Werkingssubsidie · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2017.732 29 mei 2018

Zoeken

WerkingssubsidieBtw - Werkingssubsidie

https://juriel.be/nl/rulings/2017-732-werkingssubsidie-subsidie-bcef

Nummer
2017.732
Datum
29 mei 2018

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2017.732 d.d. 29.05.2018

Btw · Werkingssubsidie

Samenvatting

Gemeente X zal met een private partner een DBFMO-overeenkomst sluiten i.v.m. de bouw en exploitatie van infrastructuur … .

De subsidies die de gemeente X aan de private partner zal betalen, zijn geen vergoeding voor een levering en ook geen vergoeding voor een dienst. De toekenning van deze werkingssubsidies blijven derhalve buiten de toepassingssfeer van de btw.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De Gemeente X had graag de bevestiging gekregen dat de werkingssubsidies die de gemeente X aan de private partner per kwartaal verschuldigd is, geen vergoeding zijn voor een levering in de zin van artikel 10 btw-wetboek en geen vergoeding zijn voor een dienst in de zin van artikel 18 btw-wetboek. De toekenning van zulke werkingssubsidies valt dus m.a.w. buiten de werkingssfeer van de btw zodat er geen btw op is verschuldigd.

II. Beslissing

2. Op basis van de DBFMO-overeenkomst dient de subsidie genietende private partner een infrastructuur te ontwerpen, te bouwen, te financieren, te onderhouden en uit te baten.

3. De vergoeding die de X betaalt aan de private partner houdt verband met de door de X opgelegde bijzondere eisen waaraan de infrastructuur moet voldoen en met de voorziene beleidslijnen waarbinnen de infrastructuur dient te worden uitgebaat.

4. Deze vergoeding vormt niet de tegenprestatie voor een belastbare handeling aangezien:

- de subsidie bestaat uit een indexeerbaar en niet-indexeerbaar gedeelte. Het niet-indexeerbaar gedeelte heeft betrekking op de investering en het indexeerbaar gedeelte dekt mede de werkingskosten, dewelke in hoofde van de private partner aan inflatie onderhevig zijn;

- het volledige exploitatierisico van de infrastructuur, onvoorwaardelijk en voor de gehele duur van de overeenkomst, door de private partner wordt gedragen, daar de private partner instaat voor het verkrijgen, uitvoerbaar houden van alle vergunningen van bouw tot uitbating, waarvoor hij een aanvangs-, exploitatie- en overdrachtsgarantie dient te stellen;

- bij ontstentenis van enig zakelijk of persoonlijk gebruiksrecht m.b.t. de infrastructuur, X geen rechten heeft op de infrastructuur, noch er kosteloos gebruik van kan maken.

5. De vergoeding die X aan de private partner betaalt kan derhalve niet worden aangemerkt als de prijs van een welbepaalde handeling verricht door de private partner voor X en deze vergoeding zal ook niet worden bepaald in functie van de prijs van de uitgaande handelingen van de private partner.

6. Er dient bijgevolg te worden besloten dat de vergoedingen die de X zal toekennen aan de private partner een bijdrage uitmaakt in de werkingskosten van de private partner en hierdoor buiten de werkingssfeer van de btw zal blijven.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 101 voorkomen
WBTW art. 181 voorkomen