Gerechtelijk recht · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg 30 maart 2020

Zoeken

Gerechtelijk rechtGerechtelijk recht – Territoriale bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg – Betwisting betreffende de toepassing van een belastingwet – Exceptie van onbevoegdheid - Btw – Belastingkrediet – Teruggaaf – Verjaring

https://juriel.be/nl/rechtspraak/gerechtelijk-recht-territoriale-bevoegdheid-eerste-rechtbank-2020-03-30-552f

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Datum
30 maart 2020

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

52 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant d.d. 30.03.2020

WF 703-15-19/064558

[Gunstig voor de Belgische Staat]

Gerechtelijk recht – Territoriale bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg – Betwisting betreffende de toepassing van een belastingwet – Exceptie van onbevoegdheid;

Btw – Belastingkrediet – Teruggaaf – Verjaring

Wettelijke bepalingen

GER.W.: Artikelen 569 en 632

WBTW: Artikelen 47, 53,75,76,80,82 en 82bis

Samenvatting

Belastingplichtige vroeg middels zijn periodieke btw-aangifte om teruggaaf van een belastingkrediet. Het KMO centrum Charleroi besliste dat een groot deel van het gevorderde bedrag aangetast is door de verjaring van de vordering tot teruggave.

De belastingplichtige heeft een verzoekschrift op tegenspraak ingediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant, afdeling Nijvel. Voor die rechtbank heeft de Belgische Staat verzocht om de zaak door te verwijzen naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, die volgens haar territoriaal bevoegd is.

Artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt de bevoegdheid ratione loci van de hoven en rechtbanken in geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet in de zin van artikel 569, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek.

Na eraan te hebben herinnerd dat artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek van openbare orde is, aangezien het de essentiële belangen van de staat en de gemeenschap aantast (Cass., 15 maart 1968, Pas., 1968, blz.936), benadrukt de rechtbank dat de exceptie van onbevoegdheid in ieder stadium van de procedure kan worden opgeworpen.

In het onderhavige geval merkt de rechtbank op dat zowel de belastingplichtige als de inningsdienst waartoe hij ressorteert, in Charleroi gevestigd zijn. Aangezien de stad Charleroi onder de bevoegdheid van het Hof van Beroep van Bergen valt, is de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, de enige rechtbank die territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van dit belastinggeschil.

Aangezien de exceptie van onbevoegdheid gegrond is, wordt de zaak verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen.

Opmerking

Artikel 632, 1ste lid , GER.W. bepaalt: " Ieder geschil betreffende de toepassing van een belastingwet staat ter kennisneming van de rechter die zitting houdt ter zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied het kantoor gelegen is waar de belasting is of moet worden geïnd of, indien het geschil geen verband houdt met de inning van een belasting, in wiens gebied de belastingdienst is gevestigd die de bestreden beschikking heeft getroffen. Wanneer evenwel de procedure in het Duits wordt gevoerd, is alleen de rechtbank van eerste aanleg van Eupen bevoegd.”

De betwiste beslissing is een proces-verbaal tot vaststelling van de verjaring van een btw-krediet. In het onderhavige geval is de dienst die de bestreden beslissing heeft genomen het Team Controle 6 van het KMO-centrum Charleroi, gevestigd te 6000 CHARLEROI.

In het vonnis werd geoordeeld dat de regel, bepaald in voornoemd artikel 632, kon worden toegepast door te verwijzen naar de plaats waar de invorderingsdienst (criterium van het kantoor waar de invordering heeft plaatsgevonden of moet plaatsvinden) waartoe de belastingplichtige behoort is gevestigd, namelijk eveneens in 6000 Charleroi.

Een samenlezing van de artikelen 569, 32° en 632 van het Gerechtelijk Wetboek impliceert dat de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, bevoegd is om uitspraak te doen in het onderhavige geschil.

Derhalve diende, overeenkomstig artikel 660 van het Gerechtelijk Wetboek, deze zaak te worden doorverwezen naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen.

Volgens de bepalingen van artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek, had de belastingdienst die de bestreden beslissing had genomen, en in Charleroi gevestigd is, de verwijzing van de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, afdeling Bergen, moeten motiveren.

Tekst van het vonnis

Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal

Tekst van de beslissing

LE TRIBUNAL DE PREMIÈRE INSTANCE DU BRABANT WALLON, le 30 Mars 2020

Rôle : 19/2045/A

En audience publique de la quatorzième chambre, affaires fiscales, du lundi trente mars deux mille vingt, à laquelle siégeaient: ..., juge, Mme ..., greffier,

A prononcé le jugement suivant

En la cause 11° 19/2045/A du rôle général:

La société privée à responsabilité limitée M. dont le siège social est établi à 6001 Charleroi, Avenue de Philippeville 213/12 (B.C.E. n° 0466.173.288); demanderesse; comparaissant par son conseil : Me ..., avocat dont le cabinet est établi à ... ;

ET:

L'ÉTAT BELGE, SPF FINANCES, poursuites et diligences du Conseiller général, directeur du Centre « PME » de et à 6000 Charleroi, Petite rue 4 ; défendeur; comparaissant par son agent: Mme ..., attaché,

1. ÉLEMENTS DE PROCEDURE

Le Tribunal a examiné les pièces déposées au dossier de la procédure et notamment :

- la décision rendue par le Conseiller général le 13 avril 2019;

- la requête contradictoire déposée par la SPRL M. le 27 novembre 2019;

- les conclusions portant renvoi vers le Tribunal de première instance du Hainaut, division A1ons, déposées par !'ÉTAT BELGE le 23 décembre 2019.

Les articles 1, 34 à 37, 40 et 41 de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues ont été appliqués.

Il. LA COMPETENCE DU TRIBUNAL

2.1. L'ÉTAT BELGE sollicite le renvoi de la cause devant le Tribunal de première instance du Hainaut (division Mons), territorialement compétent selon lui.

2.2. La compétence ratione loci du Tribunal est fixée par l'article 632 du Code judiciaire qui dispose que « Toute contestation relative à l'application d'une loi d'impôt est de la compétence du juge qui siège au siège de la cour d'appel dans le ressort duquel est situé le bureau où la perception a été ou doit être faite ou, si la contestation n'a aucun lien avec la perception d'un impôt, dans le ressort duquel est établi le service d'imposition qui a pris la disposition contestée[.. .]. »

2.3. L'article 632 du Code judiciaire est d'ordre public puisqu'il touche aux intérêts essentiels de l'État et de la collectivité (Cass. 15 mars 1968, I, 884).

Il s'ensuit que le déclinatoire de compétence peut être utilement soulevé à tout stade de la procédure.

2.4. En l'espèce et pour l'exercice fiscal 2019, tant la SPRL M. que le service de recouvrement dont elle relève sont établis à Charleroi.

La ville de Charleroi étant située dans le ressort de la Cour d'appel de Mons, le Tribunal de première instance du Hainaut (division Mons) est la seule juridiction territorialement compétente pour connaitre de cette contestation fiscale.

Il suit que le déclinatoire de compétence est fondé.

Beschikkend gedeelte

III. LA DECISION DU TRIBUNAL

Écartant tout autre moyen devenu sans pertinence en raison de la motivation de sa décision, Le Tribunal, après avoir entendu les parties,

- ordonne le renvoi de la cause devant le Tribunal de première instance du Hainaut (division Mons) ;

- réserve les dépens.

Ce jugement est prononcé contradictoirement.

Signatures

Administratieve doctrine

2

« … een welbepaald rechtsgebied. In fiscale zaken raken zowel de materiële bevoegdheid als de territoriale bevoegdheid de openbare orde zodat het niet mogelijk is af te wijken van de voor deze procedure toepasbare regels. (voor een toepassing hiervan, zie het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant van 30.03.2020 ). Overeenkomstig artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek mag door de verweerster (in principe de administratie) de onbevoegdheid van de rechter in elke fase van de procedure worden opgeworpen. De rechter moet ambtshalve ook nagaan of de regels inzake … »

Het geding (01.05.2023)Administratieve commentaar06.11.2023

Bekijk de 2 documenten