1. De Lid-Staten die op 31 december 1992 een andere dan de in artikel 26 bis, onderdeel B, bedoelde bijzondere belastingregeling toepasten op de levering van gebruikte vervoermiddelen door belastingplichtige wederverkopers, kunnen die regeling gedurende de in artikel 28 terdecies bedoelde periode handhaven, voor zover de regeling voldoet, of zodanig is aangepast dat zij voldoet, aan de volgende voorwaarden:
a) de bijzondere regeling is alleen van toepassing op de leveringen van als gebruikte goederen in de zin van in artikel 26 bis, onderdeel A, onder d), beschouwde vervoermiddelen als bedoeld in artikel 28 bis, lid 2, onder a), verricht door belastingplichtige wederverkopers in de zin van artikel 26 bis, onderdeel A, onder e), die overeenkomstig artikel 26 bis, onderdeel B, leden 1 en 2, aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge zijn onderworpen. Leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 28 bis, lid 2, onder b), verricht onder de in artikel 28 quater, onderdeel A, bedoelde voorwaarden, zijn uitgesloten van deze bijzondere regeling;
b) de voor elke onder a) bedoelde levering verschuldigde belasting is gelijk aan het bedrag van de belasting die verschuldigd zou zijn indien de levering onder de normale BTW-regeling zou zijn gevallen, verminderd met het BTW-bedrag dat geacht wordt nog begrepen te zijn in de aankoopprijs van het vervoermiddel door de belastingplichtige wederverkoper;
c) de belasting die geacht wordt nog in de aankoopprijs van het vervoermiddel door de belastingplichtige wederverkoper te zijn begrepen, wordt als volgt berekend:
— de in aanmerking te nemen aankoopprijs is de aankoopprijs in de zin van artikel 26 bis, onderdeel B, lid 3;
— deze aankoopprijs door de belastingplichtige wederverkoper wordt geacht de belasting te omvatten, die verschuldigd zou zijn geweest indien de leverancier van de belastingplichtige wederverkoper de normale BTW-regeling op zijn levering zou hebben toegepast;
— het in aanmerking te nemen tarief is het tarief dat in de zin van artikel 12, lid 1, van toepassing is in de Lid-Staat waar de overeenkomstig artikel 8 bepaalde plaats van de levering aan de belastingplichtige wederverkoper geacht wordt te zijn gelegen;
d) de voor elke onder a) bedoelde levering verschuldigde belasting, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde onder b), mag niet minder bedragen dan het bedrag van de belasting die verschuldigd zou zijn indien de levering onderworpen zou zijn aan de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge overeenkomstig artikel 26 bis, onderdeel B, lid 3.
Voor de toepassing van bovenstaande bepalingen kunnen de Lid-Staten bepalen dat, indien de levering onderworpen zou zijn geweest aan de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge, deze winstmarge niet lager zou zijn geweest dan 10 % van de verkoopprijs, in de zin van onderdeel 3, lid 3;
e) de belastingplichtige wederverkoper mag op de door hem afgegeven factuur ————— de belasting met betrekking tot de leveringen waarop hij deze bijzondere regeling toepast, niet afzonderlijk vermelden;
f) de belastingplichtigen mogen van de door hen verschuldigde belasting niet de belasting aftrekken, die verschuldigd of voldaan is voor gebruikte vervoermiddelen die aan hen geleverd zijn door een belastingplichtige wederverkoper, voor zover de levering van die goederen door de belastingplichtige wederverkoper overeenkomstig onderdeel a) aan de belasting is onderworpen;
g) in afwijking van artikel 28 bis, lid 1, onder a), worden de intracommunautaire verwervingen van vervoermiddelen niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen wanneer de verkoper een belastingplichtige wederverkoper is die als zodanig optreedt, en het verworven gebruikte vervoermiddel in de Lid-Staat van vertrek van de verzending of het vervoer overeenkomstig onderdeel a) aan de belasting is onderworpen;
h) artikel 28 ter, onderdeel B, en artikel 28 quater, onderdeel A, onder a) en d), zijn niet van toepassing op leveringen van gebruikte vervoermiddelen die overeenkomstig punt a) aan de belasting zijn onderworpen.
2. In afwijking van lid 1, eerste zin, wordt het Koninkrijk Denemarken gemachtigd om gedurende de in artikel 28 terdecies bedoelde periode de bijzondere regeling van belastingheffing als bedoeld in lid 1, onder a) tot en met h), toe te passen.
3. Wanneer zij de bijzondere regeling voor openbare veilingen van artikel 26 bis, onderdeel C, toepassen, passen de Lid-Staten deze bijzondere regeling ook toe op de leveringen van gebruikte vervoermiddelen door een organisator van openbare veilingen die optreedt in eigen naam ingevolge een overeenkomst tot verkoop in commissie op een openbare veiling van deze goederen voor rekening van een belastingplichtige wederverkoper, voor zover de levering van de gebruikte vervoermiddelen, in de zin van artikel 5, lid 4, onder c), door deze andere belastingplichtige wederverkoper aan de belasting is onderworpen overeenkomstig de leden 1 en 2.
4. Voor de leveringen door een belastingplichtige wederverkoper van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die hem werden geleverd op de voorwaarden van artikel 26 bis, onderdeel B, lid 2, is de Bondsrepubliek Duitsland gemachtigd om tot en met 30 juni 1999 voor de belastingplichtige wederverkopers de mogelijkheid te scheppen om ofwel de bijzondere regeling voor belastingplichtige wederverkopers ofwel de normale BTW-regeling toe te passen, volgens de onderstaande regels:
a) voor de toepassing van de bijzondere regeling voor belastingplichtige wederverkopers op deze leveringen van goederen wordt de maatstaf van heffing bepaald overeenkomstig artikel 11, onderdeel A, leden 1, 2 en 3;
b) voor zover de goederen gebruikt worden voor zijn overeenkomstig punt a) belaste handelingen, is de belastingplichtige wederverkoper gemachtigd van de door hem verschuldigde belasting af te trekken:
— de voor de kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die hem werden of zullen worden geleverd door een andere belastingplichtige wederverkoper, verschuldigde of voldane belasting over de toegevoegde waarde, wanneer deze levering door deze andere belastingplichtige wederverkoper overeenkomstig punt a) werd belast;
— de belasting over de toegevoegde waarde die geacht wordt begrepen te zijn in de aankoopprijs van de kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die hem werden of zullen worden geleverd door een andere belastingplichtige wederverkoper, wanneer de levering door deze andere belastingplichtige wederverkoper aan de belasting over de toegevoegde waarde werd onderworpen overeenkomstig de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge van artikel 26 bis, onderdeel B, in de Lid-Staat waar de overeenkomstig artikel 8 bepaalde plaats van deze lvering geacht wordt te zijn gelegen.
— Dit recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de voor de overeenkomstig punt a) belaste levering verschuldigde belasting verschuldigd wordt;
c) voor de toepassing van het bepaalde onder b), tweede streepje, wordt de aankoopprijs van de kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten waarvan de levering, door een belastingplichtige wederverkoper, werd belast overeenkomstig punt a), bepaald overeenkomstig artikel 26 bis, onderdeel B, lid 3, en wordt de in deze aankoopprijs begrepen geachte belasting berekend volgens de volgende methode:
— de aankoopprijs wordt geacht de belasting over de toegevoegde waarde te omvatten, die verschuldigd zou zijn geweest indien de door de leverancier gerealiseerde belastbare winstmarge gelijk zou zijn geweest aan 20 % van de aankoopprijs;
— het in aanmerking te nemen tarief is het tarief dat in de zin van artikel 12, lid 1, van toepassing is in de Lid-Staat waar de overeenkomstig artikel 8 bepaalde plaats van de levering die aan de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge is onderworpen, geacht wordt te zijn gelegen;
d) wanneer hij de normale regeling van de belasting over de toegevoegde waarde toepast op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die hem werden geleverd door een andere belastingplichtige wederverkoper en de goederen werden belast overeenkomstig punt a), is de belastingplichtige wederverkoper gemachtigd om van de door hem verschuldigde belasting de onder b) bedoelde belasting over de toegevoegde waarde af te trekken;
e) de tariefcategorie die op de leveringen van toepassing is, is die welke van toepassing was op 1 januari 1993;
f) voor de toepassing van artikel 26 bis, onderdeel B, lid 2, vierde streepje, onderdeel C, lid 1, vierde streepje, en onderdeel D, onder b) en c), worden de leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die zijn belast overeenkomstig punt a), door de Lid-Staten beschouwd als leveringen die zijn onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge van artikel 26 bis, onderdeel B;
g) wanneer de leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die zijn belast overeenkomstig punt a), worden verricht op de voorwaarden van artikel 28 quater, onderdeel A, moet de overeenkomstig artikel 22, lid 3, afgegeven factuur de vermelding bevatten dat de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge van artikel 28 sexdecies, lid 4, is toegepast.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0