Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 17 februari 2012 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 17 februari 2012

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 17 februari 2012Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2012-02-17-85ba

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
17 februari 2012

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

56 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 17.02.2012

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeventien februari tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

P. V., griffier.

In zake : AR nr. 10/5617/A

B.- EN F. A. C. BVBA, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …

eisende partij op hoofdvordering,

verwerende partij op tegenvordering,

niet verschijnend

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij op hoofdvordering,

eisende partij op tegenvordering,

de heer …, in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur

mevrouw M. D. G., in hoedanigheid van verificateur.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 september 2010,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 17 november 2010,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord de verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 20 januari 2012.

Overwegende dat eisende partij niet is verschenen, hoewel behoorlijk in kennis gesteld van de beschikking conform art. 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek, en verwerende partij een op tegenspraak gewezen vonnis vordert overeenkomstig art. 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek.


Eiseres, BTW …, is voor de BTW kwartaalaangever.

Over het tweede en derde kwartaal 2009 kwanten geenaangiften in.

De belastingdienst ging dan over tot opmaak van een bijzondere rekening over 31 juli tot en met 31 oktober 2009.

Deze behelst geen rechten of proportionele boete, wel een forfaitaire boete van ·500,00 per betrokken kwartaal, samen aldus 1.000,00 EUR.

Eiseres ontving hierover nog twee berichten.

Het gaat om een “laatste waarschuwing voor vervolgingen” van 15 februari 2010, en om een 'saldobericht' van 1 maart 2010, allebei volgens eigen opgave van eiseres zelf in het geding.

Hierop volgde geen betaling.

Daarom werd een dwangschrift opgemaakt voor vermelde boete, verder moratoire intrest (te rekenen met ingang van betekening van het dwangschrift) en vervolgingkosten.

Een gerechtsdeurwaarder betekende het dwangschrift middels exploot van 26 juli 2010, met bevel tot betalen.

Op 30 juli 2010 ging hij over tot uitvoerend beslag op roerend goed.

Eiseres zelf legde op 7 september 2010 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

Afschrift van vermelde betekening en dwangschrift is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

Ontvankelijkheid der rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Eiseres heeft haar aangifteplicht niet vervuld.

Zo de vennoot-zaakvoerder in volle vrije wil en dito keuze de vennootschapsvorm verkoos bij het handel drijven, dient hij daarvan dan ook alle gevolgen te aanvaarden.

Bij (hier beweerde maar alvast niet door enig tastbaar gegeven onderbouwde) onmogelijkheid voor de BVBA tot handelen, dient hij te voorzien in vervangende mogelijkheid daartoe.

Hij ziet klaarblijkelijk niet het verschil in tussen zichzelf en de vennootschap.

De boete is wettelijk forfaitair en onveranderlijk, zulks per overtreding.

Ze is in verhouding tot het feit der overtreding nu aangifte doen essentieel is voor de BTW.

De rechtsvordering dan ook meer dan kennelijk ongegrond.

De tegenvordering is wel ontvankelijk, maar kan ten gronde niet worden bijgetreden.

Het gaat voor eiseres als rechtspersoon niet op zich aan de aangifteplicht te onttrekken die aan haar rechtspersoonlijkheid kleeft door dan losweg te verwijzen naar het in gebreke blijven van haar zaakvoerder.

Het gaat niet op de voordelen van een vennootschap te willen, maar dan niet de nadelen.

Dit leidt nog niet noodzakelijk tot te dezen tergend en roekeloos geding.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoend op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart hoofd- en tegenvordering ontvankelijk, maar beide ongegrond,

Veroordeelt elke partij tot de helft van totale kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van beide partijen niet, dit bij gebreke aan opgave en begroting van kosten in conclusie.

P. V. L. B.