Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge dd. 12.01.2016 (14/3924/A)
WF 708-15-14/058707
Belasting over de toegevoegde waarde – proportionele geldboete – vermindering geldboete – evenredigheidsbeginsel – uitstel van betaling
Wettelijke bepalingen
art. 70, § 1, W.btw, Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987
art. 1244 B.W.
Samenvatting
De belastingplichtige heeft een verminderde proportionele boete gekregen voor het niet tijdig betalen van de verschuldigde btw. Er werd een bijzondere rekening opgemaakt. De belastingplichtige vraagt ontheven te worden van de boete of op zijn minst dat die boete wordt verminderd. In ondergeschikte orde wordt ook een gemak van betaling gevraagd.
De rechter oordeelt dat de verminderde boete een repressief karakter heeft. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in recht en in feite verantwoord is en of de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, geëerbiedigd zijn.
Concreet is de rechtbank van oordeel dat een boete gepast is. Desalniettemin moet worden vastgesteld dat de opgelegde boete onevenredig is met de begane overtreding en moet worden herleid tot redelijke proporties, de boete dient dan ook verminderd te worden.
De rechtbank stelt vast dat er geen beletsels zijn om in het fiscaal recht de gemeenrechtelijke principes met betrekking tot uitstel van betaling te hanteren. De rechtbank moet bij toepassing van art. 1244 B.W. omzichtig te werk gaan. Tevens dient hij de toestand van de partijen en de reeds genoten respijttermijnen in acht te nemen. Door het opmaken van een bijzondere rekening vooraleer vervolgingen werden opgestart en door het voeren van onderhavige procedure heeft eiseres de facto al van een zeker uitstel genoten. Het verzoek dient te worden afgewezen.
Opmerkingen
De rechter is hier van oordeel dat een boete gepast is, maar houdt rekening met het feit dat de belastingplichtige de achterstallige btw ondertussen volledig heeft terugbetaald, en oordeelt dat de door de administratie opgelegde boete onevenredig is met de begane inbreuk en dient te worden herleid tot redelijke proporties en vermindert de boete willekeurig tot 5.000,00 EUR. Het evenredigheidsbeginsel wordt op deze manier verkeerd toegepast.
Standpunt Belgische Staat
Voorziening in hoger beroep
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge
dd. 12.01.2016
(14/3924/A)
Voornoemde Rechtbank heeft het hierna volgend vonnis verleend in de zaak:
de BVBA J.J.S. T., (Ondernemingsnr…), met zetel te…, eiseres voor wie is opgetreden Meester B. K. loco Meester S. T., advocaat met kantoor te …
TEGEN
de F.O.D. FINANCIËN. Algemene Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, vertegenwoordigd door mevrouw F.D., Adviseur-Generaal-Gewestelijk Directeur te Brugge, met kantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4, in de persoon van de Adviseur-de ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te 8400 OOSTENDE, verweerder voor wie is opgetreden mevrouw.S. M. , attaché, verbonden aan de Gewestelijke Directie BTW te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4.
I. RECHTSPLEGING.
Gelet op het fiscaal verzoekschrift tijdig ingediend ter griffie de dato 24.11.2014.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 15.12.2015.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK.
2.1. Eiseres heeft een verminderde proportionele boete van 12.700,00 EUR gekregen (15 % van de
verschuldigde 84.728,52 EUR BTW) voor het niet tijdig betalen van de verschuldigde BTW ingevolge haar aangiften van maart, april en mei 2014.
2.2. Eiseres vraagt dat:
- Het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.
- De gevestigde boete wordt vernietigd of ontheven.
- De gevestigde boete wordt kwijtgescholden of verminderd.
- In ondergeschikte orde, gemak van betaling wordt toegestaan.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten.
III. BEOORDELING.
3.1. nopens de ontvankelijkheid.
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden.
Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten
opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond.
3.2.1. De verminderde toegepaste boete voor een bedrag van 12.700,00 EUR heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om dergelijke boete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een boete gepast is. Eiseres heeft de verschuldigde BTW ingevolge haar aangiften van maart, april en mei 2014 laattijdig betaald. Desalniettemin moet worden vastgesteld dat de opgelegde boete onevenredig is met de begane inbreuk zodat deze dient te worden herleid tot redelijke proporties. Hierbij houdt de rechtbank ook rekening met het gegeven dat de achterstallige BTW inmiddels volledig werd vereffend en dat deze voor een deel veroorzaakt werd door het betalingsgedrag van haar klanten.
De boete dient dan ook te worden verminderd tot 5.000,00 EUR.
3.2.2. De rechtbank stelt vast dat er geen beletsels zijn om in het fiscaal recht de gemeenrechte-lijke principes met betrekking tot uitstel van betaling te hanteren.
Wanneer het, zoals in het fiscaal recht, gaat om een verbintenis die ontstaat uit de wet, is er in wezen geen enkele reden om artikel 1244 B.W. van die verbintenis uit te sluiten.
Vermits artikel 1244 B.W. uitdrukkelijk stelt dat er van zijn bepalingen door geen enkel beding kan van afgeweken worden heeft de wetgever te kennen gegeven dat artikel 1244, 2de lid B.W. van openbare orde is.
In de mate deze overwegingen leiden tot de confrontatie van twee principes van openbare orde, namelijk dat uit artikel 1244 B.W. en dat van de toepassing van het fiscaal recht, is er niet noodzakelijk een conflict: de openbare orde kan er immers belang bij hebben dat de fiscale verbintenissen van een belastingplichtige niet leiden tot zijn sociale uitsluiting.
De rechtbank moet bij toepassing van artikel1244 B.W. omzichtig te werk gaan. Tevens dient hij de toestand van de partijen en de reeds genoten respijttermijnen in acht te nemen.
Door het opmaken van een bijzondere rekening vooraleer vervolgingen werden opgestart en door het voeren van onderhavige procedure heeft eiseres de facto al van een zeker uitstel genoten.
Het verzoek tot afbetaling wordt dan ook afgewezen.
3.3. nopens de kosten.
Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van de partijen moeten zij elk hun eigen kosten dragen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.
Zegt voor recht dat de bestreden boete wordt verminderd tot 5.000,00 EUR.
Wijst eiseres van het overige af.
Veroordeelt de partijen elk tot het betalen van hun eigen gerechtskosten van deze procedure, in welke omstandigheden die kosten niet moeten worden begroot.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag twaalf januari tweeduizend en zestien.
Aanwezig zijn:
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.