Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2021.0592 d.d. 18.01.2022
Btw · Werk in onroerende staat · Renovatie · Omvorming · Verlaagd tarief
Samenvatting
Het verlaagde btw-tarief van 6 %, in de zin van rubriek XXXI (Bijlage A) van het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, is van toepassing op de onroerende bouwwerken aan het gebouw gelegen te X.
Tekst van de beslissing
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvrager wenst te vernemen of het verlaagd btw-tarief van 6 %, overeenkomstig rubriek XXXI, tabel A, van het Koninklijk Besluit nr. 20, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, van toepassing is op het beschreven renovatieproject.
II. Beslissing
2. Deze rulingaanvraag heeft betrekking op het verlaagd btw-tarief van 6 % bij renovatiewerken aan een bestaande woning gelegen te X.
3. Overeenkomstig rubriek XXXI, tabel A van het Koninklijk Besluit nr. 20, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6 %:
§ 1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;
2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning wordt gebruikt;
3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of artikel 22bis van het Wetboek;
4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker […];
5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.
§ 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;
2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;
3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;
4° opvangtehuizen die in dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid.
5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;
6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft.
§ 3. Worden beoogd:
1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;
2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;
3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:
a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;
b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;
d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;
f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;
6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.
§ 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:
1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;
2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.
4. Dit verlaagde btw-tarief is derhalve van toepassing op de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling en het onderhoud, met uitsluiting van het reinigen, van een bestaande woning.
5. Overeenkomstig aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986 wordt het bestaan van een verbouwing, onderworpen aan dit verlaagde btw-tarief, niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw.
6. De bedoelde bouwwerken behelzen derhalve geen ingrijpende verbouwing van het bestaande gebouw aangezien deze bouwwerken dienen te steunen op de bestaande structuren van de oude woning.
7. Wanneer een op zich niet-ingrijpende verbouwing van een bestaand gebouw evenwel gepaard gaat met een uitbreiding van dat bestaande gebouw onder de vorm van de aanbouw van een nieuw deel, wordt aanvaard dat de onroerende handelingen bedoeld blijven in voormelde rubriek XXXI, §1, 1°, voor zover de totale oppervlakte van het te behouden oude gedeelte van de gerealiseerde woning groter is dan de totale oppervlakte van het nieuw aangebouwde gedeelte van die woning. (Parl. vr. nr. 531, Van der Maelen, 24.03.2010).
8. Bij de uitbreiding van een bestaande woning dient derhalve de oppervlakte van het oude gedeelte groter te zijn dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken. De nieuwe gedeelten dienen tevens het oude gedeelte aan te vullen en er één geheel mee te vormen.
9. In de rulingaanvraag beschrijft de aanvrager de werken die zullen uitgevoerd worden aan de bedoelde woning te X, een woning die reeds meer dan 10 jaar in gebruik is genomen en na de verbouwingswerken verder gebruikt zal worden als privéwoning.
10. Uit deze beschrijving blijkt dat de voorgenomen renovatiewerken grotendeels op relevante wijze zullen steunen op de bestaande dragende muren, in het bijzonder de buitenmuren en, meer in het algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van de bestaande woning.
11. De aanvrager bevestigt evenwel dat bepaalde gedeelten van de muuroppervlakten zullen worden vervangen, maar ook in die situatie zal de verbouwing steunen op de bestaande funderingen of bestaande dragende muurdelen van de oude woning.
12. De betonnen vloerplaat van het gelijkvloers wordt volledig behouden en herbruikt en de betonnen vloerplaat boven het gelijkvloers blijft voor … % behouden.
13. Naar aanleiding van dit onroerend renovatieproject zal de bestaande woning tevens worden uitgebreid. De aanvrager bevestigt dat het oude gedeelte van de bestaande woning … % zal uitmaken van de woning na de renovatiewerken.
14. Rekening houdende met het bovenstaande dient te worden besloten dat het bedoelde verlaagd btw-tarief van 6 % van toepassing is op het beschreven renovatieproject van de woning gelegen te X.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.