Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2025.0195 dd. 10.06.2025
Btw · Vrijstelling · Bepaalde leveringen van goederen en diensten, verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun voor vrijgestelde instellingen zijn georganiseerd · Artikel 44, § 2, 12° W.BTW
Samenvatting
De DVB is van oordeel dat X kan genieten van een vrijstelling van de btw-heffing wat betreft de verkoop van hoogstens 100 zelf ontwikkelde gezelschapsspelen per kalenderjaar. Dit op grond van artikel 44, §2, 12°, W.BTW, gelet op:
• het feit dat de verkoop van het gezelschapsspel ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door X, een woonzorgcentrum waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 2°, W.BTW;
• het feit dat de verkoop van een zelf ontwikkeld gezelschapsspel geen economische activiteit vormt voor X;
• het feit dat dit op geen enkel vlak concurrentieverstoring veroorzaakt.
Tekst van de beslissing
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag wordt ingediend in naam van de vzw X, gevestigd te <> en is geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen met het ondernemingsnummer <>.
2. Vzw X is een woonzorgcentrum waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek.
3. De bewoners van het woonzorgcentrum hebben een gezelschapsspel ontwikkeld die specifiek gericht is op een ouder Belgisch publiek. Het aanbod op de markt van gezelschapsspelen, specifiek gericht op deze doelgroep, is echter beperkt. Als men al iets terugvindt dan is dit voornamelijk gericht op de Nederlandse markt zoals bv een kaartspel met vragen die inhoudelijk niet afgestemd zijn op de Belgische cultuur of geschiedenis.
4. Het ontwerp van het spelbord en de figuren, alsook het bedenken van de vragen, die afgestemd zijn op de Belgische cultuur/geschiedenis, is gebeurd door de bewoners zelf. Het is geïnspireerd door een aantal alternatieven die op de Nederlandse markt bestaan (kaartspelen) maar dus volledig zelf ontworpen en er zijn geen licenties actief ten voordele van andere partijen.
5. X wenst dit gezelschapsspel te verkopen aan eventuele organisaties, personen die hiervoor interesse hebben, familieleden die op bezoek komen of andere woonzorgcentra. Het is niet de bedoeling om een volledige commerciële activiteit rond dit gezelschapsspel op te zetten. Het spel zal niet via een professioneel distributienetwerk in de winkels verkrijgbaar zijn, noch zal hiervoor een interne commerciële cel opgericht worden.
6. Er wordt verwacht dat er maximum 100 spelen per jaar zullen verkocht worden.
7. De winst die hierdoor gegenereerd wordt zal ingezet worden voor de verdere ondersteuning van de animatiewerking van het woonzorgcentrum.
II. Vraagstelling
8. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er meer bepaald toe van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna: DVB) de bevestiging te verkrijgen dat de verkoop van een zelf ontwikkeld gezelschapsspel is vrijgesteld op grond van artikel 44, §2, 12°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna “W.BTW”).
III. Beslissing
Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.
9. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
III.A. Toepassingsgebied
10. De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek is slechts van toepassing indien de drie navolgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan.
11. Eerste voorwaarde: de werkzaamheid ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door de instelling zelf waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11°, van het Btw-Wetboek. Om als organisator van een dergelijk evenement te worden aangemerkt, moet deze instelling de volledige verantwoordelijkheid hebben over de organisatie, inzonderheid inzake de programmering, de opbouw en de werking van het evenement, de publiciteit, het innen van de ontvangsten…
12. Wanneer één van de hiervoor beoogde instellingen of exploitanten eveneens andere belaste of vrijgestelde handelingen verricht, is artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek slechts van toepassing wanneer het evenement uitsluitend wordt georganiseerd tot verkrijging van steun voor de hiervoor beoogde vrijgestelde handelingen of voor het goede doel (zie tweede voorwaarde, hieronder).
13. Tweede voorwaarde: de werkzaamheid vormt geen economische activiteit van de belastingplichtige: ze is slechts occasioneel van aard, is er op gericht om financiële steun te verkrijgen voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd. Bij administratieve toegeving wordt aanvaard dat deze opbrengsten ook mogen worden aangewend voor de financiële steun van 'een goed doel' (zie mondelinge vraag nr. 3.617 van de heer Volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten van 06.05.2015).
14. Onder ‘een goed doel’ (liefdadigheidswerk) in de zin van deze bepaling wordt verstaan elke instelling, vereniging, fonds of natuurlijk persoon die zich, zonder commercieel oogmerk, inzet voor een project of werk op het vlak van gezondheid, welzijn, cultuur, natuur, milieu of internationale hulp. Het is niet noodzakelijk dat de begunstigde van de ingezamelde middelen een erkenning geniet.
15. Derde voorwaarde: de werkzaamheid mag geen concurrentieverstoring veroorzaken met andere economische operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten. Zij beoogt slechts de uitzonderlijke opbrengsten die voortkomen uit activiteiten die geen reële afzonderlijke economische activiteit mogen vormen en die er op gericht zijn de realisatie van de nagestreefde doelen te vergemakkelijken.
16. Het betreft een feitenkwestie. De gerealiseerde omzet naar aanleiding van het evenement is echter van geen belang.
III.B. Administratieve toegeving
17. De administratie gaat ervan uit dat er geen concurrentieverstoring is indien het liefdadigheidsevenement of evenement ter verkrijging van steun hoogstens vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd. De organisatie van een evenement dat maximaal drie opeenvolgende dagen duurt (bijvoorbeeld tijdens het weekend) wordt als één evenement beschouwd.
18. Wanneer dat evenement door meerdere belastingplichtigen gezamenlijk wordt georganiseerd moet deze voorwaarde beoordeeld worden in hoofde van elke medeorganisator afzonderlijk.
19. Zodra er in een kalenderjaar meer dan vier evenementen worden georganiseerd moet de betrokken instelling contact opnemen met het bevoegd KMO/GO-centrum dat, nadat kennis is genomen van de argumenten van deze instelling, zal oordelen of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring. Er wordt geen rekening gehouden met een toevallige overschrijding.
20. Indien de verplichting om zich te identificeren als belastingplichtige wordt vastgesteld, is de btw van toepassing op de bedoelde werkzaamheden vanaf het eerste kwartaal dat volgt op die overschrijding, en dit gedurende minstens één volledig kalenderjaar.
21. De belastingplichtige die zich na afloop van dat kalenderjaar opnieuw wil beroepen op deze administratieve toegeving dient hiervoor een gemotiveerd verzoekschrift in bij het bevoegd KMO/GO-centrum.
III.C. Toepassing in casu
22. De vraag is of de verkoop van een zelf ontwikkeld gezelschapsspel is vrijgesteld op grond van artikel 44, §2, 12°, W.BTW.
23. De verkoop van het gezelschapsspel wordt georganiseerd door X, een woonzorgcentrum waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 2°, W.BTW. Het ontwerp van het spelbord en de figuren, alsook het bedenken van de vragen, is namelijk gebeurd door de bewoners zelf. X zal ook zelf instaan voor de verkoop aan eventuele organisaties, personen die hiervoor interesse hebben, familieleden die op bezoek komen of andere woonzorgcentra. De DVB is van oordeel dat aan de hiervoor vermelde eerste voorwaarde is voldaan.
24. Er wordt verwacht dat er maximum 100 spelen per jaar zullen verkocht worden. De DVB is van oordeel dat dit kan beschouwd worden als ‘slechts occasioneel van aard’. De winst die gegenereerd wordt zal ingezet worden voor de verdere ondersteuning van de animatiewerking van het woonzorgcentrum en is er bijgevolg op gericht om financiële steun te verkrijgen voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd. De DVB is van oordeel dat de verkoop van het gezelschapsspel geen economische activiteit vormt van X en aan de hiervoor vermelde tweede voorwaarde is voldaan.
25. De DVB gaat ervan uit dat er geen concurrentieverstoring is indien hoogstens 100 gezelschapsspelen per kalenderjaar worden verkocht ter verkrijging van steun voor de animatiewerking van het woonzorgcentrum en aan de hiervoor vermelde derde voorwaarde is voldaan.
26. Zodra er in een kalenderjaar meer dan 100 gezelschapsspelen worden verkocht benadrukt de DVB dat er in dit geval wel sprake is van een economische activiteit en concurrentieverstoring. Er wordt geen rekening gehouden met een toevallige overschrijding. In geval van een niet-toevallige overschrijding is er de verplichting om zich te identificeren als btw-belastingplichtige en is de btw van toepassing op de bedoelde werkzaamheden vanaf het eerste kwartaal dat volgt op die overschrijding, en dit gedurende minstens één volledig kalenderjaar (1).
[(1) Wanneer de btw-vrijstelling niet meer kan worden toegepast, kan X wel nog de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen toepassen wanneer de jaaromzet uit de niet-vrijgestelde handelingen niet hoger is dan 25 000 euro (art. 56bis W.BTW).]
III.D. Conclusie
27. De DVB is van oordeel dat X kan genieten van een vrijstelling van de btw-heffing wat betreft de verkoop van hoogstens 100 zelf ontwikkelde gezelschapsspelen per kalenderjaar. Dit op grond van artikel 44, §2, 12°, W.BTW, gelet op:
• het feit dat de verkoop van het gezelschapsspel ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door X, een woonzorgcentrum waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 2°, W.BTW;
• het feit dat de verkoop van een zelf ontwikkeld gezelschapsspel geen economische activiteit vormt voor X;
• het feit dat dit op geen enkel vlak concurrentieverstoring veroorzaakt.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.