Wijziging
het artikel werd gewijzigd
Bron
W 27.12.1977

Tekst

6 paragrafen 6 punten van kracht van 01.01.1978 tot 31.12.1992

§ 1

lid 1Voor ingevoerde goederen wordt de belasting berekend over de prijs die is of moet worden betaald door degene op wiens naam de belasting wordt voldaan, indien deze prijs de enige tegenprestatie vormt voor het verkrijgen van de goederen in de staat waarin ze zich bevinden op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt.

lid 2Bij gebreke van een prijs of indien de prijs niet de enige tegenprestatie vormt, wordt de belasting berekend over de normale waarde van de ingevoerde goederen.

lid 3Als "normale waarde" wordt beschouwd het bedrag dat, in de handelsfase waarin de invoer plaatsvindt, bij vrije mededinging zou moeten worden betaald aan een zelfstandige leverancier in het land waarvandaan het goed is uitgevoerd, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, om het desbetreffende goed te verkrijgen.

§ 2

In de maatstaf van heffing zoals bepaald in § 1, moeten worden opgenomen, voor zover zij niet reeds daarin zijn begrepen :

1°

in het buitenland verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen ;

2°

de rechten, heffingen en andere belastingen die ter zake van de invoer in België verschuldigd zijn, met uitzondering van de te heffen belasting over de toegevoegde waarde ;

3°

de bijkomende kosten, zoals kosten van commissie, douaneformaliteiten, verpakking, vervoer en verzekering, tot op de plaats van bestemming in het binnenland.

§ 3

In de maatstaf van heffing worden daarentegen niet opgenomen :

1°

de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken ;

2°

de prijsverminderingen die aan de koper of de afnemer worden toegekend en die zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt ;

3°

de interesten wegens te late betaling.

§ 4

Indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid, geschiedt de omrekening zoals bepaald in artikel 27.

§ 5

De maatstaf van heffing zoals bepaald in de § 1 tot 4 hierboven mag in geen geval lager zijn dan de waarde die bepaald zou zijn volgens de inzake douanewaarde geldende regelen, ook al heeft de invoer betrekking op goederen die wegens hun aard of hun herkomst of om enige andere reden, niet aan invoerrecht onderworpen zijn, vermeerderd met de niet reeds in die waarde begrepen sommen welke volgens het bepaalde in § 2 in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen.

§ 6

De Koning kan voorschrijven dat, voor de goederen die Hij aanwijst, de belasting moet worden berekend over een forfaitaire waarde, welke wordt vastgesteld volgens de inzake douanewaarde voor die goederen geldende regelen, ook al heeft de invoer betrekking op goederen die wegens hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht onderworpen zijn, vermeerderd met de niet reeds in die waarde begrepen sommen die volgens het bepaalde in § 2 in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen.

Opeenvolgende versies

5 versies eerste op 01.01.1978
Van krachtWijzigingBron
01.01.2013van kracht§ 4, werd opgeheven en de vroegere § 5 wordt § 4 waarvan de tekst tevens werd vervangenW 17.12.2012 (I), B.S. 21.12.2012
01.01.1999§ 4, werd gewijzigdW 30.10.1998
01.01.1996het artikel werd gewijzigdKB 22.12.1995
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992
01.01.1978getoondhet artikel werd gewijzigdW 27.12.1977