1. In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:
— „grondgebied van een Lid-Staat”: het binnenland zoals dat in de leden 2 en 3 voor elke Lid-Staat wordt omschreven;
— „Gemeenschap” en „grondgebied van de Gemeenschap”: het binnenland van de Lid-Staten zoals dat in de leden 2 en 3 voor elke Lid-Staat wordt omschreven;
— „derdelands gebied” en „derde land”: elk ander grondgebied dan die welke in de leden 2 en 3 als het binnenland van een Lid-Staat worden omschreven.
2. Voor de toepassing van deze richtlijn komt „het binnenland” overeen met de werkingssfeer van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap zoals die in artikel 227 voor elke Lid-Staat is omschreven.
3. Het binnenland omvat niet de volgende nationale gebieden:
— Bondsrepubliek Duitsland:
—
het eiland Helgoland,
het gebied Büsingen;
— Koninkrijk Spanje:
—
Ceuta,
Melilla;
— Italiaanse Republiek:
—
Livigno,
Campione d'Italia,
de nationale wateren van het meer van Lugano;
Het binnenland omvat ook niet de volgende nationale gebieden:
— Koninkrijk Spanje:
— Canarische Eilanden,
— Franse Republiek:
— de overzeese departementen;
— Helleense Republiek:
— Άγιο Όρος;
4. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden het Vorstendom Monaco en het Eiland Man, gezien de overeenkomsten en verdragen die zij respectievelijk met de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland hebben gesloten, voor de toepassing van deze richtlijn niet beschouwd als derdelandsgebieden.
De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat handelingen met als land van herkomst of bestemming:
— het Vorstendom Monaco, behandeld worden als handelingen met als land van herkomst of bestemming de Franse Republiek;
— het Eiland Man, behandeld worden als handelingen met als land van herkomst of bestemming het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
5. Indien de Commissie van mening is dat het bepaalde in de leden 3 en 4 niet meer gerechtvaardigd is, met name uit het oogpunt van de neutraliteit ten aanzien van de mededinging of van de eigen middelen, legt zij passende voorstellen aan de Raad voor.;
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
40Europese Unie
40Hof van JustitieC-618/1105.12.2013
Maatstaf van heffing van btw over diensten inzake uitzending van commerciële reclame
Hof van JustitieC-111/0529.03.2007
Goederenleveringen
Hof van JustitieC-2/9505.06.1997