De btw bij occasionele restaurant- en cateringdiensten van sportclubs · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3617 6 mei 2015

Zoeken

De btw bij occasionele restaurant- en cateringdiensten van sportclubs

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3617-btw-occasionele-restaurant-cateringdiensten-sportclubs-770a

Nummer
3617
Datum
6 mei 2015

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2014-2015, CRIV 54 COM 161 d.d. 06.05.2015, blz. 17

De btw bij occasionele restaurant- en cateringdiensten van sportclubs

Servais Verherstraeten: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, ik zal kort zijn.

Mijn vraag handelt inderdaad over de btw bij occasionele restaurant- en cateringdiensten van sportclubs, jeugdclubs en dergelijke meer.

Mijnheer de minister, ik verwijs naar artikel 21bis van het KB nr. 1 dat bepaalt dat een exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, alsook de traiteur die regelmatig cateringdiensten verleent, gehouden zijn btw-bonnetjes uit te reiken aan belastingplichtigen, of zelfs niet-belastingplichtigen.

Veel jeugdclubs en sportclubs zijn btw-plichtig, vooral omdat zij een drankgelegenheid uitbaten. Velen onder hen organiseren ook op regelmatige tijdstippen eetfestijnen zoals mosselsoupers of spaghettiavonden. De vraag is of die activiteiten al dan niet onder de bovenstaande reglementering vallen. Zo ja, dan bepaalt het KB dat die organisaties, in het raam van een GKS-reglementering, btw-bonnetjes moeten uitreiken indien de restaurant- en cateringdiensten op regelmatige – daar is het woord weer – basis worden verleend.

Er zou sprake zijn van een vrijstelling voor zeer occasionele activiteiten, conform een richtlijn van de administratie. Daarnaast stelt de administratie dat, wanneer die handelingen zijn vrijgesteld onder artikel 44 van het wetboek van btw, men ook vrijgesteld is van de GKS-reglementering, ongeacht de omvang van de bedragen of het aantal handelingen.

Mijn vragen zijn de volgende, mijnheer de minister.

Kunt u bevestigen dat sport- en jeugdclubs die dergelijke eetfestijnen organiseren, onder die vrijstelling vallen van zeer occasionele activiteiten? Met andere woorden, wat zijn zeer occasionele activiteiten? Zo ja, wat zijn de eigenlijke criteria? Kunt u de beslissing van de btw-administratie ter zake iets meer verduidelijken?

Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Verherstraeten, bedraagt de omzet van door een btw-plichtige verrichte restauratie- en cateringdiensten, met uitsluiting van de daarbij horende dranken, minstens 10 % van de totale omzet van zijn horeca-activiteiten, dan moest hij uiterlijk op 28 februari jongstleden aan de administratie laten weten dat hij in de toekomst met een geregistreerd kassasysteem – GKS – dient te werken.

Deze 10 %-regel heeft tot gevolg dat btw-plichtigen die occasioneel een zogenaamd eetfestijn organiseren maar verder geen horecaomzet realiseren mogelijk een GKS moeten aanschaffen, enkel voor dit jaarlijkse eetfestijn.

Daarom heeft de administratie recent beslist dat btw-plichtigen die zeer occasioneel restaurant- en cateringdiensten verrichten worden ontheven van het gebruik van een GKS. Dit is meer bepaald het geval onder de volgende drie voorwaarden: indien de restaurant- en cateringdiensten beperkt zijn tot vijf kalenderdagen per jaar, indien de omzet uit de ter plaatse gebruikte maaltijden met uitsluiting van de erbij horende dranken niet meer bedraagt dan 15 000 euro per kalenderjaar, en indien de btw-plichtige geen andere activiteiten in de horeca of de voeding uitoefent.

In het door u beoogde geval, waarbij een sportclub een eetfestijn organiseert in de kantine, is deze administratieve tolerantie bijgevolg niet van toepassing, daar de sportclub reeds een horeca-activiteit uitoefent.

Vervolgens rijst de vraag of de organisatie van een eetfestijn door een op grond van artikel 44 van het btw-wetboek vrijgestelde sportclub eveneens vrijgesteld is van btw. Dat is het geval als de opbrengsten van het eetfestijn aangewend worden voor financiële steun ten behoeve van de vrijgestelde activiteit van de sportclub zelf. Bij wijze van administratieve tolerantie wordt aanvaard dat deze opbrengsten ook mogen worden aangewend voor de financiële steun van een goed doel.

Bovendien is de vrijstelling alleen van toepassing als de organisatie van het eetfestijn niet verder gaat dan het verkrijgen van financiële steun, en dus geen doel op zich vormt. Zij is bijgevolg niet van toepassing op regelmatig terugkerende, bijvoorbeeld wekelijkse of maandelijkse, activiteiten die concurrentieverstoring kunnen veroorzaken. Wordt zo’n eetfestijn één keer per jaar georganiseerd, kan de vrijstelling wel degelijk van toepassing zijn.

Het besluit is dat het hier eigenlijk een feitenkwestie betreft die geval per geval moet worden beoordeeld.

De voorzitter: Hopelijk is men in Mol tevreden met het antwoord.

Servais Verherstraeten: Mijnheer de voorzitter, de vraag kwam van Turnhout.

Minister Johan Van Overtveldt: (…).

Servais Verherstraeten: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u in elk geval voor uw antwoord.

U verwijst naar de vaststelling dat het om een casuele beoordeling gaat. Ik pleit, zeker wanneer het over verenigingen zoals sportclubs, cultuurclubs en jeugdclubs gaat, voor de nodige soepele beoordeling ter zake. Meestal gaat het immers om activiteiten ten bate van onze samenleving.

Het incident is gesloten.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 441 voorkomen

Administratieve doctrine

8

« … vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd. Bij administratieve toegeving wordt aanvaard dat deze opbrengsten ook mogen worden aangewend voor de financiële steun van 'een goed doel' (zie antwoord op de mondelinge vraag nr. 3617 van de heer Volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten van 06.05.2015 ). 12. Onder 'een goed doel' (liefdadigheidswerk) in de zin van deze bepaling wordt verstaan elke instelling, vereniging, fonds of natuurlijk persoon die zich, zonder commercieel oogmerk, inzet voor een project of werk op het vlak van gezondheid, welzijn, … »

Circulaire 2017/C/23 betreffende de vrijstellingOmzendbrief19.04.2017

Bekijk de 8 documenten