Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 31 december 2007 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brussel 31 december 2007

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 31 december 2007Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brussel-2007-12-31-d71d

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brussel
Datum
31 december 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

64 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 31.12.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 33ste Kamer

A.R. 2002/11872/A en 2002/13519/A

In zake van 2002/11872/A :

De heer J. V. V. en

Mevrouw G. S., wonende te …, …,

Eisende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. S. D. loco Mr. D. M., advocaat te …, … (ref. : 6808/ld),

Tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de ea. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, met burelen te 1500 Halle Zuster Bemardastraat 32,

Verwerende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. F S., advocaat te …, … (ref. : /),

In zake van 2002/13519/A :

De heer J. V. V. en

Mevrouw G. S., wonende te …, …,

Eisende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. S. D. loco Mr. D. M., advocaat te …, … (ref. : /),

Tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector directe belastingen, in de persoon van de heer Gewestelijk directeur van Leuven, met kantoor Philipssite 3A-bus 1 - 5de verdiep te 3001 Leuven,

Verwerende partij,

Vertegenwoordigd door de heer G. V., gewestelijk directeur directie Leuven, met kantoor Philipssite 3A -bus 1 - 5de verdiep te 3001 Leuven (ref. : PB/10601),


Na beraad op 17 december 2007 spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :


Gelet op :

- in de zaak 2002/11872/A :

- de dagvaarding van 18 januari 2002 betekend door het ambt van Mr. I. N., plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van Mr. J. V., gerechtsdeurwaarder met standplaats te Halle, V. Baetensstraat 3,

- de conclusie van verweerster, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 28 mei 2002,

- het vonnis van 11 oktober 2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven dat de zaak naar deze rechtbank verzendt;

- de conclusie van verweerster, neergelegd ter griffie op 18 maart 2003,

- de besluiten van eisers, neergelegd ter griffie respectievelijk op 2 november 2005 en 2 februari 2006,

- in de zaak 2002/13519/A :

- het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van het gerechtelijk wetboek uitgaande van eisende partij en neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 10 januari 2002,

- de conclusies van verweerster, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 30 mei 2002,

- het vonnis van 15 november 2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven dat de zaak naar deze rechtbank verzendt;

- de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747 § 2 van het gerechtelijk wetboek van 18 november 2005,

- de conclusies van verweerster, neergelegd ter griffie op 13 februari 2006,

- de akkoordbesluiten van partijen, neergelegd ter griffie op 17 december 2007.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 17 december 2007, waarna de bundels met de stavingstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.


Ter zitting vragen partijen de samenvoeging van de voornoemde zaken. De raadslieden van de partijen hebben tevens hun standpunt uiteengezet in een enkel pleidooi.

Krachtens art. 30 Ger. W. past het de voormelde zaken als samenhangende zaken te behandelen. Zij zijn onderling zo nauw verbonden dat het de rechtbank als wenselijk voorkomt ze samen te behandelen en te berechten. Dit om oplossingen te vermijden die onverenigbaar zouden kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk zouden worden berecht.

Een akkoordvonnis is een vonnis, waarbij de rechter verzocht wordt een akkoord te akteren dat de partijen tijdens het geding hebben bereikt.

Naar vorm is het een vonnis zonder meer.

Het geeft dan ook als dusdanig geen aanleiding tot verhaal, tenzij het akkoord niet geldig tot stand kwam, alzo in het geval van een wilsgebrek, hetgeen aanleiding kan zijn tot nietigheid te vragen door aanwending van de daartoe geëigende

De rechter die gevraagd wordt een akkoordvonnis te wijzen dient wel na te gaan of er effectief een geschil bestaat nu het hem niet toekomt akkoorden te akteren en te authentificeren buiten elke vorm van geschil.

In casu kan hierover geen redelijke betwisting bestaan.

Voor de executie van het akkoordvonnis is net zoals in andere gevallen de voorafgaande betekening van de titel vereist en de uitvoerbare kracht vindt haar grondslag in de termen van de overeenkomst die uitvoerbaar wordt door middel van het vonnis.

De tenuitvoerlegging is definitief gezien het vonnis niet meer vatbaar is voor schorsende verhaalmiddel.

Gelet op het bovenstaande en aan de rechtbank verstrekte toelichtingen en stukken gaan wij op de akkoordbesluiten geformuleerde eis in zoals het beschikkend gedeelte gesteld

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak;

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

Voegt de zaken samen gekend op de algemene rol van deze rechtbank onder de nummers 2002/11872/A - 2002/13519/A,

Verlenen akte van het tussen partijen afgesloten akkoord zoals verwoord in hun akkoordconclusies d.d. 17 december 2007 ter griffie neergelegd.

Nemen akte van het bestaande akkoord tussen partijen inzake AR 2002/13519/A dat, tot slot van alle rekeningen en ter beëindiging van het inzake AR 2002/13519/A aanhangige geschil, de belastbare basis herleid wordt van een bedrag van … oude BEF naar een bedrag van … oude BEF en dat de boete wegens achterstallige betaling van de belasting herleid wordt van 50 % naar 0 %;

Nemen akte van het bestaande akkoord tussen partijen inzake AR 2002/11872/A dat door eisers aan verweerster, tot slot van alle rekeningen en ter beëindiging van het inzake AR 2002/11872/A aanhangige geschil, een bedrag verschuldigd is van … EUR belasting (d.i. … EUR) x 6 pct.), … EUR boete meer de wettelijke interesten, over de verschuldigde rechten, vanaf 21/01/1999.

Zeggen voor recht dat elke partij zijn eigen kosten draagt.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 31 december 2007

Waar aanwezig waren en zitting namen :

Mevrouw N. S. : rechter

Mevrouw I. D. : griffier

I.D. N. S.