Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant d.d. 30.03.2020
WF 703-15-19/064558
[Gunstig voor de Belgische Staat]
Gerechtelijk recht – Territoriale bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg – Betwisting betreffende de toepassing van een belastingwet – Exceptie van onbevoegdheid;
Btw – Belastingkrediet – Teruggaaf – Verjaring
Wettelijke bepalingen
GER.W.: Artikelen 569 en 632
WBTW: Artikelen 47, 53,75,76,80,82 en 82bis
Samenvatting
Belastingplichtige vroeg middels zijn periodieke btw-aangifte om teruggaaf van een belastingkrediet. Het KMO centrum Charleroi besliste dat een groot deel van het gevorderde bedrag aangetast is door de verjaring van de vordering tot teruggave.
De belastingplichtige heeft een verzoekschrift op tegenspraak ingediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant, afdeling Nijvel. Voor die rechtbank heeft de Belgische Staat verzocht om de zaak door te verwijzen naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, die volgens haar territoriaal bevoegd is.
Artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt de bevoegdheid ratione loci van de hoven en rechtbanken in geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet in de zin van artikel 569, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek.
Na eraan te hebben herinnerd dat artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek van openbare orde is, aangezien het de essentiële belangen van de staat en de gemeenschap aantast (Cass., 15 maart 1968, Pas., 1968, blz.936), benadrukt de rechtbank dat de exceptie van onbevoegdheid in ieder stadium van de procedure kan worden opgeworpen.
In het onderhavige geval merkt de rechtbank op dat zowel de belastingplichtige als de inningsdienst waartoe hij ressorteert, in Charleroi gevestigd zijn. Aangezien de stad Charleroi onder de bevoegdheid van het Hof van Beroep van Bergen valt, is de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, de enige rechtbank die territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van dit belastinggeschil.
Aangezien de exceptie van onbevoegdheid gegrond is, wordt de zaak verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen.
Opmerking
Artikel 632, 1ste lid , GER.W. bepaalt: " Ieder geschil betreffende de toepassing van een belastingwet staat ter kennisneming van de rechter die zitting houdt ter zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied het kantoor gelegen is waar de belasting is of moet worden geïnd of, indien het geschil geen verband houdt met de inning van een belasting, in wiens gebied de belastingdienst is gevestigd die de bestreden beschikking heeft getroffen. Wanneer evenwel de procedure in het Duits wordt gevoerd, is alleen de rechtbank van eerste aanleg van Eupen bevoegd.”
De betwiste beslissing is een proces-verbaal tot vaststelling van de verjaring van een btw-krediet. In het onderhavige geval is de dienst die de bestreden beslissing heeft genomen het Team Controle 6 van het KMO-centrum Charleroi, gevestigd te 6000 CHARLEROI.
In het vonnis werd geoordeeld dat de regel, bepaald in voornoemd artikel 632, kon worden toegepast door te verwijzen naar de plaats waar de invorderingsdienst (criterium van het kantoor waar de invordering heeft plaatsgevonden of moet plaatsvinden) waartoe de belastingplichtige behoort is gevestigd, namelijk eveneens in 6000 Charleroi.
Een samenlezing van de artikelen 569, 32° en 632 van het Gerechtelijk Wetboek impliceert dat de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, bevoegd is om uitspraak te doen in het onderhavige geschil.
Derhalve diende, overeenkomstig artikel 660 van het Gerechtelijk Wetboek, deze zaak te worden doorverwezen naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen.
Volgens de bepalingen van artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek, had de belastingdienst die de bestreden beslissing had genomen, en in Charleroi gevestigd is, de verwijzing van de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, moeten motiveren.