Strafbepaling, administratieve geldboete · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Hasselt 31 oktober 2007

Zoeken

Strafbepaling, administratieve geldboeteBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-hasselt-2007-10-31-1e88

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Hasselt
Datum
31 oktober 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

57 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 31.10.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER C, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :

INZAKE AR nr. 06/1231/A

H. K., zelfstandig opticien, wonende te …, …, met als ondernemingsnummer …,

eiseres,

vertegenwoordigd door Mr. A. B. loco Mr. G. H., advocaat te …, …,

tegen :

ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN, in de persoon van de gewestelijk directeur, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43,

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel,

verweerder,

vertegenwoordigd door Mr. D. D. loco Mr. F. R., advocaat te …, …,

VOLGT HET VONNIS :

Gelet op :

- het verzoekschrift in fiscale zaken neergelegd ter griffie op 10.5.2006 waarbij fiscaal verhaal wordt aangetekend tegen de directorale beslissing van 17.2.2006 met referte BE …, waarbij het bezwaarschrift van eiseres tegen een door haar gesloten akkoord inzake BTW, wordt afgewezen;

- de conclusies en stukken van partijen.


Feiten en voorgaanden

Eiseres is ingevolge haar economische activiteit, nl. opticien, geregistreerd als BTW-belastingplichtige met BTW-nr. BE … en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan getroffen besluiten.

Op 19.5.2005 ondertekende haar volmachthouder, zijnde haar toenmalige accountant een correctieopgave, inhoudend dat een aantal creditnota’s aan haar gericht door een onderneming K. in 2002. niet opgenomen werden in de boekhouding en dat voor een aantal facturen aan haar gericht, slechts ten dele of geen beroepskarakter bewezen was, hetgeen leidde tot het akkoord tot verschuldigdheid van 4.243,36 € aan BTW en een boete krachtens artikel 70, 71 W.BTW, herleid overeenkomstig artikel 1, KB nr. 41 van 31.1.1987, tot 420,00 €.

Eiseres diende op 29.7.2005 een bezwaarschrift in tegen deze namens haar voor akkoord ondertekende correctieopgave, dat werd afgewezen bij voormelde directorale beslissing van 17.2.2006, reden waarom zij op 10.5.2006 voormeld verzoekschrift neerlegde ter griffie, dat huidige vordering aanhangig maakte.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering, zodat zij de vordering als ontvankelijk beoordeelt.

Ten gronde

a. Al dan niet tegenstelbaarheid van akkoord door eiseres volmachthouder gegeven met belastbare grondslagen

Eiseres houdt thans voor dat de vordering van verweerder zoals weergegeven in de correctieopgave ongegrond zou zijn en de correctieopgave alsnog vernietigd zou moeten worden.

In tegenstelling tot hetgeen eiseres voorhoudt, is het akkoord van eiseres zoals weergegeven in de bewuste correctieopgave haar tegenstelbaar.

De door verweerder voorgelegde volmacht onder stuk 1, gegeven door eiseres aan haar toenmalige accountant duidt aan dat deze laatste de volmacht krijgt om in naam van eiseres onder meer alle formulieren te ondertekenen en besprekingen met verweerder aan te gaan.

Het feit dat volmacht gegeven wordt formulieren te ondertekenen, houdt in, in tegenstelling tot hetgeen eiseres voorhoudt, dat haar accountant akkoordverklaringen weerhouden in correctieopgaven mocht ondertekenen.

Eiseres toont niet aan dat haar volmacht behept was met een wilsgebrek of ander gebrek dat tot nietigheid van de door haar gesloten overeenkomst van lastgeving zou leiden.

Derhalve is het door haar accountant in haar naam gesloten akkoord, als weergegeven in de correctieopgave, haar tegenstelbaar.

b. Al dan niet aanwezigheid van een dwaling in rechte of in feite in de ondertekende correctieopgave

Eiseres moet een dwaling in feite of in rechte aantonen in de ondertekende correctieopgave, zo niet is deze haar tegenstelbaar.

Eiseres voert geen dwaling in rechte aan, maar wel in feite.

Eiseres voert aan dat de creditnota's aan haar gericht door K. met betrekking tot de aankoop van een pand niet in de boekhouding werden opgenomen "omdat de oorspronkelijke facturen waar deze betrekking op hebben niet in de boekhouding opgenomen zijn en waarvoor geen BTW werd afgetrokken".

De uitleg die eiseres geeft aan deze niet opname in de boekhouding van ontvangen creditnota’s, overigens niet ontkend door eiseres, laat niet toe in haren hoofde een vergissing in feite desbetreffend aan te nemen omtrent de hoegrootheid van het recht op aftrek van BTW desbetreffend.

Voor het overige wordt evenmin een dwaling in feite aangetoond. Het gaat terzake nog om een aantal facturen voor muziekinstallatie, elektrische apparatuur, "inrichting handelszaak" en diverse facturen voor verfartikelen, en tot slot nog telefoonkosten en een privé-gebruik van telefoonlijnen.

De loutere bewering dat de goederen opgenomen in die facturen een bedrijfsmatig karakter hebben in de zin van de door eiseres uitgevoerde, met BTW belastbare leveringen van goederen en dienstverrichtingen, volstaat niet om in haren hoofde een vergissing in feite aan te nemen omtrent het door haar desbetreffend gesloten akkoord met verweerder als weergegeven in de correctieopgave. Eiseres draagt daarvan nochtans de bewijslast gezien zij de aftrek van vooraf betaalde BTW vraagt. Zij vult deze bewijslast niet in.

De vordering van eiseres is ongegrond.

De in het beschikkend gedeelte van de besluiten van eiseres geformuleerde vordering tot het afleveren van een bevel opzichtens haar voormalige accountant tot het voorleggen van boekhoudkundige stukken kan, tot slot, niet ingewilligd worden gezien huidig geding fiscaal van aard is en gericht is tegen verweerder.


De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK, statuerende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, deze begroot aan de zijde van verweerder op 182,20 euro rechtsplegingvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de elfde kamer C, op 31 OKTOBER 2007, alwaar aanwezig waren :

mevrouw C. V., enige rechter en

mevrouw M. L., griffier.

M. L. C. V.

Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit vonnis, deze beschikking ten uitvoer zullen leggen;

Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;

Ten blijke waarvan dit vonnis, deze beschikking is ondertekend en gezegeld met het zegel van de rechtbank.

VOOR EENSLUIDENDE UITGIFTE, afgeleverd aan verweerder.

Hasselt,

De Hoofdgriffier,

G. G.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 41 art. 11 voorkomen