Artikel 39, uitvoeringsverordening 282/2011 · Europese wetgeving

Naar de tekst
Juriel

39 14.04.2025

Zoeken
Van kracht

Artikel 39, uitvoeringsverordening 282/2011

https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-39

Artikel
39
Geconsolideerde versie van
14.04.2025

Over het document

Verzameling
Europese wetgeving
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

7 paragrafen

1. Voor de toepassing van artikel 56 van Richtlijn 2006/112/EG wordt de duur van het ononderbroken bezit of gebruik van een vervoermiddel dat wordt verhuurd bepaald op basis van het contract tussen de betrokken partijen.

Het contract vormt een vermoeden dat met alle middelen in feite of in rechte kan worden weerlegd om de werkelijke duur van het ononderbroken bezit of gebruik vast te stellen.

Het als gevolg van overmacht overschrijden van de contractuele termijn van kortdurende verhuur in de zin van artikel 56 van Richtlijn 2006/112/EG heeft geen gevolgen voor het bepalen van de duur van het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel.

2. Wanneer de verhuur van één en hetzelfde vervoermiddel het voorwerp uitmaakt van opeenvolgende contracten tussen dezelfde partijen, is de duur van elk van die contracten die van het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel krachtens alle contracten samen.

Voor de toepassing van de eerste alinea vormen een contract en de verlengingen daarvan opeenvolgende contracten.

De duur van contracten van kortdurende verhuur die voorafgaan aan een verhuurcontract dat als een contract van lange duur wordt aangemerkt, wordt echter niet herzien, op voorwaarde dat er geen misbruik is.

3. Behoudens misbruik hebben latere opeenvolgende contracten voor de toepassing van artikel 56, lid 1, geen invloed op de kwalificatie van een eerder contract overeenkomstig de eerste alinea als een contract van kortdurende verhuur.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0

Administratieve doctrine

5

« … § 2, 7°bis (plaats waar de ontvanger is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft) en 7°ter (plaats terbeschikkingstelling wanneer het een pleziervaartuig betreft), van het Btw-Wetboek. Er wordt ook verwezen naar de artikelen 38, 39 en 40 van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de raad van 15.03.2011. Voor een meer omstandige toelichting op deze bepalingen, inzonderheid wat de begrippen 'vervoermiddel' en 'korte termijn' betreft, wordt verwezen naar de circulaire AFZ nr. 19 … »

Circulaire 2020/C/44 betreffende de bijzondere reisbureauregeling en de btw-regeling voor reishandelingen waaropOmzendbrief23.03.2020

Bekijk de 5 documenten