Bedrijvencentrum, Parking, parkeergelegenheid · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2020.1606 1 september 2020

Zoeken

Bedrijvencentrum, Parking, parkeergelegenheidBtw - Circulaire 39/2005 - Bedrijvencentrum - Parking

https://juriel.be/nl/rulings/2020-1606-bedrijvencentrum-parking-parkeergelegenheid-8245

Nummer
2020.1606
Datum
1 september 2020

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

137 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.1606 d.d. 01.09.2020

Btw · Circulaire 39/2005 · Bedrijvencentrum · Parking

Samenvatting

De prestaties van de aanvrager aan de verschillende gebruikers van het bedrijvencentrum dienen te worden aangemerkt als een btw-belaste dienst. De terbeschikkingstelling van de parkingplaatsen is eveneens een btw-belaste dienst als bijhorende dienst in het kader van het bedrijvencentrum of als zelfstandige verhuring aan derde afnemers.

Tekst van de beslissing

Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:

1. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

2. X, opgericht op <…> met als doel algemene ontwikkeling en beheer van vastgoed, heeft het voornemen om een gebouw te realiseren in <…> en dat gebouw op een btw-belaste wijze te exploiteren.

3. <…>.

4. De werkzaamheden van het X-gebouw zijn inmiddels van start gegaan.

5. Na realisatie van het X-gebouw zal X het gebouw zelf in eigen beheer exploiteren. Het gebouw zal ongeveer <…> m² bruto-vloeroppervlakte (BVO) omvatten, verdeeld over een gelijkvloers en zes verdiepingen.

6. <…>.

7. X heeft hierbij het voornemen om het gebouw te exploiteren als diensten- en bedrijvencentrum. X zal meer bepaald een project realiseren waarbij zal worden voorzien in een kant-en-klare omgeving en dienstverlening voor <…> bedrijven, aan de hand waarvan zij gebruik zullen kunnen maken van een ondersteunende en stimulerende omgeving noodzakelijk om te kunnen komen tot hun onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.

8. De parkeerplaatsen <…>, zullen (i) ofwel worden ter beschikking gesteld aan gebruikers van het diensten- en bedrijvencentrum (ii) ofwel worden verhuurd aan derde afnemers die geen gebruik maken van het X-gebouw.

A. Uitbating X-gebouw als diensten en bedrijvencentrum

9. Na oprichting van het X-gebouw heeft X het voornemen om het gebouw aan derde afnemers ter beschikking te stellen in het kader van een globaal dienstenpakket.

A.1. Theoretisch kader

10. Artikel 44, §3, 2° van het btw-wetboek stelt in principe de ‘verhuur’ van uit hun aard onroerende goederen vrij van btw.

11. Volgens het Hof van Justitie moet men om te bepalen of een handeling al dan niet kwalificeert als een onroerende verhuur, het voorwerp zelf van de overeenkomst analyseren (arrest van 18 november 2004, zaak C-284/03, Temco Europe).

12. Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, die bijgevolg van de btw is vrijgesteld zonder recht op aftrek voor de verhuurder. Indien echter het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan de btw onderworpen, met recht op aftrek in hoofde van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.

13. Het Hof heeft hierbij gewezen op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen de handelingen van onroerende verhuur, die in hoofdzaak gekenmerkt worden door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, en de handelingen die een dienst genereren die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.

14. Als gevolg van dit arrest heeft de administratie beslist om haar zienswijze over de toepasselijke regeling inzake btw voor de handelingen van bedrijven- of dienstencentra toe te lichten in Circulaire nr. E.T. 108.816 van 27 september 2005, mede ingegeven door een arrest van 30 april 2004 van het Hof van Beroep te Gent.

15. Dit Hof heeft geoordeeld dat - hoewel de terbeschikkingstelling van individuele ruimten in het kader van overeenkomsten gesloten door een bedrijven- of dienstencentrum daadwerkelijk een belangrijk element van de overeenkomst uitmaakt - dit niet inhoudt dat deze terbeschikkingstelling daarom de hoofddienst zou zijn. Met betrekking tot de bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten “in pakket” aan hun klanten aanbieden “met het voor hen voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en -omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen”, heeft het Hof beslist dat de door een bedrijven- of dienstencentrum verleende diensten één geheel uitmaken dat bij toepassing van artikel 18, § 1, eerste lid van het btw-wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen.

16. In navolging van deze rechtspraak van het Hof van Justitie en van het Hof van Beroep te Gent kunnen bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten “in pakket” aan hun gebruikers aanbieden “met het voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en –omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen” ook volgens de btw-administratie daadwerkelijk beschouwd worden als belastingplichtigen die één volledig aan de btw onderworpen geheel van diensten aanbieden.

17. Om de handelingen van bedrijven- of dienstencentra die aan de belasting zijn onderworpen, te onderscheiden van een vrijgestelde onroerende verhuur (in voorkomend geval met bijkomende diensten), heeft de btw-administratie een aantal criteria bepaald waaraan moet worden voldaan opdat de door de bedrijven- of dienstencentra verleende dienstprestatie volledig aan de btw zou zijn onderworpen.

18. Deze criteria werden vastgelegd in de circulaire nr. 39/2005 d.d. 27 september 2005 en komen er in essentie op neer dat het moet gaan om een geheel van onlosmakelijk met elkaar verbonden diensten die voor een forfaitaire prijs wordt aangeboden en dat tegelijkertijd de terbeschikkingstelling van gemeubelde privatieve lokalen omvat alsook het gebruik van een infrastructuur die voor het gemeenschappelijk gebruik van alle gebruikers is bestemd (vergaderzalen, sanitair, ontvangst- of ontspanningsruimte, fax, kopiemachine, enz..), het gebruik van een telefoon- en bureauticanetwerk, evenals diensten van diverse aard (zoals het onthaal van bezoekers, het ontvangen van de post, het onderhoud van de lokalen, enz..).

19. Het bedrijvencentrum moet met zijn klanten een overeenkomst sluiten waarin het zich ertoe verbindt om een minimum geheel van onlosmakelijk met elkaar verbonden diensten te verlenen (zie hierna) tegen een enige, forfaitaire prijs.

20. De klant mag niet de mogelijkheid hebben om aan bepaalde van deze diensten te verzaken tegen prijsvermindering.

21. Deze forfaitaire prijs bestaat vooreerst uit alle lasten, taksen en belastingen met betrekking tot het gebouw en de uitrusting van het bedrijvencentrum (verzekeringen, onroerende voorheffing, diverse gewest- en gemeentebelastingen).

22. Hij bevat eveneens de klassieke lasten (water, elektriciteit en verwarming), aangezien de respectievelijke meters van de distributiemaatschappijen op naam staan van het centrum zelf.

23. Opdat de gevraagde forfaitaire prijs voor het geheel aan btw kan worden onderworpen, moet het bedrijvencentrum minimum de volgende diensten als tegenprestatie voor deze prijs aanbieden:

i. Terbeschikkingstelling van een of meer uitgeruste lokalen;

ii. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke vergaderzalen gedurende een in de initiële overeenkomst voorziene duur;

iii. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke ruimten;

iv. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica;

v. Terbeschikkingstelling van ICT-infrastructuur;

vi. Regelmatige schoonmaak van de kantoren en de gemeenschappelijke ruimten en het algemeen onderhoud van de site en haar uitrusting

vii. Iedere werkdag een permanente aanwezigheid van personeel aan het onthaal gedurende de openingsuren en gepersonaliseerd telefonisch antwoord in naam van de klant bij zijn afwezigheid

viii. Het ontvangen en sorteren van de post door het personeel van het centrum.

24. Naast de minimum vereiste diensten kunnen de bedrijvencentra andere diensten, hetzij “standaard”, hetzij “naar keuze” volgens de behoeften van de klant, verrichten.

25. Het gaat om o.a. terbeschikkingstelling van parkeerplaatsen en refters, vertaaldiensten, personeelsbeheer, telefonische permanentie.

A.2. Feitelijke invulling

26. In casu heeft X het voornemen om het X-gebouw (= de Infrastructuur, bestaande uit de hierna beschreven afzonderlijke Units en gemeenschappelijke ruimten, centrale locatie, vergaderzalen, refter en parkeerplaatsen) ter beschikking te stellen als diensten- en bedrijvencentrum overeenkomstig het bijgevoegde ontwerp van dienstverleningsovereenkomst dat de afspraken ter zake tussen partijen zal vastleggen (Bijlage 5 van de aanvraag).

27. In artikel 2 van de dienstverleningsovereenkomst zal in dit verband worden bepaald dat de afzonderlijke Units enkel bestemd zijn om te worden gebruikt overeenkomstig artikel 18, §1, eerste lid van het btw-wetboek, i.e. in het kader van een complexe dienstprestatie door een bedrijven- of dienstencentrum.

28. Iedere verdieping van het X-gebouw kan verder wel opgesplitst worden in apart en in principe door de genieters exclusief te gebruiken, uitgeruste Units. In het bijzonder is in dit verband bepaald dat bezoekers enkel toegang zullen hebben tot de Units via de ontvangstbalie op het gelijkvloers en na toestemming van de genieter.

29. Hieromtrent is in voormelde Circulaire uitdrukkelijk bepaald dat de uitgeruste lokalen (i) ofwel kunnen worden gedeeld met verschillende klanten (ii) ofwel kunnen worden bestemd voor het gebruik van één van hen (bvb. om redenen van geheimhouding van onderzoek), maar dat de overeenkomst in ieder geval moet bepalen dat de klant de inrichting en uitrusting niet wezenlijk mag wijzigen (zoals in het casu het geval zal zijn, cf. artikel 3 dienstverleningsovereenkomst).

30. Bovendien wordt het genot door de genieter van de Units nog verder beperkt door omtrent het gebruik van de Units uitdrukkelijk te bepalen dat de Units uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt als kantoorruimte en werkruimte voor activiteiten in het domein <…>. Daarnaast dient de genieter van de Units ook te verklaren dat de aard van zijn kernactiviteiten voldoet aan minstens één van volgende criteria (i) onderzoek, (ii) ontwikkeling (iii) ontwerpen van nieuwe producten en/of processen (iv) ontwerpen van prototypes en (v) opleiding van producenten of gebruikers van nieuwe producten en dat zijn activiteit betrekking heeft op één of meerdere onderzoeksthema’s van de <…> of een aan de <…> verbonden onderzoeksinstelling.

31. Deze bestemming van de Units wordt aangemerkt als van essentieel belang, bij ontstentenis waarvan X de overeenkomst niet zou hebben aangegaan. De gebruiksbestemming van de Units mag dan ook in principe niet worden gewijzigd door de genieter.

32. Tot slot wordt in dit verband ook nog bepaald dat X steeds het recht zal hebben om de Units te inspecteren, na aankondiging ervan op voorhand.

Kenmerken van het contract - globaal pakket tegen vaste forfaitaire vergoeding

33. In de dienstverleningsovereenkomst wordt aan de gebruikers verder een globaal dienstenpakket in de gehele Infrastructuur van het X-gebouw aangeboden tegen een vaste forfaitaire prijs, bestaande uit een minimaal geheel van niet te scheiden basisdiensten (hierna het Basispakket of Dienstenpakket).

34. Het bijgevoegde (ontwerp van) dienstverleningsovereenkomst beschrijft in artikel 5.1 de jaarlijkse vaste forfaitaire vergoeding voor het geheel van niet te scheiden diensten. Afhankelijk van de besprekingen met geïnteresseerde gebruikers kan mogelijk wel nog overeengekomen worden om de vaste forfaitaire vergoeding voor het geheel van niet te scheiden diensten te laten variëren in de tijd, bijvoorbeeld een afnemende forfaitaire vergoeding bij wijze van getrouwheidskorting in het kader van een langetermijn-engagement.

35. De vaste forfaitaire vergoeding houdt, naast de vergoeding voor te verlenen diensten, rekening met een proportioneel deel van de verzekeringen die ten laste van X zullen worden gelegd en kosten, heffingen en belastingen die betrekking hebben op de infrastructuur (incl. onroerende voorheffing en verscheidene belastingen en heffingen die niet gerelateerd zijn aan de gebruiker, noch aan diens activiteiten).

36. Daarnaast omvat de forfaitaire prijs eveneens de klassieke lasten (water, elektriciteit en gas) ten belope van een bepaald minimum zoals bepaald in artikel 5.1. van de dienstverleningsovereenkomst. Dit minimum houdt rekening met een geschat gemiddeld verbruik van <…> EUR per vierkante meter op jaarbasis. In functie van de specifieke activiteiten van de gebruikers, waarbij de ene bijvoorbeeld disproportioneel water nodig heeft voor zijn onderzoek, terwijl de ander net nood heeft aan grotere hoeveelheden elektriciteit, zal een afzonderlijke aanrekening gebeuren voor meerverbruik. Het verbruik dat dit minimum overschrijdt, zal periodiek worden vastgesteld en doorgerekend tegen prijskost overeenkomstig de bepalingen in Bijlage 3 van de dienstverleningsovereenkomst (i.e. kostprijs verhoogd met een administratieve marge). De Units beschikken hiertoe elk over meetapparatuur die toelaat om het eventuele verbruik dat het contractuele forfait overschrijdt vast te stellen. Minderverbruik zal geen aanleiding geven tot een afwijking van de vaste prijs.

Minimum vereiste diensten

37. Volgende basisdiensten zullen in ieder geval aan gebruikers van het X-gebouw als diensten- en bedrijvencentrum worden aangeboden.

I. Terbeschikkingstelling van uitgeruste lokalen

38. Als deel van de vaste prijs zal X basismateriaal en technische uitrusting ter beschikking stellen van de gebruikers van Units, uitgerust als kantoor en/of laboratoriumruimte (inrichting met technische infrastructuur, labotafels, edm.), afhankelijk van de behoeften van toekomstige gebruikers. Zo zal de ene gebruiker voor elk personeelslid een bureau nodig hebben, terwijl een andere gebruiker meer laboruimte nodig heeft en minder bureelmateriaal. De instructies van de gebruikers zullen op dit vlak evenwel beperkt blijven tot de bepaling van de benodigde m² kantoorruimte en/of de benodigde m² laboruimte, afgestemd op de bedrijfsactiviteiten van de gebruikers en volgens de verschillende voorziene mogelijke indelingswijzen (bijvoorbeeld landscape of diverse types van af te sluiten ruimten) en dit binnen de door X voorziene standaardafwerking en standaarduitrusting. Voor de levering en installatie van de binneninrichting wordt gewerkt met vaste leveranciers en aannemers, geselecteerd en gecontracteerd door het bedrijvencentrum in functie van prijs.

39. Inzake de standaarduitrusting/standaardinstallatie m.b.t. laboruimten, zal door X standaard worden voorzien in werkbladen met vergietbakken, kraanwerk en alle aansluitingspunten voor de gewenste toepassingen (bvb. gassen, warmtetoevoer, afzuiging) met onder- en bovenkasten voor het labomateriaal. Laboruimten kunnen, afhankelijk van de benodigdheden van de gebruiker, ook steeds luchtdicht gemaakt worden.

40. Voorts omvat deze standaarduitrusting/standaardinstallatie van elke Unit onder meer de mogelijkheid tot werken in een vacuümomgeving, de aanvoer van perslucht en speciale gassen, allerlei leidingen (bvb. ijswater), de aansluitingen voor koel- en diepvriescellen, autoclave, luchtbehandelingskasten, ijswatermachines, zuurkasten. De mate waarin deze mogelijkheden voorkomen binnen de individuele units is afhankelijk van gebruiker tot gebruiker en wordt met hen voorafgaandelijk gedetailleerd doorgesproken en voorzien.

41. Om aan de noden van de gebruikers te kunnen voldoen dient ook een bijzondere HVAC-installatie voorzien te worden. Deze HVAC-installatie dient, in vergelijking met normale kantoorgebouwen, als behoorlijk zwaarder, complexer en voornamelijk flexibeler te worden beschouwd. Zo dient in het kader van specifieke activiteiten van de gebruiker het gebouw te worden voorzien in een groter aantal luchtwisselingen, mogelijkheid tot aparte en fijne afstelling van maximale temperatuurschommelingen, luchtvochtigheid e.d.

42. Op deze wijze zal de voorziene standaardinstallatie en -uitrusting voldoen aan het overgrote deel van de behoeften van de toekomstige gebruikers van het bedrijvencentrum, i.e. bedrijven actief in de <…> sector die zich concentreren op uiterst gespecialiseerde onderzoeksactiviteiten. Daarnaast - en hoewel de verschillende gebruikers in beginsel in dezelfde sector actief zullen zijn -, kunnen bepaalde activiteiten van gebruikers toch nog technische aanpassingen noodzakelijk maken in functie van specifieke processen en specifieke wettelijke verplichtingen (bvb. Behandeling van gevaarlijk materiaal), die onmogelijk zijn te integreren in de standaard technische uitrusting.

43. De investeringskost die met deze specifieke eindafwerking gepaard gaat, wordt begrepen in de - in voorkomend geval verhoogde - forfaitaire vergoeding die de gebruiker aan X is verschuldigd en wordt niet afzonderlijk gefactureerd. Inzake vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst wordt niet voorzien in een afzonderlijke vergoeding voor voornoemde individuele aanpassingen.

44. Andere bijzondere voorzieningen in het X-gebouw betreffen een opslagplaats voor gassen bestemd voor de gebruikers en specifieke afvalvoorzieningen voor het diverse, vaak chemische, afval.

45. Hierbij is op te merken dat X in dit project beoogt tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van snelgroeiende en gespecialiseerde <…> bedrijven die reeds hun opstartfase hebben voltooid en in het kader van hun groei op zoek zijn naar een grotere en aangepaste accommodatie die X aanbiedt. Gelet op de bijzondere aard van de gebruikers, dienen deze -naast de door X aangeboden standaarduitrusting van kantoor- en laboruimte - in bepaalde gevallen ook te kunnen beschikken over gespecialiseerd materiaal dat zij tijdens hun groeifase reeds hebben verworven. In dit verband zal X dan ook toestaan dat de gebruikers zelf voorzien in roerende goederen (gespecialiseerd materiaal) specifiek eigen aan het onderzoek en activiteiten van de gebruiker (vb. microscopen).

II. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke vergaderruimte

46. Het basispakket zal het gebruik omvatten van infrastructuur die voor het gemeenschappelijk gebruik van alle gebruikers is bestemd, waaronder vergaderzalen en ‘boardrooms’.

47. Het X-gebouw zal beschikken over vier uitgeruste vergaderzalen (twee van maximaal zes personen en twee van maximaal tien personen) alsook over twee ‘boardrooms’ (met elk een capaciteit van tien personen) die beschikken over een verwijderbare wand zodat deze kunnen worden omgevormd tot één ‘boardroom’.

48. X zal deze uitgeruste vergaderzalen ter beschikking stellen van haar gebruikers voor minimaal 15 uren per maand (te reserveren afhankelijk van de beschikbaarheid via het intern reservatiesysteem).

49. Niet gebruikte uren gedurende een bepaalde maand, worden niet overgedragen naar een volgende maand. Het gebruik dat voormelde bepaalde uren overschrijdt, zal afzonderlijk worden aangerekend tegen een marktconforme prijs.

III. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke ruimten

50. Het basispakket zal het gebruik omvatten van infrastructuur die voor het gemeenschappelijk gebruik van alle gebruikers is bestemd waaronder gangen, sanitaire ruimtes op de gelijkvloerse verdieping, liften, centraal onthaal, afgesloten fietsberging, lounge/refter, binnenplaats met zomerterras enz. (maar in elk geval, voor alle duidelijkheid, met uitsluiting van de technische ruimtes).

IV. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijk bureautica

51. Het basispakket zal terbeschikkingstelling omvatten van een zogenaamde ‘kopie-ruimte’ (print-scan-copy), ingericht in het gemeenschappelijk onthaal. De kopie-ruimte wordt enkel ingericht in het gemeenschappelijk onthaal om redenen van vertrouwelijkheid en bescherming van de onderzoeksgegevens. De gebruikers hechten veel belang aan discretie en bescherming van onderzoeksgegevens en vertrouwelijke informatie. Vandaar dat door de aanvrager werd beslist om de kopie-ruimte te integreren in het gemeenschappelijk onthaal, zodat afdrukken steeds zal gebeuren onder toezicht van het onthaal en de prints niet zomaar toegankelijk zijn voor derden, bezoekers of andere gebruikers.

52. Het gebruik hiervan zal inbegrepen zijn in de vaste prijs. Het effectieve verbruik zal afzonderlijk worden aangerekend overeenkomstig de bepalingen opgenomen in Bijlage 3 van de dienstverleningsovereenkomst.

V. Terbeschikkingstelling van ICT-infrastructuur

53. Het basispakket zal voorzien in de terbeschikkingstelling van een telefoon-en bureauticanetwerk (ICT). Binnen het X-gebouw zal men werken met VoIP en niet met klassieke telefoonlijnen. De forfaitaire prijs voor het basispakket bevat de toegang tot deze infrastructuur en tot telecommunicatiediensten.

54. X zal een abonnement sluiten bij de telecommunicatie-operatoren. Voor de kost van de telefoongesprekken zelf, zal X een globale factuur ontvangen dewelke over verschillende genieters zal worden verdeeld naar verhouding van het gebruik. Dit zal gebeuren via een bijkomende facturatie overeenkomstig de bepalingen in Bijlage 3 van de dienstverleningsovereenkomst.

55. Door de vrijmaking van de markt inzake telecommunicatienetwerken is er evenwel een groot aanbod van providers en is er eveneens een mogelijkheid te veranderen van provider wanneer gewenst. Voor het gebruik van telecommunicatiediensten biedt X de gebruikers daarom ook de mogelijkheid - in het kader van deze vrijmaking van de markt inzake telecommunicatienetwerken – om zelf een keuze te maken voor een operator inzake telecommunicatie, zonder dat dit afbreuk doet aan de btw-behandeling van de globale dienstverlening. In dat geval zal de communicatie dan rechtstreeks gefactureerd worden aan de gebruikers (cf. randnummer 3.2. van circulaire nr. 39/2005).

56. Het basispakket zal eveneens de terbeschikkingstelling van netwerkcapaciteit bevatten.

VI. Regelmatige schoonmaak van de infrastructuur

57. Het dienstenpakket zal de regelmatige schoonmaak omvatten van de gemeenschappelijke ruimtes en vergaderzalen tweemaal per week, m.u.v. de sanitaire ruimtes die dagelijks worden schoongemaakt. De privatieve ruimtes (Units) zullen eveneens verschillende malen per week worden schoongemaakt. Deze dienst wordt aangeboden en is begrepen in het basispakket dat wordt aangeboden tegen de forfaitaire prijs. Extra schoonmaakbeurten van de privatieve delen zijn mogelijk via een supplementaire afrekening.

58. De concrete afspraken omtrent welke dagen in de week zal worden schoongemaakt, wordt geregeld in het reglement van interne orde in de zin van artikel 8 van de dienstverleningsovereenkomst. Inzake schoonmaak van de infrastructuur zal X immers beroep doen op een externe dienstverlener die zal instaan voor de effectieve schoonmaak. Bij wijziging van deze dienstverlener zal mogelijks ook een wijziging noodzakelijk zijn van het schema wanneer welke units worden schoongemaakt en zal het reglement van inwendige orde hieraan moeten worden aangepast. Nu evenwel steeds zal worden voorzien in een regelmatige schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten alsook privatieve ruimten, doet dit geen afbreuk aan de btw-behandeling van het dienstenpakket.

59. Indien de gebruiker van deze dienst geen gebruik wenst te maken (om redenen van veiligheid, vertrouwelijkheid…) kan de gebruiker zelf instaan voor het onderhoud van de gebruikte lokalen, zonder dat de forfaitaire prijs wordt aangepast.

VII. Onthaal

60. Iedere werkdag zal tijdens de kantooruren worden voorzien in een onthaalfunctie voor bezoekers en gebruikers en in administratieve en technische ondersteuning voor de gebruikers. Enerzijds wordt hiervoor voorzien in een fysiek onthaal en anderzijds in een digitaal onthaal.

61. Meer bepaald zal er steeds de mogelijkheid zijn tot elektronische registratie en toegang.

62. Daarnaast wordt een facility manager aangesteld voor het onthaal en die als contactpunt zal fungeren voor de gebruikers voor al hun administratieve en technische vragen tot ondersteuning en voor alle andere site-gerelateerde vragen of problemen.

63. Naast het kantoor van de facility manager wordt hiervoor een balie voorzien voor fysiek onthaal. Enkel in geval van bijvoorbeeld een dringende oproep (bijvoorbeeld technische interventie), vergadering van de facility manager, edm., zal niemand aanwezig zijn aan de balie. Dit wordt dan opgevangen via voormeld digitaal onthaal én een vermelding van de gsm-nummer aan de balie waarop de facility manager kan worden gecontacteerd.

64. De facility manager zal ook zorgen voor de behandeling van de inkomende post.

VIII. Ontvangen en sorteren van de post

65. Het basispakket zal eveneens het dagelijks ontvangen, sorteren en verdelen van post en pakketten omvatten (cf. supra).

IX. Overige diensten

66. Daarnaast staat X in voor:

(i) het onderhoud en de herstelling van de gehele Infrastructuur (inclusief aan individuele Units en parking, groenzone, liften…)

(ii) zal zij voorzien in een beveiligings- en toegangscontrolesysteem aan de hand van een badgesysteem. Er wordt ook voorzien in een alarmsysteem;

(iii) zal zijn voorzien in een website m.b.t. het centrum waarop de gebruikers met hun logo zullen worden vermeld.

(iv) het ter beschikking stellen van een milieucoördinator m.o.o. het aligneren van de eigen milieuvergunning op deze van X.

(v) Het inrichten van een centraal afvalverwijderingssysteem (waarbij kantoorafval (papier, rest, pmd., glas), lab afval, water en gevaarlijk afval apart wordt ingezameld). Het ophalen en verwerken van gebruikelijk kantoorafval is inbegrepen in de forfaitaire vergoeding.

Andere door het diensten- en bedrijvencentrum te verlenen diensten

67. Benevens de hierboven beschreven diensten, zal het bedrijvencentrum aan de gebruikers ook andere diensten aanbieden. De kosten voor deze diensten worden maandelijks gefactureerd.

68. Deze diensten zijn niet begrepen in de forfaitaire vergoeding en zullen afzonderlijk en met btw worden gefactureerd.

69. Ten eerste kan het dienstencentrum naast afvalverwijdering voor kantoorafval (die is inbegrepen in de forfaitaire vergoeding) ook instaan voor afvalverwijdering van lab afval, afval water en gevaarlijk afval. Daarnaast kan het dienstencentrum ook instaan voor specifieke tussenkomsten van de milieucoördinator.

70. Ten tweede kan X bewaking, surveillance en terbeschikkingstelling van eventuele extra beveiligingsinfrastructuur verzorgen. De gebruiker staat in voor de kostprijs daarvan verhoogd met een administratieve marge.

71. Ten derde kan worden voorzien in levering van fris- en andere dranken.

72. Ten vierde kan ondergrondse parking worden voorzien ten behoeve van de gebruikers. X zal in deze ondergrondse parking eveneens laadpalen voor elektrische wagens voorzien.

Duur van de overeenkomst

73. Het bijgevoegde ontwerp van dienstverleningsovereenkomst voorziet in dit verband in principe in een bepaalde minimale duurtijd van de dienstverleningsovereenkomst van minimum 9 jaar, die op elk tijdstip wel door de gebruiker eenzijdig kan worden opgezegd t.a.v. X wanneer een minimumduur van 6 jaar is verstreken.

74. In geval van vroegtijdige beëindiging (ook in geval van wanprestatie) zal de genieter in ieder geval een opzegvergoeding verschuldigd zijn.

Besluit

75. De bedoeling van de partijen is om tegen betaling van een enige en forfaitaire prijs te kunnen voorzien in een kant-en-klare omgeving die erop is gericht om de gebruikers toe te laten hun beroepsactiviteit uit te oefenen (i.e. (i) onderzoek, (ii) ontwikkeling, (iii) ontwerpen van nieuwe producten en/of processen, (iv) ontwerpen van prototypes en/of (vi) opleiding van producten of gebruikers van nieuwe producten in het kader van onderzoeksthema’s van de <…> of een aan de <…> verbonden onderzoeksinstelling). X voorziet in een volledige omkadering op dat vlak en ontzorgt op dit vlak de gebruikers die ten volle kunnen focussen op hun activiteit.

76. Gelet op bovenstaande kan de DVB bevestigen dat het aangeboden dienstenpakket niet voldoet aan de definitie van een vrijgestelde onroerende verhuur. De door X aangeboden diensten, zoals hierboven beschreven, houden verband met een geheel van diensten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en die de gebruikers - gelet op het totaalpakket - in staat stellen hun economische activiteit in de meest optimale omstandigheden te laten uitvoeren.

77. Het pakket dat door X zal worden aangeboden tegen een vaste, forfaitaire prijs voldoet aan de voorwaarden hieraan gesteld in artikel 18 Btw-wetboek en in voormelde Circulaire om te kunnen worden aangemerkt als een aan btw te onderwerpen complexe dienst.

78. Het aanbieden van deze kant-en-klare omgeving aan <…> bedrijven in het op te richten X-gebouw, kan bijgevolg in zijn geheel beschouwd worden als de belaste terbeschikkingstelling van een bedrijven- of dienstencentrum dat X recht geeft op een volledig en onmiddellijk recht op btw-aftrek over kosten die betrekking hebben op deze terbeschikkingstelling van het X-gebouw.

B. Terbeschikkingstelling van stalling van rijtuigen met toepassing btw

B.1. Theoretisch kader

79. De parkeerplaatsen <…>, zullen (i) ofwel worden ter beschikking gesteld aan gebruikers van het diensten- en bedrijvencentrum (ii) ofwel worden verhuurd aan derde afnemers die geen gebruik maken van het X-gebouw.

80. Krachtens artikel 18, §1, tweede lid, 8, van het Btw-wetboek wordt ‘de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen’ op zich als een dienst aangemerkt.

81. Deze dienst is bovendien, ingevolge artikel 44, §3, 2°, a), eerste streepje, van het btw-wetboek in principe uitdrukkelijk uitgesloten van de btw-vrijstelling voor de onroerende verhuur.

82. In dat verband dient ook geen onderscheid te worden gemaakt naargelang die parkings de vorm aannemen van gesloten garages (boxen) of van staanplaatsen die eenvoudig afgebakend zijn door lijnen op de grond (btw-Handleiding 2015/53). Evenmin van belang zijn de gebruiksduur (per uur, per maand, per jaar, enz. ...) of de benaming die door partijen aan de overeenkomst wordt gegeven (bewakingscontract, onroerende verhuur, enzovoort).

83. Langs de andre kant – en voor zover de verhuring van parking dermate nauw verbonden is/ondergeschikt is aan een andere dienst die wordt verricht tussen verhuurder en huurder dat zij één enkele economische handeling vormen (i.e. terbeschikkingstelling in het kader van een totaalpakket van diensten als gebruiker van het X-gebouw als diensten- en bedrijvencentrum) volgt de verhuring van de parking in principe het btw-statuut van de overheersende element in de complexe handeling/ hoofdhandeling (btw-Handleiding 2015/53).

B.2. Feitelijke invulling

84. Hieruit volgt dat, voor zover X de parkings zal verhuren aan gebruikers van het gebouw als diensten- en bedrijvencentrum, de verhuur van de parkings de btw-behandeling van de hoofdhandeling zal volgen, i.e. onderwerping aan btw in het kader van de belaste terbeschikkingstelling als bedrijvencentrum.

85. Voor zover X de parkings zal verhuren aan derde gebruikers, zal deze verhuring aan btw onderworpen zijn overeenkomstig artikel 44, §3, 2°, a), eerste streepje, van het btw-wetboek.

C. Aanvang en duur van herzieningstermijn t.a.v. het X-gebouw en de parkeerplaatsen

C.1. Theoretisch kader

86. In artikel 48 §2 van het btw-wetboek is bepaald:

“de aftrek van de btw geheven van bedrijfsmiddelen en diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan bedrijfsmiddelen worden toegeschreven is onderworpen aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar (…)

Voor de btw geheven van onroerende bedrijfsmiddelen bepaald door de Koning beloopt het herzieningstijdperk evenwel vijftien jaar(…).

In afwijking van het eerste en het tweede lid, beloopt het herzieningstijdvak ten aanzien van de btw geheven van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met inbegrip van het bijhorend terrein, verhuurd onder voorwaarden van artikel 44 §3, 2° d) van het btw-wetboek vijfentwintig jaar (…).”

87. In uitvoering hiervan wordt in artikel 9 §2 van het Koninklijk Besluit nr. 3 juncto de Beslissing E.T. 121.450 van 27 maart 2012 bepaald dat t.a.v. onroerende bedrijfsmiddelen die vanaf 1 januari 2012 in gebruik worden genomen, de 1ste januari van het jaar waarin die bedrijfsmiddelen door de belastingplichtige in gebruik worden genomen, geldt als uitgangspunt van het herzieningstijdvak.

C.2. Feitelijke invulling

88. Zowel het X-gebouw als de parkeerplaatsen zullen, gelet op het voorgenomen gebruik ervan, in hoofde van X voor btw-doeleinden aan te merken zijn als onroerende bedrijfsmiddelen.

89. De DVB kan bevestigen dat het herzieningstijdvak t.a.v. beide onroerende goederen een aanvang zal nemen op de 1ste januari van het jaar waarin de gebouwen door X effectief in gebruik zullen worden genomen en dat t.a.v. het X-gebouw en t.a.v. het parkinggebouw een herzieningstermijn in aanmerking kan worden genomen van 15 jaar.

Aangehaalde teksten

6
WBTW art. 184 voorkomens
WBTW art. 444 voorkomens
KB nr. 3 art. 91 voorkomen
WBTW art. 481 voorkomen
WBTW art. 81 voorkomen