§ 1
Onder intracommunautaire verwerving van een goed wordt verstaan het verkrijgen van de macht om als eigenaar te beschikken over een lichamelijk roerend goed dat door de verkoper of de afnemer, of voor hun rekening, met als bestemming de afnemer is verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat dan die waaruit het goed is verzonden of vervoerd.
§ 2
Als intracommunautaire verwerving van goederen wordt tevens beschouwd, wanneer de goederen door de leverancier of de afnemer, of voor hun rekening, met als bestemming de afnemer in het binnenland, worden verzonden of vervoerd uit een andere Lid-Staat:
het verkrijgen van een lichamelijk roerend goed ingevolge een vordering door of namens de overheid en, meer algemeen, ingevolge een wet, een decreet, een ordonnantie, een besluit of een administratieve verordening;
het verkrijgen door de opdrachtgever van de opdrachtnemer van een lichamelijk roerend goed dat laatstgenoemde heeft vervaardigd of samengesteld met behulp van materialen en voorwerpen die daartoe door de opdrachtgever aan de opdrachtnemer zijn verstrekt, ongeacht of de opdrachtnemer al dan niet een deel van de gebruikte materialen heeft verstrekt;
de ontvangst van een goed ingevolge een verbruiklening.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
3 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2020van kracht | § 3, werd ingevoegd | W 03.11.2019, B.S. 13.11.2019 |
| 01.01.1996 | § 2, 2°, werd opgeheven | KB 22.12.1995 en bekrachtigd bij W 15.10.1998 |
| 01.01.1993getoond | het artikel werd ingevoegd | W 28.12.1992 |