1. Onder „vervoermiddelen” als bedoeld in artikel 56 en artikel 59, eerste alinea, onder g), van Richtlijn 2006/112/EG worden mede verstaan voertuigen, al dan niet gemotoriseerd, alsook ander materieel en andere toestellen bestemd voor het vervoer van personen of zaken van de ene naar een andere plaats, die door voertuigen kunnen worden getrokken, gesleept of geduwd en die gewoonlijk voor vervoer zijn ontworpen en daarvoor feitelijk kunnen worden gebruikt.
2. Onder de in lid 1 bedoelde vervoermiddelen worden in het bijzonder de volgende voertuigen verstaan:
a) landvoertuigen, zoals auto’s, motorfietsen, twee- en driewielers, en caravans;
b) aanhangwagens en opleggers;
c) treinwagons;
d) vaartuigen;
e) luchtvaartuigen;
f) voertuigen speciaal ontworpen voor het vervoer van zieken of gewonden;
g) landbouwtrekkers en andere landbouwvoertuigen;
h) mechanisch of elektronisch aangedreven invalidenwagens.
3. Voertuigen die bestemd zijn voor stationair gebruik en containers worden niet als in lid 1 bedoelde vervoermiddelen beschouwd.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
3Europese Unie
3Hof van JustitieC-532/1115.11.2012
Vrijstellingen
Hof van JustitieC-288/1920.01.2021
Verrichting van diensten onder bezwarende titel
Conclusie van de advocaat-generaalC-291/1810.04.2019