Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 06.12.2005
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Hof van beroep te Gent, 5be kamer - terechtzitting van 06-12-2005
BELASTINGEN
Nr. 1998/AR/1973
in de zaak van :
V. A. B. NV, Algemene Bouwondernemingen, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het HR te Gent onder het nummer …,
voor wie het geding werd hervat door :
S. NV, met maatschappelijke zetel te …, …,
appellante,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. M. L. loco mr. V. A. F. A., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de E.a. Inspecteur van het BTW-controlekantoor te Gent 7, wiens kantoor gevestigd is te 9000 GENT, Ramen 1,
geïntimeerde,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P. M., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
1. Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 21.3.1996 dagvaardde de appellante de geïntimeerde voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent teneinde de geïntimeerde te horen veroordelen tot terugbetaling van het volgens de appellante ten onrechte betaalde bedrag van … BEF (… EUR) aan BTW, meer … BEF (… EUR) boete en … BEF (… EUR) intresten, hetzij in totaal … BEF (… EUR), terugbetaling te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de dagvaarding en de kosten.
Bij vonnis van 19.3.1998 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, derde kamer, werd de vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard.
Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 17.7.1998 (procedurestuk 4 van de geïntimeerde) werd dit vonnis op verzoek van de geïntimeerde betekend aan de appellante.
Bij verzoekschrift: neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 2.9.1998 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.
Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.
De appellante vordert met haar hoger beroep dat het bestreden vonnis zou worden vernietigd en haar oorspronkelijke vordering gegrond zou worden verklaard. Ondergeschikt vordert zij dat, alvorens recht te doen, een deskundige zou worden benoemd met opdracht :
• het begrip verbouwing te omschrijven, met name de gebruikelijke technische betekenis ervan te bepalen;
• de uitgevoerde verbouwingswerken te beschrijven;
• de uitgevoerde verbouwingswerken te toetsen aan de gebruikelijke technische betekenis van het begrip verbouwing zoals omschreven door de deskundige;
• de uitgevoerde verbouwingswerken te toetsen aan de toegekende verbouwingsvergunning en na te gaan of de werkzaamheden conform zijn aan de voornoemde verbouwingsvergunning.
De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis.
Bij akte van hervatting van geding neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 27.6.2005 heeft de NV S. het geding hervat in opvolging van de NV V. A. B..
2. Tussen de partijen bestaat betwisting over de vraag of de bouwwerken door de appellante uitgevoerd ter plaatse van het pand gelegen te …, …, te beschouwen zijn als handelingen bepaald in cijfer XXXI, § 1, 1° van Tabel A, bijlage bij het KB nr. 20 d.d. 20.7.1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, namelijk handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele tot voorwerp hebben (BTW-tarief 6 %; stelling van de appellante) of niet (BTW-tarief 20,5 %; stelling van de geïntimeerde).
Te dezen heeft de wetgever de vermelde handelingen niet nader gedefinieerd, zodat men hun de gebruikelijke betekenis dient te geven, gezien niet blijkt dat de wetgever van deze gebruikelijke betekenis heeft willen afwijken. Verwijzing naar andere wetgeving of naar appreciatie door derden zoals bij voorbeeld de gemeente Elsene (zie stuk 7 van de appellante) is niet dienend.
De door het KB gehanteerde begrippen "omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele" onderstellen een ingrijpen dat niet zover gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw werd overgegaan.
Uit het geheel van volgende gegevens moet worden afgeleid dat in wezen een nieuwbouw werd tot stand gebracht.
Van het oorspronkelijk herenhuis werden alle binnenmuren, de achtergevel, de houten vloeren en zolderingen volledig afgebroken. Nieuwe binnenmuren werden gemetst, een totaal nieuwe achtergevel werd opgetrokken (zie ook onder meer de posten 5.1, 6.1, 9.1, 16 van de bouwafrekening d.d. 10.3.1996, stuk 12 van de appellante), de houten zolderingen werden opgevangen door betonvloeren (verklaring van de zaakvoerder van de appellante aan de controlerende ambtenaar, zie over dit alles het proces-verbaal van 4.9.1995, stuk 1 van de geïntimeerde, punten 3.1 en 3.2 p. 2 en 3). Nieuwe verdiepingsplaten werden aangebracht (zie onder meer de posten 8.2, 9.2, 10.2, 14 van de vernoemde bouwafrekening).
Het oorspronkelijk herenhuis bestond uit een kelderverdieping, een gelijkvloers, twee verdiepingen en een derde verdieping in het dak (zie de beschrijving in het proces-verbaal van 10.3.1992 van de technische dienst van de gemeente Elsene, stuk 4 van de appellante, eerste blad) en werd een appartementsgebouw bestaande uit vier appartementen (zie de vermelding bij de aanvang van de brief d.d. 6.12.1993 van de brandweer, stuk 5 van de appellante). Het volledige inwendige van het oorspronkelijk herenhuis werd hiertoe gesloopt (zie o.m. de inleidende dagvaarding voor de eerste rechter, derde blad) en vervangen. Ook de achtergevel werd afgebroken en een nieuwe achtergevel werd gebouwd (zie hoger).
Van het oorspronkelijke herenhuis bleven enkel (zie de inleidende dagvaarding, vierde blad) de kelder, de funderingen, de zijmuren (het waren gemeenschappelijke muren daar het een rijwoning betrof - zie o.m. de foto's stukken 13 en 14 van de appellante - die enkel hersteld werden aan de openingen en aan de plaatsen aangetast door de huiszwam, zie de posten 10 en 11 van de bouwafrekening d.d. 6.9.1994, stuk 11 van de appellante) en het dak (dat ook werd vernieuwd, zie de post 22 van de bouwafrekening d.d. 10.3.1996, stuk 12 van de appellante).
Het op deze wijze volledig verwijderen van de interne constructie en van de achtergevel van het oorspronkelijke herenhuis, en het vervangen ervan door een nieuwe inwendige constructie houdt in wezen het oprichten van een nieuwbouw in.
Terecht heeft de eerste rechter de oorspronkelijke vordering ongegrond verklaard.
Gezien het geschil kan worden beslecht zoals hoger, zonder tussenkomst van een deskundige, dient geen deskundige te worden benoemd.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
HET HOF, recht doende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen.
Geeft akte aan de NV S. van haar gedinghervatting in opvolging van de NV V. A. B..
Ontvangt het hoger beroep doch verklaart het ongegrond.
Bevestigt het bestreden vonnis.
Veroordeelt de appellante tot de kosten van het hoger beroep, als volgt begroot :
• aan de zijde van de appellante : op … EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;
• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer bis, op ZES DECEMBER TWEEDUIZEND EN VIJF.
Aanwezig de Heren :
G. T., Raadsheer, waarnemend Voorzitter, alleenrechtsprekend,
M. V., griffier.
M. V. G. T.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Rechtspraak
1België
1Rechtbank van eerste aanleg06.01.2025