Recht op aftrek van belasting, vervolging · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 17 mei 2010

Zoeken

Recht op aftrek van belasting, vervolgingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-vervolging-rechtbank-antwerpen-2010-05-17-36b0

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
17 mei 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

55 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 17.05.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeventien mei tweeduizend en tien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., alleenzetelend rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR nr. 09/4609/A

M. NV, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester S. G. loco meester F. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 3, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester R. V. loco meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 juli 2009,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 18 september 2009,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de Ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 april 2009.


Eiseres staat voor de BTW voor de hier betrokken periode geregistreerd voor activiteit van handel in eigen onroerend goed.

Zij toont niet aan dat zij voor deze periode (voor de BTW) stond geregistreerd voor andere punten van haar maatschappelijk doel.

Een bevoegd ambtenaar verrichtte begin december 2007 en eind januari 2008 controle over, respectievelijk bij, eiseres over periode 1 januari 2005 tot 30 september 2007.

Hij stelde vast dat eiseres was overgegaan tot aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de oprichtingskosten van het gebouw dat ter beschikking bleek gesteld van haar gedelegeerd bestuurder en zijn gezin en van een verbonden vennootschap.

Hij stelde verder ook vast dat eiseres, sedert oprichting 1 maart 2002 tot 30 september 2007, geen uitgaande handelingen had verricht in de zin van art. 45, § 1 Wetboek BTW.

De ambtenaar bestempelde de vaststelling als vrijgestelde onroerende verhuur.

Hieruit werd navordering gedestilleerd van rechten, een tot 10 % (aldus 1/20) herleide boete, plus intrest op de rechten vanaf 21 oktober 2007.

Dit werd in proces-verbaal gegoten op 12 augustus 2008.

Zonder dwangbevel af te wachten, weliswaar na contacten tot oplossing in der minne, legde de raadsman van eiseres op 8 juli 2009 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

De vordering beoogt vernietiging van het proces-verbaal, deze door eiseres omschreven als 'beslissing'.

Deze term werd alvast aangewend in de brief die het proces-verbaal begeleidde.

Verweerder betwist de toelaatbaarheid van de rechtsvordering niet.

De rechtbank onderkent geen ambtshalve aan te voeren oorzaak tot ontoelaatbaar verklaring.

Jaar 2005

Eiseres werpt verjaring van de fiscale vordering voor 2005 op en verwijst daartoe naar artikel 81bis Wetboek BTW.

Dit dient te worden bijgetreden, nu er op het ogenblik van inleiding der rechtsvordering geen dwangbevel was uitgevaardigd.

Verweerder sleurt er dan ten onrechte de herzieningstermijn bij.

Deze heeft geen uitstaans met de hier gedane verwerping van oorspronkelijk verrichte aftrek, terwijl er niet werd overgegaan tot enige herziening hoe dan ook.

De verdere periode.

Eiseres stelt dat haar intentie tot het stellen van uitgaande handelingen voor haar het recht op aftrek deed ontstaan van in het begin.

Te dezen treft men in hoofde van eiseres alvast geen begeleidende objectiveerbare gegevens aan dat zulke handelingen inderdaad gingen volgen (bv. arrest Rompelman HvJ C-268/83).

De tekeningen van de architect vormen absoluut geen objectiveerbaar gegeven in die zin.

Van wanneer de foto's van de plaatsgesteldheid dateren, ligt ook al niet vast.

Overigens is de verwerping gebeurd wegens (vrijstelling wegens) onroerende verhuur.

Het gegeven dat er voor de periode na de gecontroleerde periode, en zulks eerst vanaf half december 2007, facturen zijn voor opgestarte uitgaande handelingen (voor koerierdienst in onder aanneming), is evenmin relevant voor huidige betwisting.

Partijen namen elk voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.200,00 (twaalfhonderd) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Aangehaalde teksten

3

Vergelijkbare beslissingen

8