Artikel 21 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

21 01.07.1985 - 31.12.1992 het artikel werd gewijzigd W 27.12.1984

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 21 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21/versie-1985-07-01

Artikel
21
Periode
01.07.1985 - 31.12.1992
Wijziging
het artikel werd gewijzigd
Bron
W 27.12.1984

Tekst

5 paragrafen 9 punten van kracht van 01.07.1985 tot 31.12.1992

§ 1

Een dienst vindt plaats hier te lande als de overeenkomstig de § 2 tot 4 aangemerkte plaats zich hier te lande bevindt.

§ 2

Als plaats van een dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

§ 3

In afwijking van § 2, wordt als plaats van de dienst aangemerkt :

1°

de plaats waar het onroerend goed is gelegen wanneer het gaat om een dienst die volgens een door de Koning te bepalen lijst verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed ;

2°

de plaats waar het goed zich bevindt, wanneer het gaat om een werk, inbegrepen de expertise, dat betrekking heeft op een in artikel 9, § 1, bedoeld goed ;

3°

de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het vervoerdiensten betreft ;

4°

de plaats waar de dienst materieel wordt verricht :

a)

in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs en vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten, met inbegrip van die van de organisatoren van zulke activiteiten, alsmede van daarmee samenhangende diensten ;

b)

in verband met het verschaffen van spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, als bedoeld in artikel 18, § 1, 11 ;

c)

in verband met activiteiten die met vervoer samenhangen ;

5°

(opgeheven)

6°

de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel dat is verhuurd :

a)

door een verhuurder die hier te lande is gevestigd in de mate waarin dit vervoermiddel buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt ;

b)

door een verhuurder die buiten die Gemeenschap is gevestigd ;

7°

de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft :

a)

de overdracht van of het verlenen van een auteursrecht, een octrooi, een licentierecht, een fabrieks of handelsmerk, of een ander soortgelijk recht ;

b)

de overdracht van of het verlenen van rechten op een cliënteel, een verkoop of aankoopmonopolie ; het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen ; de verbintenis een beroepswerkzaamheid of een onder a bedoeld recht niet uit te oefenen ;

c)

werkzaamheden op het gebied van de reclame ;

d)

intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters, met uitzondering van onder § 3, 1, bedoelde diensten ;

e)

verrichtingen van banken en andere financiële instellingen in het raam van hun specifieke werkzaamheid, met uitzondering van de verhuur van brandkasten ;

f)

de terbeschikkingstelling van personeel ;

g)

verrichtingen van makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, en die tussenkomst verlenen bij diensten bedoeld in dit 7° ;

h)

de verhuur van een uit zijn aard roerend goed ander dan een vervoermiddel.

§ 4

Ten einde dubbele heffing of nietheffing van belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning, voor de diensten als bedoeld in § 3, 7 :

1°

de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, in het binnenland is gelegen, aanmerken als buiten de Europese Economische Gemeenschap te zijn gelegen wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten die Gemeenschap geschieden ;

2°

de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, buiten de genoemde Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in het binnenland geschieden.

§ 5

Behoudens tegenbewijs wordt de plaats van een dienst geacht zich hier te lande te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.

Opeenvolgende versies

11 versies eerste op 01.07.1985
Van krachtWijzigingBron
31.12.2025van kracht§ 3, 3°, werd vervangenW 19.12.2025, B.S. 31.12.2025
01.01.2011§ 3, 3°, werd vervangenW 29.12.2010, B.S. 31.12.2010
01.01.2010het artikel werd vervangenW 26.11.2009, B.S. 04.12.2009
07.01.2007§ 3, 8°, is van toepassingW 27.12.2006, B.S. 28.12.2006
01.01.2005§ 3, 7°, I, is van toepassingW 05.12.2004, B.S. 22.12.2004
01.07.2003het artikel werd gewijzigdW 22.04.2003, B.S. 13.05.2003
01.01.2000het artikel werd gewijzigdKB 28.12.1999 en art. 4, KB 28.12.1999
01.06.1997het artikel werd gewijzigdKB 27.05.1997
01.01.1996het artikel werd gewijzigdKB 22.12.1995
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992
01.07.1985getoondhet artikel werd gewijzigdW 27.12.1984