Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 800.338 dd. 27.10.2009
Belasting over de toegevoegde waarde · BTW-aangifte · Aftrek van voorbelasting · Autonoom gemeentebedrijf · Onroerende verhuur
Samenvatting
Een publiekrechtelijke instelling X dient een aanvraag in met betrekking tot de BTW-behandeling van de exploitatie van een dienstencentrum. X had echter reeds een BTW-aangifte ingediend waarin zij de BTW met betrekking tot de verwerving van het bedrijfsmiddel had afgetrokken en derhalve de exploitatie van het bedrijvencentrum als een belaste werkzaamheid had beschouwd. De bevoegde BTW-controle heeft evenwel de aftrek van de BTW verworpen. De DVB heeft derhalve beslist dat de aanvraag onontvankelijk is.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen welke btw-behandeling van toepassing is op de Full Service Dienstenovereenkomst die door een instelling van publiek recht zal gesloten worden met verschillende afnemers.
II. Omschrijving van de verrichting
2. Een instelling van publiek recht X is van plan om via dienstencontracten te voorzien in een overkoepelende administratieve dienstverlening naar verscheidene diensten, besturen en verenigingen die taken van algemeen belang waarnemen.
3. Uiteraard zullen de verscheidene van het complex gebruikmakende afnemers, in het kader van deze fullservicecontracten, het genot hebben van de gebouwen en terreinen, maar X stelt deze niet louter en alleen ter beschikking zoals in een onroerende verhuur, doch in het kader van een complexe overeenkomst waar verschillende diensten voor de afnemers zullen verricht worden.
III. Beslissing
4. In voorliggend geval had enerzijds X in zijn btw-aangifte zijn definitieve keuze geuit dat de uitgaande handelingen m.b.t. het nieuwe bestuurs- en dienstencentrum aan de btw dienen te worden onderworpen. X had inderdaad de btw met betrekking tot de verwerving van het bedrijfsmiddel afgetrokken. De bevoegde btw-controle had anderzijds het dossier onderzocht en is van mening dat de handelingen m.b.t. dit centrum niet aan de btw onderworpen zijn, zodat de aftrek werd verworpen.
5. Artikel 20, tweede lid van de Wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, definieert het begrip voorafgaande beslissing door te verduidelijken dat de beslissing betrekking moet hebben op een situatie of een verrichting die nog geen uitwerking heeft op het fiscaal vlak of die niet het voorwerp uitmaakt van een administratief beroep of gerechtelijke procedure tussen de Belgische Staat en de aanvrager.
6. De verrichting waarover X een voorafgaande beslissing vraagt heeft bijgevolg reeds uitwerking op fiscaal vlak en maakt daarenboven het voorwerp uit van een betwisting tussen de aanvrager en de bevoegde btw-controle.
7. De aanvraag is derhalve onontvankelijk.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.