Artikel 8, Zesde richtlijn 77/388 · Europese wetgeving

Naar de tekst
Juriel

01.01.2007 8 01.01.2006

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 8, Zesde richtlijn 77/388Levering van goederen

https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-8

Opgeheven op
01.01.2007
Artikel
8
Geconsolideerde versie van
01.01.2006

Over het document

Verzameling
Europese wetgeving
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

1. Als plaats van een levering van goederen wordt aangemerkt:

a) ingeval het goed door de leverancier, door de afnemer dan wel door een derde wordt verzonden of vervoerd: de plaats waar het goed zich op het tijdstip van de aanvang van de verzending of het vervoer naar de afnemer bevindt. Wanneer het goed door of voor rekening van de leverancier wordt geïnstalleerd of gemonteerd, met of zonder beproeven van het geïnstalleerde of gemonteerde goed, wordt als plaats van levering aangemerkt de plaats waar de installatie of de montage geschiedt. Indien de installatie of de montage plaatsvindt in een andere Lid-Staat dan die vande leverancier, treft de Lid-Staten waar de installatie of de montage plaatsvindt de nodige maatregelen om dubbele belastingheffing op zijn grondgebied te voorkomen;

b) ingeval het goed niet wordt verzonden of vervoerd: de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering.

c) ingeval de levering van goederen plaatsvindt aan boord van een schip, vliegtuig of trein en tijdens het gedeelte van een binnen de Gemeenschap verricht passagiersvervoer: op de plaats van vertrek van het vervoer van passagiers.

Voor de toepassing van deze bepaling wordt beschouwd als:

— „gedeelte van een binnen de Gemeenschap verricht passagiersvervoer”: het gedeelte van een vervoer dat, zonder tussenstop buiten de Gemeenschap, plaatsvindt tussen de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van het vervoer van passagiers;

— „plaats van vertrek van een vervoer van passagiers”: het eerste punt in de Gemeenschap waar passagiers aan boord kunnen komen, eventueel na een tussenstop buiten de Gemeenschap;

— „plaats van aankomst van een vervoer van passagiers”: het laatste punt in de Gemeenschap waar passagiers die binnen de Gemeenschap aan boord zijn gekomen van boord kunnen gaan, eventueel vóór een tussenstop buiten de Gemeenschap.

Ingeval het een heen- en terugreis betreft, wordt de terugreis als een afzonderlijk vervoer beschouwd.

Uiterlijk op 30 juni 1993 legt de Commissie aan de Raad een verslag voor, dat eventueel vergezeld gaat van passende voorstellen, over de plaats van belastingheffing op leveringen van voor verbruik aan boord bestemde goederen en op diensten, met inbegrip van restauratie, die worden verleend aan passagiers aan boord van een schip, vliegtuig of trein.

De Raad besluit vóór 31 december 1993 met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement.

Tot en met 31 december 1993 kunnen de Lid-Staten leveringen van voor verbruik aan boord bestemde goederen waarvan de plaats van belastingheffing overeenkomstig bovenstaande bepalingen wordt vastgesteld, vrijstellen of blijven vrijstellen, met recht op aftrek van de in het voorgaande stadium betaalde belasting over de toegevoegde waarde.

d) ingeval de levering van gas via het aardgasdistributiesysteem of van elektriciteit wordt verricht aan een belastingplichtige wederverkoper: de plaats waar de belastingplichtige wederverkoper de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd, dan wel, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder „belastingplichtige wederverkoper” verstaan, een belastingplichtige wiens hoofdactiviteit op het gebied van de aankoop van gas of elektriciteit bestaat in het opnieuw verkopen van die producten en wiens eigen verbruik van die producten verwaarloosbaar is.

e) in geval van een levering van gas via het aardgasdistributiesysteem of van elektriciteit die niet wordt bestreken door punt d): de plaats waar de afnemer het effectieve gebruik en verbruik van de goederen heeft. Indien alle goederen of een deel ervan in werkelijkheid niet door deze afnemer worden gebruikt, worden deze niet-verbruikte goederen geacht te zijn gebruikt en verbruikt op de plaats waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting wordt hij geacht de goederen te hebben gebruikt en verbruikt in zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a), worden, in gevallen waarin de plaats van vertrek van de verzending of het vervoer in een derdelands gebied ligt, de plaats van de levering verricht door de importeur als bedoeld in artikel 21, lid 4, alsmede de plaats van eventuele volgende leveringen geacht in de Lid-Staat van invoer van de goederen te liggen.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0

Rechtspraak

27

België

2

Hof van beroep te Brussel2017/AF/8221.05.2026

Vrijstelling op verzekeringsgebied

Hof van beroep te Luik07.10.2020

Vrijstelling, Recht op aftrek, Onroerende verhuur

Europese Unie

25

Hof van JustitieC-446/1302.10.2014

Bepaling van de plaats van een goederenlevering

Hof van JustitieC-111/0529.03.2007

Goederenleveringen

Bekijk alle 25

Administratieve doctrine

8

Bekijk de 35 documenten