Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Brussel d.d. 09.06.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer - Openbare terechtzitting van 09 JUNI 2011
Nr. van de zaak : 2007/AR/2603
INZAKE VAN :
De heer R. V. D. W., brood- en banketbakker, wonende te …, …,
appellant, verschijnend in persoon,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de heer minister van Financiën, wiens kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de heer e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te 3300 Tienen, Goossensvest 3,
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester H., loco Meester P. D., advocaat te …, …,
Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :
Gezien de procedurestukken en meer in het bijzonder :
- het afschrift van vonnis van de tweede kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, op tegenspraak gewezen op 11 september 1989 (AR nr. 8.773), vonnis waarvan geen betekeningakte voorligt;
R. 2011/3902 EINDARREST - gegrond
- het exploot van dagvaarding houdende akte van beroep, betekend op 26 januari 1990.
Het vonnis verklaarde het verzet van appellant aangetekend bij gerechtsdeurwaarderexploot van 16 mei 1975 ontvankelijk, doch ongegrond.
Het verzet strekte tot de nietigverklaring van het dwangbevel uitgevaardigd door de rekenplichtige van het BTWontvangkantoor Tienen op 26 februari 1975, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de BTW te Hasselt en samen met het proces-verbaal van 18 februari 1975 betekend op 17 april 1975 bij gerechtsdeurwaarderexploot, waarin bevel werd gegeven tot betaling van :
- … BEF (… EUR) als BTW;·
- … BEF (… EUR) als wettelijke boete;
- de wettelijke interest over de nog verschuldigde BTW vanaf 21 januari 1973, en
- de vervolgingskosten.
Discussie
a) Ten gronde
In zijn op 25 september 2008 ter griffie van het hof neergelegde conclusie verwijst geïntimeerde naar de uitspraak van dit hof op 20 januari 2000 in de problematiek inzake directe belastingen (arrest gekend onder nr. 1978/FR/80 - zie stuk 7 van geïntimeerde). Hieruit blijkt dat appellant in het gelijk werd gesteld voor wat het aanslagjaar 1972 betreft in die zin dat er door hem geen rechtsgeldig akkoord met betrekking tot 1971 werd getekend.
Aangezien de vordering van de administratie met betrekking tot 1971 gesteund was op een akkoord inzake directe belastingen, waarbij dit hof op 20 januari 2000 oordeelde dat er geen rechtsgeldig akkoord inzake 1971 bij de directe belastingen was, stelt geïntimeerde dat deze vordering inzake BTW komt te vervallen.
Wat 1972 betreft, kan volgens geïntimeerde enkel de verwerping van aftrek ten belope van … BEF (… EUR) en de boete samen met de interesten daarover behouden blijven, vermits de omzetverhoging op dezelfde forfaitaire wijze werd berekend "gelet op het akkoord voor 1971" en dus de overige vordering komt te vervallen.
In zijn akkoordverklaring, neergelegd ter griffie van het hof op 6 maart 2008 verklaart appellant zich akkoord met de hoofdsom van … EUR en de boete van … EUR, hetzij samen … EUR.
Daarmee ging appellant in op het voorstel dat geïntimeerde hem deed in een schrijven van 28 september 2007.
Nadien verhoogde geïntimeerde het bedrag van de boete tot … EUR ingevolge betekening van het dwangbevel. Van een tweede betekening van het dwangbevel is er evenwel geen sprake. Indien met de betrokken betekening de initiële betekening op 17 april 1975 wordt bedoeld, gaat het hof over tot een vermindering van deze boete tot het initiële bedrag van … EUR. Deze verminderde boete is evenredig met de door appellant begane inbreuk, mede gelet op de inmiddels tussengekomen uitspraak van dit hof inzake directe belastingen, waardoor het gros van de vordering van geïntimeerde is komen te vervallen, alsook op de lange duurtijd van de procedure.
Het hof neemt verder akte van het feit dat geïntimeerde, na aftrek van de thans nog verschuldigde sommen op de door appellant geconsigneerde sommen, aan de Deposito- en Consignatiekas zal verzoeken om deze som aan appellant terug te betalen" samen met de door deze som gegenereerde interesten.
b) Wat de kosten betreft
Op 1 januari 2008 zijn de Wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en haar uitvoerings-KB van 26 oktober 2007 in werking getreden. Deze wet en dit K.B. vinden toepassing op onderhavige zaak.
Nu het hoger beroep van appellant voor het grootste deel wordt ingewilligd en de kosten van beide aanleggen bijgevolg lastens geïntimeerde moeten worden gelegd, kan er van een toekenning van een rechtsplegingvergoeding in hoger beroep aan appellant geen sprake zijn, nu deze ter zitting in persoon verscheen en niet werd vertegenwoordigd door een advocaat. De rechtsplegingvergoeding in eerste aanleg werd op definitieve wijze begroot door de eerste rechter.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,
Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 193 5 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond wat betreft rubriek 1 van het proces-verbaal van 18 februari 1975;
Doet dienvolgens het bestreden vonnis teniet en, opnieuw rechtdoende,
Zegt voor recht dat het dwangbevel van 26 februari 1975 uitvoerbaar is voor de som van :
- rechten : … EUR;
- boete : … EUR;
- wettelijke interesten vanaf 21 januari 1973, en
- moratoire interesten vanaf 17 april 1975;
Neemt akte van het feit dat geïntimeerde, na aftrek van de thans nog verschuldigde sommen op de door appellant geconsigneerde sommen, aan de Deposito- en Consignatiekas zal verzoeken om deze som aan appellant terug te betalen, samen met de door deze som gegenereerde interesten;
Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen begroot op dagvaardingskosten (… BEF) en rechtsplegingvergoeding eerste aanleg (… BEF)
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 6de fiscale kamer van het Hof van Beroep te Brussel op 09 JUNI 2011
alwaar aanwezig waren en zitting namen :
J. V., alleenzetelend raadsheer, griffier
C. D. N., griffier.
C. D. N. J. V.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.