Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen d.d. 07.02.2025 - 24/2816/A
[ Gunstig vonnis ]
Belasting over de toegevoegde waarde – Procedure – vordering in rechte niet ontvankelijk – gebrek aan belang
Wettelijke bepalingen
Artikel 17 en 569, 32° Ger. W.
Samenvatting van het vonnis
1. Feiten en voorgaande procedure
Eiseres is opstalhouder van verschillende percelen en wenst, ingevolge het verleende opstalrecht, op de voornoemde percelen alle bestaande constructies af te breken om vervolgens een nieuwbouwproject met meerdere woningen te realiseren. De intentie van eiseres bestaat erin om deze woningen te verhuren als gezinswoningen op de private markt. Eiseres is van oordeel dat zij voor het hiervoor vermelde project toepassing kan maken van het verlaagd btw-tarief van 6% in de zin van artikel XXXVII — afbraak en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden, KB nr. 20 (oud). Hiertoe richtte zij een schrijven aan het bevoegde controlekantoor om de volledige situatie te schetsen en de toepassing van het verlaagd btw-tarief te verantwoorden. Het betrof een eenvoudige melding, er werd de btw-administratie niet om een advies gevraagd. Een ambtenaar van de btw-administratie verstuurde een e-mail aan eiseres waarbij werd meegedeeld dat volgens hem niet alle percelen in aanmerking komen voor toepassing van het verlaagd btw-tarief. Eiseres is het niet eens met het standpunt van de btw-administratie en stelde bij verzoekschrift neergelegd ter griffie een vordering in rechte in.
2. Vonnis
De rechtbank oordeelt dat op heden er nog geen sprake is van een daadwerkelijk geschil tussen partijen. Er werd nog geen controle opgestart, er werden nog geen effectieve vaststellingen in het kader van het project gedaan, e.d. op grond waarvan er een eventuele navordering zou kunnen volgen. De loutere mogelijkheid dat er in de toekomst fiscale en financiële gevolgen kunnen zijn is niet voldoende om te kunnen spreken van een geschil in de zin van artikel 569, 32° Ger. W.. De vordering in rechte van eiseres is dan ook voorbarig en niet ontvankelijk.
Volledige tekst:
Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal.
Tekst van de beslissing
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen dd. 07.02.2025 –
24/2816/A
Inzake:
R. NV
met zetel te …, KBO: …
eiseres
- vertegenwoordigd ter zitting door meester T.B., advocaat, met kantoor te …
- meester T.B. verschijnt eveneens loco meester S.L., advocaat, met kantoor te…,
TEGEN:
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei, met als correspondentieadres te 9050 Ledeberq (Gent), Gaston Crommenlaan 6 bus 764, KBO: 0308.357.159
verweerder
- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw N.V., in hoedanigheid van
rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:
- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 10 juli 2024, ingeschreven op 11 juli 2024,
- de besluiten, enkel m.b.t. de ontvankelijkheid, van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in de gerechtszaken.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 10 januari 2025.
1. Feiten en procedurele voorgaanden
Eiseres is sinds 26 december 2023 opstalhouder van de volgende percelen gelegen te 9320 … met volgende kadastrale identificaties:
- 41047, sectie B, nummer 131W - 41047, sectie B, nummer 131C4 - 41047, sectie B, nummer 132D - 41047, sectie B, nummer 132E - 41047, sectie B, nummer 132C - 41047, sectie B, nummer 132F - 41047, sectie B, nummer 135G
Eiseres wenst, ingevolge het verleende opstalrecht, op de voornoemde percelen alle bestaande constructies af te breken om vervolgens een nieuwbouwproject te realiseren hetwelk de bouw van 10 eengezinswoningen (verdeeld in blok A-D) omvat met gezamenlijke bijhorende (bovengrondse) parking, tuinberging en gemeenschappelijke tuin alsook een gezamenlijke ondergrondse fietsenstalling en individuele bergruimten per woning onder blok A.
Op 9 juli 2021 heeft eiseres hiertoe een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend, dewelke werd goedgekeurd op 19 november 2021.
De intentie van eiseres bestaat erin om deze woningen te verhuren als gezinswoningen op de private markt.
Eiseres is van oordeel dat zij voor het hiervoor vermelde project toepassing kan maken van het verlaagd btw-tarief van 6% in de zin van artikel XXXVII — afbraak en heropbouw van gebouwen in stadsgebieden, KB nr. 20 (oud).
Hiertoe richtte eiseres op 10 januari 2024 een schrijven aan het bevoegde controlekantoor om de volledige situatie te schetsen en de toepassing van het verlaagd btw-tarief te verantwoorden. Het betrof een eenvoudige melding, er werd de btw-administratie niet om een advies gevraagd (stuk 5 eiseres).
Op 14 februari 2024 verstuurde een ambtenaar van de btw-administratie een e-mail waarbij werd meegedeeld dat volgens hem enkel de nieuwbouwwoningen die hoofdzakelijk gelegen zijn op de percelen 131W en 132E in aanmerking komen voor toepassing van het verlaagd btw-tarief in de zin van rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het KB/WBTW nr. 20, op voorwaarde dat ook aan de andere voorwaarden voldaan wordt (stuk 2 eiseres).
Eiseres is het niet eens met het standpunt van de btw-administratie en stelde bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10 juli 2024 een vordering in rechte in.
2. Vorderingen van partiien
Eiseres verzoekt de rechtbank haar vordering, zoals geformuleerd in haar verzoekschrift, ontvankelijk te verklaren, een conclusiekalender te willen vaststellen met betrekking tot de grond van de zaak en de beslissing omtrent de kosten van het geding aan te houden.
Verweerder verzoekt de rechtbank het verzoekschrift van eiseres onontvankelijk te verklaren, de vordering van eiseres af te wijzen en eiseres tot de kosten te veroordelen.
3. Ontvankelijkheid
Verweerder meent dat de vordering in rechte van eiseres niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang. De e-mail d.d. 14 februari 2024 betrof een louter persoonlijk standpunt van de betrokken ambtenaar en geenszins een advies of definitief standpunt van de belastingadministratie. De betreffende e-mail creëert t.a.v. eiseres geen enkel rechtsgevolg.
Daarenboven is er m.b.t. het project van eiseres tot op heden nog geen controle opgestart zodat er van een 'geschil' nog geen sprake is.
Volgens eiseres heeft zij wel degelijk een belang bij het instellen van haar vordering. Door de e-mail van 14 februari 2024 heeft de belastingadministratie een standpunt ingenomen dat door eiseres niet wordt gedeeld, zodat er wel degelijk sprake is van een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet, waaruit nadelige fiscale en financiële gevolgen voor eiseres kunnen voortvloeien.
De rechtbank dient in deze verweerder bij te treden. Op heden is er nog geen sprake van een daadwerkelijk geschil tussen partijen. Er werd nog geen controle opgestart, er werden nog geen effectieve vaststellingen in het kader van het project gedaan, e.d. op grond waarvan er een eventuele navordering zou kunnen volgen. De loutere mogelijkheid dat er in de toekomst fiscale en financiële gevolgen kunnen zijn is niet voldoende om te kunnen spreken van een geschil in de zin van artikel 569, 32° Ger.W.. De vordering in rechte van eiseres is dan ook voorbarig.
De vordering van eiseres is derhalve niet ontvankelijk.
4. Kosten van het geding
Eiseres dient ais de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.
Aangezien verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, dient er geen rechtsplegingsvergoeding te worden bepaald.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering van eiseres niet ontvankelijk.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en door de rechtbank vereffend op 0,00 euro.
Verklaart de bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, die werd gestort door eiseres, definitief verworven voor het fonds.
Dit vonnis werd uitgesproken op zeven februari tweeduizend vijfentwintig in openbare zitting van de Kamer AFil, die samengesteld was uit:
N.D., rechter
M.D., griffier
Nota van de FOD Financiën
Referentie WF
WF 707-15-24/001045 - Finality 55391627
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.