Artikel 26 quater, Zesde richtlijn 77/388 · Europese wetgeving

Naar de tekst
Juriel

01.01.2007 26 quater 01.01.2006

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 26 quater, Zesde richtlijn 77/388Bijzondere regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die elektronische diensten verrichten voor niet-belastingplichtigen

https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-26quater

Opgeheven op
01.01.2007
Artikel
26 quater
Geconsolideerde versie van
01.01.2006

Over het document

Verzameling
Europese wetgeving
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

A. Definities

Voor de toepassing van dit artikel gelden de volgende definities, onverminderd andere communautaire bepalingen:

a) „niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige”: een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt, en ook niet anderszins voor belastingdoeleinden geïdentificeerd moet zijn uit hoofde van artikel 22;

b) „elektronische diensten” en „langs elektronische weg verrichte diensten”: de diensten zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, onder e), laatste streepje;

c) „lidstaat van identificatie”: de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap overeenkomstig dit artikel;

d) „lidstaat van verbruik”: de lidstaat waar het verrichten van de elektronische diensten geacht wordt plaats te vinden overeenkomstig artikel 9, lid 2, onder f);

e) „BTW-aangifte”: de aangifte waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de in elke lidstaat verschuldigde belasting vast te stellen.

B. Bijzondere regeling voor langs elektronische weg verrichte diensten

1. De lidstaten staan toe dat een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat is gevestigd of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, gebruikmaakt van een bijzondere regeling overeenkomstig de onderstaande bepalingen. De bijzondere regeling is van toepassing op al deze verrichtingen in de Gemeenschap.

2. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin of de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer voor de bijzondere regeling in aanmerking komt. Deze opgave gebeurt langs elektronische weg.

De mededeling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan de lidstaat van identificatie wanneer zijn belastbare activiteiten beginnen, bevat de volgende bijzonderheden voor de identificatie: naam, postadres, elektronische adressen, met inbegrip van websites, eventueel nationaal belastingnummer, en een verklaring dat de belastingplichtige niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in de Gemeenschap. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet de lidstaat van identificatie mededeling van eventuele wijzigingen in de verstrekte informatie.

3. De lidstaat van identificatie identificeert de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige onder een individueel nummer. Uitgaande van de voor deze identificatie gebruikte gegevens mogen de lidstaten van verbruik hun eigen identificatiesystemen uitwerken.

De lidstaat van identificatie deelt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige langs elektronische weg het hem toegekende identificatienummer mede.

4. De lidstaat van identificatie verwijdert de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit het identificatieregister indien:

a) hij meldt dat hij niet langer elektronische diensten verricht, of

b) anderszins kan worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten beëindigd zijn, of

c) hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om gebruik te kunnen maken van de bijzondere regeling, of

d) hij bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling voldoet.

5. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een BTW-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet elektronische diensten werden verricht. De aangifte wordt uiterlijk 20 dagen na het verstrijken van de periode waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

De BTW-aangifte bevat het identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar belasting verschuldigd is, de totale waarde, exclusief de BTW, van de verrichte elektronische diensten voor de aangifteperiode en het totaalbedrag van de belasting daarover. De geldende belastingtarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens vermeld.

6. De BTW-aangifte wordt in euro verricht. De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen kunnen eisen dat de belastingaangifte in hun nationale valuta luidt. Indien de dienstverrichtingen in een andere valuta luiden, wordt bij het invullen van de BTW-aangifte de wisselkoers gehanteerd die gold op de laatste dag van de aangifteperiode. De omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, als er die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

7. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de belasting over de toegevoegde waarde op het moment dat de aangifte wordt ingediend. De belasting moet worden overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro. De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen kunnen eisen dat de betaling wordt overgemaakt naar een bankrekening in hun eigen valuta.

8. Onverminderd artikel 1, punt 1, van Richtlijn 86/560/EEG, past een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, in de aangifte geen aftrek uit hoofde van artikel 17, lid 2, van deze richtlijn toe, maar wordt hem teruggaaf verleend overeenkomstig Richtlijn 86/560/EEG. Artikel 2, leden 2 en 3, en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder deze bijzondere regeling vallende elektronische verrichtingen.

9. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding die voldoende gegevens bevat om de belastingadministratie van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de onder 5 bedoelde BTW-aangifte te bepalen. Desgevraagd worden de boeken langs elektronische weg aan de lidstaat van identificatie en aan de lidstaat van verbruik beschikbaar gesteld. De boeken worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

10. Artikel 21, lid 2, onder b), is niet van toepassing op de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die voor deze bijzondere regeling heeft gekozen.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0

Rechtspraak

1

Europese Unie

1

Conclusie van advocaat-generaal KokottC-533/0302.06.2005

Keuze van rechtsgrondslag

Administratieve doctrine

3

« … invoerblijkt" in artikel 18, lid 1, onder b), van Richtlijn77/388/EEG eveneens de elektronische versie van dergelijkedocumenten, mits de uitoefening van het recht op aftrek kan wordengecontroleerd. HOOFDSTUK VII BIJZONDERE REGELINGEN (Artikelen 26 ter en 26 quater van Richtlijn 77/388/EEG) Artikel 19 In artikel 26 ter, deel A, eerste alinea, onder i), vanRichtlijn 77/388/EEG verwijst de omschrijving "een door degoudmarkten aanvaard gewicht" ten minste naar de in bijlage IIbij deze verordening opgenomen eenheden en … »

Uitvoeringsmaatregelen van de btw-richtlijn bij Verordening 1777/2005Omzendbrief19.12.2005

Bekijk de 4 documenten