1. In artikel 17 worden de leden 2, 3 en 4 vervangen door:
1.„2. Voor zover de goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen, mag de belastingplichtige van de door hem verschuldigde belasting aftrekken:
a) de belasting over de toegevoegde waarde welke in het binnenland is verschuldigd of is voldaan voor de door een andere belastingplichtige aan hem geleverde of te leveren goederen en voor de te zijnen behoeve verrichte of te verrichten diensten;
b) de belasting over de toegevoegde waarde welke verschuldigd of voldaan is voor in het binnenland ingevoerde goederen;
c) de belasting over de toegevoegde waarde welke overeenkomstig artikel 5, lid 7, onder a), artikel 6, lid 3, en artikel 28 bis, lid 6, verschuldigd is;
d) de belasting over de toegevoegde waarde welke overeenkomstig artikel 28 bis, lid 1, onder a), verschuldigd is.
1.3. De Lid-Staten verlenen eveneens aan iedere belastingplichtige recht op aftrek of op teruggaaf van de in lid 2 bedoelde belasting over de toegevoegde waarde, voor zover de goederen en diensten worden gebruikt voor:
a) door de belastingplichtige in het buitenland verrichte handelingen in het kader van de in artikel 4, lid 2, bedoelde economische activiteiten, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland plaats zouden vinden;
b) Handelingen die overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder g) en i), artikel 15, artikel 16, lid 1, B, C, D, en E, of lid 2, of artikel 28 quater, A en C, zijn vrijgesteld;
c) door de belastingplichtige verrichte handelingen die krachtens artikel 13, B, onder a) en d), punten 1 tot en met 5, zijn vrijgesteld, wanneer de ontvanger buiten de Gemeenschap gevestigd is of wanneer de handelingen rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd uit de Gemeenschap.
1.4. Teruggaaf van de in lid 3 bedoelde belasting over de toegevoegde waarde vindt plaats
— aan belastingplichtigen die niet in het binnenland, maar in een andere Lid-Staat gevestigd zijn, volgens de bij Richtlijn 79/1072/EEG ( 9 ) vastgestelde uitvoeringsbepalingen;
— aan belastingplichtigen die niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigd zijn, volgens de bij Richtlijn 86/560/EEG ( 10 ) vastgestelde uitvoeringsbepalingen.
Voor de toepassing van bovenstaande bepalingen:
a) worden de in artikel 1 van Richtlijn 79/1072/EEG bedoelde belastingplichtigen die in het binnenland slechts leveringen van goederen of diensten hebben verricht waarvoor degene voor wie deze handelingen bestemd zijn, overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder a) en c), werd aangewezen als degene die tot voldoening van de belasting is gehouden, voor de toepassing van die richtlijn eveneens beschouwd als niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen;
b) worden de in artikel 1 van Richtlijn 86/560/EEG bedoelde belastingplichtigen die in het binnenland slechts leveringen van goederen of diensten hebben verricht waarvoor degene voor wie deze handelingen bestemd zijn, overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder a), werd aangewezen als degene die tot voldoening van de belasting is gehouden, voor de toepassing van die richtlijn eveneens beschouwd als niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen;
c) zijn de Richtlijnen 79/1072/EEG en 86/560/EEG slechts van toepassing op leveringen van goederen die zijn vrijgesteld of vrijgesteld kunnen worden krachtens artikel 28 quater, A, wanneer de aldus geleverde goederen door de afnemer of voor zijn rekening worden verzonden of vervoerd.”
.
2. Artikel 18, lid 1, wordt vervangen door:
2.„1. Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige:
a) voor de in artikel 17, lid 2, onder a), bedoelde aftrek, in het bezit zijn van een overeenkomstig artikel 22, lid 3, opgestelde factuur;
b) voor de in artikel 17, lid 2, onder b), bedoelde aftrek, in het bezit zijn van een document waaruit de invoer blijkt en waarin hij wordt aangeduid als degene waarvoor de invoer is bestemd of als de importeur, en waarin het bedrag van de verschuldigde belasting wordt vermeld of op grond waarvan dat bedrag kan worden berekend;
c) voor de in artikel 17, lid 2, onder c), bedoelde aftrek, de door elke Lid-Staat voorgeschreven formaliteiten vervullen;
d) wanneer hij gehouden is tot voldoening van de belasting als koper of ontvanger, in geval van toepassing van artikel 21, lid 1, de door elke Lid-Staat voorgeschreven formaliteiten vervullen;
e) voor de in artikel 17, lid 2, onder d), bedoelde aftrek, op de aangifte van artikel 22, lid 4, alle gegevens hebben vermeld die nodig zijn om het bedrag van de uit hoofde van zijn intracommunautaire verwervingen van goederen verschuldigde belasting vast te stellen, en in het bezit zijn van een factuur overeenkomstig artikel 22, lid 3.”
.
3. In artikel 18 wordt het volgende lid ingevoegd:
„3 bis. De Lid-Staten kunnen een belastingplichtige die niet in het bezit is van een factuur overeenkomstig artikel 22, lid 3, toestaan een aftrek toe te passen als bedoeld in artikel 17, lid 2, onder d); de Lid-Staten stellen de voorwaarden en de nadere regels voor de toepassing van deze bepaling vast.”
.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
38België
1Rechtbank van eerste aanleg te Leuven02.03.2012
Levering van goederen, belastbare handeling, dienst, vrijstelling, andere vrijstelling
Europese Unie
37Hof van JustitieC-53/0907.10.2010
Maatstaf van heffing, verkoopbevorderingssysteem
Hof van JustitieC-446/1302.10.2014
Bepaling van de plaats van een goederenlevering
Conclusie van de advocaat-generaalC-144/1304.09.2014