1. Het keuzerecht waarvan sprake is in artikel 28, lid 3, sub c), kan in de volgende gevallen worden verleend:
a) in geval van handelingen, bedoeld in bijlage E:
de Lid-Staten die de vrijstelling reeds met een keuzerecht toepassen, kunnen dit keuzerecht handhaven.
b) in geval van handelingen, bedoeld in bijlage F:
de Lid-Staten die bij wijze van overgang de vrijstelling handhaven, kunnen hun belastingplichtigen laten kiezen voor belasting.
2. De Lid-Staten die een keuzerecht voor belasting verlenen dat niet valt onder de bepalingen van lid 1, kunnen de belastingplichtigen toestaan dit te blijven uitoefenen tot uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de richtlijn.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
2Europese Unie
2Hof van JustitieC-400/9808.06.2000
Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde
Hof van JustitieC-136/9729.04.1999