Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling, vervolging, geding · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 20 april 2009

Zoeken

Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling, vervolging, gedingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbare-handeling-rechtbank-antwerpen-2009-04-20-7de2

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
20 april 2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

67 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 20.04.2009

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twintig april tweeduizend en negen in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR Nr. 07/4683/A

BVBA EASTMAN BELGIUM, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer 0453.402.249 met maatschappelijke zetel gevestigd te 2300 Turnhout, Slachthuisstraat 68.

eisende partij,

verschijnende bij meester C. D. loco meester A. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegd Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, met burelen gevestigd te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 23.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 14 augustus 2007,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 2 juni 2008,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de Ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 6 april 2009.


Eiseres was aanvankelijk gevestigd te Kallo, verkaste later naar Turnhout.

Zij droeg middels contract van 2 augustus 2004 de algemeenheid van haar goederen over aan een andere vennootschap.

Het onroerend goed te … werd krachtens een wettelijk voorkooprecht echter overgedragen aan de M. voor Grond- en I. van het L..

Eiseres maakte wat betreft ook laatst vermelde overdracht aanspraak op toepassing van artikel 11 Wetboek BTW, wat haar werd ontzegd uit oorzaak van de afgescheiden overdracht van het onroerend goed.

De belastingdienst van Turnhout maakte hierover op 5 mei 2006 proces-verbaal op.

Alzo werd navordering geformuleerd uit oorzaak van herziening van aftrek van voorbelasting.

De navordering behelst rechten, een tot 10 % (aldus 1/20) herleide boete, en intrest met ingang van 21 september 2004.

Een betalingsverzoek van 19 juni 2006 door de Ontvanger bleef zonder gevolg.

Deze vaardigde dan op 9 maart 2007 dwangbevel uit.

Het werd op 14 maart 2007 uitvoerbaar verklaard, en middels aangetekende brief van 12 april 2007 ter kennis gegeven aan eiseres.

Een raadsman voor eiseres legde dan op 14 augustus 2007 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie, in betwisting van de fiscale vordering.

Afschrift van het dwangbevel en van het deel ervan vormende proces-verbaal is aangehecht.

Er is een syntheseconclusie voor eiseres van 9 december 2008, en er is een syntheseconclusie voor verweerder van 12 januari 2009.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Eiseres betwist de fiscale vordering in haar niet-toepassing van artikel 11 Wetboek BTW

Het blijkt alvast dat de belastingdienst toepassing van dit artikel niet heeft betwist wat bereft de overdracht tussen eiseres en de overnemende firma van bepaaldelijk de algemeenheid.

Blijft de aparte overdracht van het onroerend goed, waarbij in betwisting blijft of het goed nu wordt gebruikt voor een economische activiteit in voortzetting van persoon.

De overnemer van het onroerend goed (I. V.) heeft onbetwist nooit de intentie gehad het verworven onroerend goed aan te wenden in ook maar enige bedrijvigheid, en heeft evenmin dit goed in werkelijkheid aangewend in ook maar enige bedrijvigheid, aldus noch dezelfde noch enige andere bedrijvigheid.

Uitoefening van bedrijvigheid middels het goed is dus nóch doel nóch gevolg geweest val de overdracht van dit goed.

De overname van het onroerend goed aan de I. V. staat hier aldus los van de overdracht der algemeenheid van goederen aan het bedrijf dat met deze algemeenheid enige economische activiteit beoogde en blijkbaar ook effectief zulke activiteit uitoefent.

De uitoefening van het voorkooprecht vormde bij dit alles geen overmacht voor eiseres.

Zij werd geacht het bestaan van het immers wettelijke voorkooprecht te kennen, en ze kon er zich aan verwachten zo en wanneer ze het goed wenste over te dragen, te dezen het geval.

Het voorkooprecht, en de uitoefening ervan, vormen alzo louter een wettelijk gevolg var het aanbod door eiseres tot overdracht van het onroerend goed.

Enige noodzaak tot het stellen van de door eiser voorgestelde prejudiciële vragen ligt daar om te dezen geenszins voor.

Nu artikel 11 Wetboek BTW niet van toepassing is op voorliggende onroerende overdracht, is de belastingdienst terecht overgegaan tot herziening van aftrek, een en ander overigens binnen de wettelijke normen.

Eiseres vraagt ondergeschikt om kwijtschelding van de toegepaste boete.

Zij vergeet dat de rechtbank niet over rechtsmacht beschikt tot kwijtschelding 'zonder meer' (vgl. Cass.13 februari 2009, diverse arresten, o.m. C070507).

Eiseres bedoelt klaarblijkelijk echter uitoefening van volle rechtsmacht door de rechtbank in het kader van de beoordeling van de wettigheid en de evenredigheid van de toegepaste boete (vgl. Grondwettelijk Hof 15 mei 2008, 79/2008, Overweging B.6.2.).

De vordering tot kwijtschelding kan hier dan ook nuttig worden gelezen in deze betekenis.

Te dezen blijkt conform de modulering van KB 41 een boete van slechts 10 % (alzo 1/20 van wat door de wet zelf wordt bepaald) te zijn toegepast.

De recht beoordeelt de toegepaste boete als volkomen evenredig met de vastgestelde oorzaak ervan.

Uit niets blijkt tenslotte dat de hier toegepaste boete oorzaak vindt buiten de wil van eiseres.

Eiseres verzoekt overigens bij dit alles niet om uitstel van de toegepaste administratieve boete (vgl. Grondwettelijk Hof 6 november 2008, 157/2008, Overweging B.4.2.).

Eiseres kan hoe dan ook geen toepassing vorderen van art. 1154 van het Burgerlijk Wetboek in het kader van art. 91, § 3 Wetboek BTW (hierover Cass.14 februari 2008, TFR 2008/67, in zijn antwoord op het tweede middel, randnummer 6).

Partijen hebben standpunt ingenomen ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Eiseres stelt uitdrukkelijk een vordering tot teruggaaf, en verweerder betwist niet dat er, via inhoudingen en betalingen, is betaald.

De vordering van eiseres is waardeerbaar en ze werd effectief gewaardeerd.

Verweerder heeft zich echter beperkt tot het basisbedrag der niet waardeerbare vorderingen.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.200,00 (twaalfhonderd) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 113 voorkomens
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8