Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 09.09.2003 (P.03.0279 N)
Factuur - valse stukken – Valsheid - Private geschriften
Wettelijke bepalingen
Art. 10, § 1, W.BTW
Samenvatting
De omstandigheid dat facturen formeel geldig zijn houdt niet in dat ze waarheidsgetrouw zijn.
Het voorschrift van art. 463, eerste lid, Sv. is ook toepasselijk op private geschriften en het is niet vereist dat de veroordeelde eigenaar is van de stukken die de rechter vals acht; de maatregel van herstel, doorhaling of verbetering moet niet worden gevorderd door het openbaar ministerie, nu die maatregel van civielrechtelijke aard is.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 09.09.2003
(P.03.0279 N)
S. C., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. E.D.W., advocaat bij de balie te Brussel, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. P.V., advocaat bij de balie te Brussel,
tegen
BELGISCHE STAAT, bestuur van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, die woonplaats heeft gekozen op het kantoor van advocaat A.V.L.J., …, verweerder, vervolgende partij.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 15 januari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer.
II. Rechtspleging voor het Hof
Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
IV. Beslissing van het Hof
A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Overwegende dat eiser geen belang heeft op te komen tegen zijn vrijspraak voor de telastlegging L;
Dat het cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk is;
B. Onderzoek van de middelen
1. Eerste middel
1.1. Eerste onderdeel
Overwegende dat het beroepen vonnis oordeelt dat eiser voor de luttele prestatie die hij diende te verrichten, een commissie van ongeveer 3.718 euro ontving en dat zijn bestraffing vooral pecuniair moet zijn, waarop het onder meer de verbeurdverklaring van dat bedrag uitspreekt;
Overwegende dat het arrest, dat naar deze motivering verwijst, hiermede motiveert waarom het de verbeurdverklaring uitspreekt en het bedrag ervan rechtvaardigt;
Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
1.2. Tweede onderdeel
Overwegende dat de appèlrechters oordelen "dat de eerste rechter ook terecht het door (eiser) gerealiseerde vermogensvoordeel verbeurd verklaarde"; dat zij aldus in feite vaststellen dat eiser het vermogensvoordeel uit het misdrijf heeft verkregen;
Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
2. Tweede middel
2.1. Eerste onderdeel
Overwegende dat de appèlrechters oordelen "dat (eiser) of zijn vennootschap nooit eigenaar is geweest van de banden noch rechtens de macht had of het recht had om de macht als een eigenaar over de goederen te beschikken, over te dragen"; dat zij, door overname van de redenen van het vonnis, eveneens overwegen:
"De NV Orship Europe was nooit eigenaar van de kwestieuze banden in de zin van artikel 544 Burgerlijk Wetboek of in de zin van artikel 10, ,§ 1, van het BTW-Wetboek, aangezien de NV Orship Europe nooit over deze banden kon beschikken, er is geen enkele overdracht van de macht als eigenaar om over het goed te beschikken, geschied (...). Het gerechtelijk onderzoek heeft duidelijk aan het licht gebracht dat de macht om als eigenaar in de zin van artikel 10, ,§ 1, van het BTW-Wetboek te beschikken bij S. en zijn schermvennootschappen bleef en dat (eiser) strikt moest uitvoeren wat hem gevraagd werd. De NV Orship Europe vertegenwoordigd door (eiser) heeft met betrekking tot de facturen opgesomd in de dagvaarding onder de telastlegging K nooit enige beslissingsmacht gehad (...)";
Dat de appèlrechters zodoende, anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, voor de beoordeling van de vraag of een levering in de zin van artikel 10, ,§ 1, BTW-Wetboek heeft plaatsgevonden, niet beslissen dat een overdracht van eigendom in de zin van artikel 544 Burgerlijk Wetboek vereist is, noch dat de bedoelde levering een overdracht van fysieke beschikkingsmacht of van economische beslissingsmacht moet inhouden;
Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist;
Overwegende dat het onderdeel, in zoverre het aanvoert dat de facturen en boekhouding van eisers vennootschap in rechte de overgang van de juridische macht om te beschikken inhouden, gericht is tegen een beoordeling van feiten en het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is;
Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is;
Overwegende dat de appèlrechters, met de hierboven geciteerde overwegingen, eisers verweer verwerpen en beantwoorden;
Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist;
2.2. Tweede onderdeel
Overwegende dat eiser werd vervolgd voor telastlegging K, met name BTW-valsheid in geschrifte en gebruik "door het opstellen van facturen uitgaande van NV Orship Europe met betrekking tot transacties tussen, enerzijds, A.T.I. en, anderzijds, BITCO teneinde de door de BVBA Bitco betaalde BTW te kunnen recupereren terwijl de facturen geen enkele reële economische transactie vertegenwoordigen, noch van BVBA A.T.I., noch van NV Orship Europe, doch slechts werden opgesteld teneinde de ontduiking van BTW via BVBA A.T.I. te verbergen en te vergemakkelijken, temeer daar deze BVBA factureerde zonder over een geregistreerd BTW-nummer te beschikken";
Overwegende dat, anders dan het onderdeel aanvoert, de eerste rechter eiser schuldig heeft bevonden aan deze ten laste gelegde feiten, zoals blijkt uit de op blz. 62 (onderaan) en 63 van het vonnis opgegeven redenen;
Overwegende dat de appèlrechters deze redenen hebben overgenomen; dat zij in het bijzonder overwegen "dat (eiser), zoals blijkt uit de stukken van het dossier (zie bestreden vonnis) kennis had van de BTW-carrousel;
(...) dat meteen, gelet op zijn medewerking met kennis van zaken aan BTW-fraude, het moreel element bewezen is";
Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist;
Dat het onderdeel, dat voor het overige is gericht tegen deze overtollige redenen, niet tot cassatie kan leiden en mitsdien niet ontvankelijk is;
2.3. Derde onderdeel
Overwegende dat de omstandigheid dat facturen formeel geldig zijn, niet inhoudt dat ze waarheidsgetrouw zijn;
Dat het onderdeel faalt naar recht;
3. Derde middel
Overwegende dat artikel 463, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat wanneer authentieke akten geheel of ten dele vals verklaard zijn, het hof of de rechtbank die van de valsheid kennis heeft genomen, beveelt dat zij zullen worden hersteld, doorgehaald of verbeterd; dat dit voorschrift ook toepasselijk is op private geschriften;
Overwegende dat de veroordeelde geen eigenaar moet zijn van de stukken die de rechter vals acht en de vermelde maatregel van civielrechtelijke aard evenmin moet worden gevorderd door het openbaar ministerie;
Dat het middel faalt naar recht;
C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Verwerpt het cassatieberoep;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Gezegde kosten begroot op de som van honderd eenenvijftig euro zeventien cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door …
Ondertekeningen
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.