Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 20.06.2012
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op twintig juni tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :
P. W., rechter,
M. V. E., griffier,
Inzake AR nr. 11/1103/A
I. I. NV, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,
eisende partij,
verschijnende bij meester S. G., advocaat, kantoorhoudende te …, …
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Inkomensfiscaliteit, sector Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijk directeur van de BTW te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij de heer J. S., in hoedanigheid van e.a. inspecteur.
Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11/02/2011,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 11/03/2011,
- de conclusies van partijen.
- de stukken van verwerende partij.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 mei 2012.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/150, uitgevaardigd op 13 december 2010 en uitvoerbaar verklaard op 14 december 2010, van nul en generlei waarde te verklaren, eiseres te ontslaan van de in dit dwangbevel gevorderde sommen en teruggave te bevelen van de bedragen die door eiseres ten onrechte zouden zijn betaald, beslagen en/of ingehouden, vermeerderd met de wettelijke en/of gerechtelijke intresten vanaf de datum van de betalingen, beslagen of inhoudingen en vermeerderd met de kosten van het geding.
Beoordeling
Eiseres is een holding en heeft onder meer als doel het toestaan van kredieten en leningen in het kader van het beheer van haar vermogen.
Aangezien de renteopbrengsten uit de verstrekte leningen op grond van artikel 44, § 3 W.BTW vrijgesteld zijn van BTW, is eiseres een gemengde belastingplichtige, zijnde een persoon die in de uitoefening van haar economische activiteit tegelijk handelingen verricht die aanspraak geven op recht op aftrek en handelingen waarvoor geen recht op aftrek is toegestaan.
De gemengde belastingplichtige mag de geheven belasting niet volledig in aftrek brengen.
Aangezien geen beroep werd gedaan op de bepaling van artikel 46, § 2 W.BTW, werd bijgevolg krachtens artikel 46, § 1 W.BTW en artikel 12 KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW de belasting ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek gebracht naar verhouding van de breuk gevormd :
- met als teller het totaalbedrag van de handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat,
- met als noemer het totaalbedrag, zowel van de handelingen opgenomen in de teller, als van de handelingen waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat.
De administratie berekende dit "algemeen verhoudingsgetal" op 8 % voor het jaar 2007 en op 5 % voor het jaar 2008.
Volgens eiseres dienen de renteopbrengsten uit de verstrekte leningen echter uitgesloten te worden van de noemer van de breuk gezien deze handelingen slechts een zeer beperkt gebruik impliceren van goederen of diensten waarvoor BTW verschuldigd is en aldus als bijkomstige handelingen worden aangemerkt (H.v.J. 29 april 2004 inzake C-77/01, http://curia.europa.eu/juris/recherche.jsf?language=nl ).
De renteopbrengsten uit de verstrekte leningen kunnen geenszins als bijkomstige handelingen worden aangemerkt nu :
- de opbrengsten van eiseres nagenoeg volledig bestaan uit deze renteopbrengsten,
- voor de inning van deze renteopbrengsten overeenkomsten en facturen werden opgesteld en een volledige boekhouding werd gevoerd,
- de handelingen betreffende deze renteopbrengsten de enige belangrijke economische activiteit van eiseres is,
zodat deze handelingen ongetwijfeld meer dan een zeer beperkt gebruik impliceren van goederen of diensten waarvoor BTW verschuldigd is
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder niet begroot en derhalve door de rechtbank niet vereffend.
M. V. E. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.