Regel van werkelijk gebruik, Bevoegdheid rechter · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie 2 oktober 2003

Zoeken

Regel van werkelijk gebruik, Bevoegdheid rechterRegel van werkelijk gebruik,Bevoegdheid rechter

https://juriel.be/nl/rechtspraak/regel-werkelijk-gebruik-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2003-10-02-8a53

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Datum
2 oktober 2003

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

32 paragrafen

Tekst van de beslissing

ARREST C 03/5

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 02.10.2003

FJF 2004/57

Regel van werkelijk gebruik - Bevoegdheid rechter

Artikel 46, ' 1 van het B.T.W.-Wetboek bepaalt dat wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat, de belasting ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek wordt gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstbedoelde handelingen en het totale bedrag van de door de betrokkene verrichte handelingen. Van deze pro rata-regel kan worden afgeweken, zodat de berekening kan worden gemaakt op grond van het werkelijk gebruik. Het staat evenwel niet aan de rechter, in een geval waarin geen afwijking van deze pro rata-regel is gevraagd aan de Minister van Financiën of door deze laatste of van zijnentwege is opgelegd, de berekening toe te staan op grond van het werkelijk gebruik.

Voorzitter: M. Verougstraete

Raadsheren: M. Waûters, M. Londers, M. Dirix, M. Stassijns

Advocaat-generaal met opdracht: Mr. Thijs

Advocaat: Mr. Claeys Boúúaert

de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën

tegen

B. D.W.

I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 21 november 2000 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel.

II. Rechtspleging voor het Hof

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

III. Middel

Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit.

IV. Beslissing van het Hof

Eerste onderdeel

Overwegende dat, krachtens artikel 46, ' 1, van het B.T.W.-Wetboek, wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 van dat wetboek aanspraak op aftrek bestaat, de belasting ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek wordt gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstbedoelde handelingen en het totale bedrag van de door de betrokkene verrichte handelingen;

Dat van die regel van de pro rata-berekening afwijking kan worden verleend door de minister van Financiën en de belastingplichtige kan vragen dat de berekening zou worden gemaakt op grond van het werkelijk gebruik; dat de minister van Financiën de belastingplichtige ook kan verplichten op die wijze te handelen;

Dat het aan de rechter niet staat om in een geval waarin geen afwijking van de pro rata-regel gevraagd is aan de minister van Financiën of door deze laatste of van zijnentwege is opgelegd, de berekening toe te staan op grond van het werkelijk gebruik;

Dat het onderdeel gegrond is;

Beschikkend gedeelte

Om die redenen,

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent.

Rechtspraak

4

België

4

Bekijk alle 4

Administratieve doctrine

3

Bekijk de 7 documenten