Verbouwd oud gebouw, Ingrijpende renovatiewerken, Beroepsoprichter, Tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2021.0201 1 juni 2021

Zoeken

Verbouwd oud gebouw, Ingrijpende renovatiewerken, Beroepsoprichter, TariefBtw - Verbouwd oud gebouw - Ingrijpende renovatiewerken - Beroepsoprichter - Tarief - Instellingen voor gehandicapten - Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970

https://juriel.be/nl/rulings/2021-0201-verbouwd-oud-gebouw-ingrijpende-renovatiewerken-8bed

Nummer
2021.0201
Datum
1 juni 2021

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

37 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0201 d.d. 01.06.2021

Btw · Verbouwd oud gebouw · Ingrijpende renovatiewerken · Beroepsoprichter · Tarief · Instellingen voor gehandicapten · Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970

Samenvatting

Na de verbouwingswerken zal voor btw-doeleinden één nieuw gebouw ontstaan. X zal kwalificeren als beroepsoprichter bij de vestiging van het erfpachtrecht. Het verlaagd tarief is van toepassing bij de vestiging van het erfpachtrecht.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe via een voorafgaande beslissing in fiscale zaken bevestiging te verkrijgen dat:

• De beoogde omvormingswerken van de gebouwen ertoe zullen leiden dat het door deze werken tot stand gekomen gebouw, dat als één functioneel geheel dienst zal doen als instelling voor andersvaliden, opnieuw zal kwalificeren als een nieuw gebouw voor btw-doeleinden.

• Gelet op de omvang van de werken en de vaststelling dat X van bij het begin de intentie heeft om na de oprichting van de zorginstelling deze ter beschikking te stellen van een erkende uitbater door middel van een zakelijk recht, dient X beschouwd te worden als een beroepsoprichter in de zin van artikel 12, §2 WBTW;

• De vestiging van het erfpachtrecht door X aan Y onderworpen zal zijn aan het verlaagd btw-tarief van 6%, zoals vermeld in rubriek XXXIII, §3 van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 (verlaagd tarief voor instellingen voor gehandicapten).

II. Beslissing

2. Onderhavige rulingaanvraag heeft betrekking op het project ‘…’. De gebouwen zullen omgevormd worden tot een instelling voor andersvaliden.

a) Kwalificatie als nieuw gebouw voor btw-doeleinden

3. In de eerste plaats wenst de aanvrager te vernemen of de gebouwen, na de geplande omvormingswerken, voor btw-doeleinden zullen kwalificeren als één nieuw gebouw.

4. Na deze werken zal een gebouw ontstaan dat aangewend zal worden als één functioneel geheel, zijnde een woningcomplex dat uitgebaat zal worden als een instelling voor andersvaliden. Aangezien daarnaast de gebouwen zich op één kadastraal perceel bevinden, kan de DVB aanvaarden dat de beoordeling van het nieuw karakter voor btw-doeleinden dient te gebeuren op het niveau van het gebouw in zijn totaliteit, zijnde een woningcomplex.

5. Bij deze beoordeling zal derhalve dienen te worden onderzocht of deze gebouwen voldoende ingrijpende of belangrijke renovatiewerken zullen ondergaan die voor btw-doeleinden één nieuw gebouw tot stand zullen brengen.

6. De aanvrager beschrijft de werken die aan de gebouwen zullen uitgevoerd worden. Deze renovatiewerken tonen alleszins een ingrijpende wijziging aan in de wezenlijke elementen waardoor deze gebouwen voor btw-doeleinden de kenmerken verkrijgen van een nieuw gebouw.

7. Naast deze structurele wijzigingen vermeldt de aanvrager dat de waarde van de uitgevoerde werken meer dan 60 % zullen bedragen van de verkoopwaarde van het onroerend goed, woningcomplex, na de werken.

8. Gelet op het bovenstaande dient te worden besloten dat de gebouwen door de beschreven renovatiewerken een ingrijpende wijziging in de wezenlijke elementen zullen ondergaan waardoor na deze verbouwing voor btw-doeleinden één nieuw gebouw zal ontstaan.

b) X kwalificeert als beroepsoprichter voor btw-doeleinden

9. Na de uitgevoerde werken zal X een erfpachtrecht op dit nieuw, als één geheel functionerend, gebouw vestigen ten gunste van Y.

10. Omdat vaststaat dat de renovatiewerken die uitgevoerd worden een zekere omvang hebben en X ab initio de intentie heeft om na de renovatie-/omvormingswerken het nieuwe gebouw ter beschikking te stellen aan Y middels een erfpachtrecht, oordeelt de DVB dat X de hoedanigheid heeft van beroepsoprichter in de zin van artikel 12, § 2, van het Btw-Wetboek.

c) Toepasselijk btw-tarief bij de vestiging van het erfpachtrecht

11. De aanvrager wenst tevens bevestiging te bekomen dat het erfpachtrecht dat X op het nieuwe woningcomplex zal vestigen ten gunste van Y, onderworpen zal zijn aan het verlaagd btw-tarief van 6 %, zoals vermeld in rubriek XXXIII, §3, van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.

12. Deze rubriek vermeldt het volgende:

…

§ 3.Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook op de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die gebouwen bestemd zijn om als woningcomplex te worden gebruikt voor de huisvesting van gehandicapten en ze worden geleverd en gefactureerd aan een in paragraaf 1, 2° bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon.

…

13. De gebouwen zullen na de renovatiewerken aangewend worden als één woningcomplex voor de huisvesting van gehandicapten. De gemeenschappelijke ruimtes van het woningcomplex zullen uitsluitend bestemd worden voor ondersteunende en zorgverlenende diensten voor de bewoners en dus voor doeleinden van de gehandicaptenvoorziening.

14. Daarnaast wordt bevestigd dat de begunstigde van het erfpachtrecht, zijnde Y, een VAPH-erkenning heeft als instelling voor de huisvesting van gehandicapten.

15. Gelet op het bovenstaande, dient te worden besloten dat het verlaagde btw-tarief, overeenkomstig rubriek XXXIII bij tabel A van KB nr. 20, van toepassing is op de vestiging van het erfpacht door X aan Y.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 122 voorkomens
WBTW art. 11 voorkomen