Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 17.11.2025 ( 22/471/A - 22/472/A)
FIN 54670013-01
[ Gunstig vonnis ]
BTW - Exploitatie van pret- en themaparken - Horeca – BTW-tarief
Volledige tekst:
Tekst van de beslissing
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 17.11.2025
( 22/471/A - 22/472/A)
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer 8.10, heeft het volgend vonnis verleend:
In de zaak : 22/471/A & 22/472/A
Hoofdzaak
cie1 (KBO: ..., maatschappelijke zetel te ... ..., ...,
eisende partij,
hebbende als raadsman meester HAELTERMAN AXEL en meester WUYTS MAXIM, beiden advocaat
te 1050 ELSENE, Marsveldplein 5 (ref.: axel@axelhaelterman.com - maxim.wuvts@freshfields.com).
tegen :
de BELGISCHE STAAT- FOD FINANCIËN (KBO: ..., in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal-directeur van het centrum GO Brugge, met kantoor te 8000 BRUGGE, Koning Albert 1-laan 1/5, met correspondentieadres te 9050 LEDEBERG, Gaston Crommenlaan 6, bus 722,
verwerende partij,
hebbende als raadsman meester DE ZUTTER ANTHONY, advocaat te 8400 OOSTENDE,
Nieuwpoortsesteenweg 84 (ref.: info@kornukopia.be).
I. RECHTSPLEGING
AR nr. 22/471/A
Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 4 februari 2022.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde
stukken.
AR nr. 22/472/A
Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 4 februari 2022.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde
stukken.
Partijen werden gehoord op de zitting van 20 oktober 2025.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige met BTW-registratienummer ..., voor de activiteit van exploitatie van pret- en themaparken. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Eiseres exploiteert cie1, cie1 en cie1. De bezoekers krijgen toegang tot een pretpark (voor het gebruik van de attracties) na aankoop van een toegangsticket. In deze pretparken zijn er verschillende horecapunten voorzien voor de bezoekers. Op één horecapunt na wordt gewerkt met een systeem van zelfbediening. De meeste horecapunten beschikken over infrastructuur (tafels, stoelen, ...) waar de klanten gebruik kunnen van maken. De klanten nemen zelf een dienplateau en bestellen reeds voorgepakte gerechten of de gerechten worden opgeschept door een medewerker of worden bereid in de keuken. De klanten ruimen zelfde tafels af en het dienplateau wordt door de klanten geplaatst in een afruimkar. Sommige horecapunten voorzien porseleinen serviesgoed en metalen bestek. Andere horecapunten betreffen louter een uitgiftepunt zonder infrastructuur.
Bij een (privé)bezoek aan cie1 op 2 november 2017 wordt door een attaché bij de FOD Financiën vastgesteld dat bij aankoop van broodjes bij een horecapunt deze werden opgegeten aan een tafeltje. Hieromtrent werd op 17 november 2017 een proces-verbaal opgemaakt. Dit was de aanleiding om bij eiseres een controle uit te voeren wat betreft de jaren 2016 en 2017. Er werden controles uitgevoerd bij cie1, cie1 en cie1. De administratie is van mening dat er sprake is van een dienstverlening en dat het tarief van 12% (restaurantdienst) van toepassing is.
Door de administratie wordt een proces-verbaal opgesteld op 9 april 2019 wat betreft de horecapunten in cie1 (…). Volgens het proces-verbaal is eiseres verschuldigd als BTW 63.062,46 EUR en als proportionele geldboete 6.300,00 EUR. Het verschuldigde bedrag wordt door eiseres onder voorhoud betaald.
Door de administratie wordt een proces-verbaal opgesteld op 3 november 2020 wat betreft de horecapunten in cie1 (…). Volgens het proces-verbaal is eiseres verschuldigd als BTW 59.879,96 EUR en als proportionele geldboete 5.980,00 EUR. Op 14 december 2020 wordt de schuld opgenomen in het innings-en invorderingsregister.
Tegen beide processen-verbaal wordt door eiseres telkens bezwaar ingediend. Bede bezwaarschriften worden afgewezen bij beslissingen d.d. 3 augustus 2021.
Op 4 februari 2022 heeft eiseres een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie wat betreft het procesverbaal d.d. 9 april 2019 (AR nr. 22/471/A).
Op 4 februari 2022 heeft eiseres een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie wat betreft het procesverbaal d.d. 3 november 2020 (AR nr. 22/472/A).
1. Eiseres vraagt dat:
de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
de zaken met AR nrs. 22/471/A en 22/472/A worden samengevoegd;
de schulden worden vernietigd en/of ontheven;
desgevallend twee prejudiciële vragen worden gesteld aan het Europees Hof van Justitie;
ondergeschikt de administratieve geldboeten worden kwijtgescholden;
verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling aan eiseres van alle bedragen die reeds zouden zijn betaald of ingehouden ter delging van de beweerde schuld, te verhogen met de intresten conform artikel 91 WBTW;
verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding en de bijdrage fonds juridische tweedelijnsbijstand.
2. Verweerder vraagt dat:
de zaken met AR nrs. 22/471/A en 22/472/A worden samengevoegd;
de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;
eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding;
ondergeschikt de intresten worden toegekend vanaf de neerleging van het verzoekschrift.
III. BEOORDELING
A.Betreffende de toelaatbaarheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.
B.Betreffende de grond van de zaak
1. BTW-tarief
De betwisting betreft het verschil tussen de levering van voedingsmiddelen of dranken (tarief 6%; stelling van eiseres) en restaurant- en cateringdiensten (tarief 12%, stelling van verweerder).
Volgens de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting op de toegevoegde waarde (gewijzigd bij Richtlijn 2009/47/EG van de Raad van 5 mei 2009) mogen de lidstaten verlaagde tarieven toepassen op goederenleveringen en de diensten opgesomd in bijlage III. In deze bijlage III zijn vermeld levensmiddelen (met inbegrip van dranken, maar met uitsluiting van alcoholhoudende dranken) voor menselijke en dierlijke consumptie, levende dieren, zaaigoed, planten en ingrediënten die gewoonlijk bestemd zijn voor de bereiding van levensmiddelen, alsmede producten die gewoonlijk bestemd zijn ter aanvulling of vervanging van levensmiddelen. In deze bijlage III staan ook restaurantdiensten, restauratie en cateringdiensten waarbij het mogelijk is de levering van alcoholhoudende en/of niet-alcoholhoudende dranken uit te sluiten.
De Belgische wetgever heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid tot verlaagde tarieven, zowel voor de levering van voedingsmiddelen als voor restaurant- en cateringdiensten.
Conform artikel 1, eerste lid KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, bedraagt het normale tarief 21%. Het verlaagde tarief van 6% is van toepassing voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A van de bijlage. Het verlaagde tarief van 12% is van toepassing op goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage.
Conform tabel A, rubrieken Il tot XIII van de bijlage bij het vermelde KB nr. 20 wordt de levering van voedingsmiddelen (behoudens enkele uitzonderingen) en van bepaalde dranken, onderworpen aan het tarief van 6%.
Conform tabel B, rubriek I van de bijlage bij het vermelde KB nr. 20 worden restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van dranken, onderworpen aan het tarief van 12%. Conform artikel 64 §3 WBTW worden, wanneer iemand handelingen verricht m.b.t, goederen en diensten die aan een verschillend tarief zijn onderworpen, die handelingen behoudens tegenbewijs geacht voor het geheel betrekking te hebben op goederen of diensten waarvoor het hoogste tarief geldt.
Voor wat betreft haar stelling verwijst verweerder (o.a.) naar de circulaire nr. 19/2009 van 22 december 2009, de circulaire nr. 5/2011 van 27 juni 2011 en de beslissing nr. E.T. 100.714 van 24juni 2014.
Het is duidelijk dat voormelde circulaire en beslissing geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben geen bindend karakter.
Conform de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoerig van Richtlijn 2006/112 wordt onder restaurant- en cateringdiensten verstaan het verstrekken van bereide of onbereide spijzen of dranken dan wel beide, voor menselijke consumptie, in combinatie met voldoende bijkomende diensten ten behoeve van onmiddellijke consumptie van die spijzen of dranken. Het verstrekken van spijzen of dranken dan wel beide is niet meer dan een onderdeel van het geheel waarin het dienstenaspect de overhand heeft. Restaurantdiensten zijn dergelijke diensten verstrekt in de ruimte van de dienstverrichter en cateringdiensten zijn dergelijke diensten verstrekt elders dan in de ruimten van de dienstverrichter.
In vermelde uitvoeringsverordening nr. 282/2011 wordt gesteld dat het verstrekken van bereide of onbereide spijzen of dranken dan wel beide, al dan niet inclusief het vervoer ervan, maar zonder andere bijkomende diensten niet wordt aangemerkt als restaurant- en cateringdiensten.
Uit de vele vaststellingen blijkt dat er in de pretparken op verschillende plaatsen banken en picknickplaatsen aanwezig zijn, Deze kunnen gebruikt worden door bezoekers om uit te rusten of (meegebrachte of ter plaatse gekochte) dranken en/of versnaperingen te nuttigen. Het is in principe verboden om te eten of te drinken in de attracties en in de wachtrijen aan de attracties. De picknick mag volgens het reglement van de pretparken enkel geconsumeerd worden op de daartoe voorziene plaatsen. Bij cie1 worden in de … warme maaltijden, salades en dessert verkocht. Er is één toog, waarvan een deel gebruikt wordt voor de verkoop van … broodjes. De maaltijden en/of de broodjes worden afgerekend aan dezelfde kassa. De klanten nemen een dienplateau, er is een drankentoog en een toog met koude gerechten (waaronder broodjes) maar deze moeten besteld worden door de klanten, andere belegde broodjes kunnen besteld worden aan de toog en worden ter plaatse gemaakt en verpakt (…), warme gerechten moeten besteld worden door de klanten en worden geserveerd op porseleinen borden. Er zijn tafels en stoelen aanwezig waar de broodjes, gerechten en drankjes kunnen genuttigd worden. De klanten ruimen zelf de tafels af na gebruik. Personeel veegt de tafels af.
Bij cie1 hebben de horecapunten een gesloten verbruiksruimte (soms) met aangrenzend terras. Tafels, stoelen en decoraties zijn voorzien. In … worden de goederen geserveerd in servies en in glazen. Dit is ook het geval in …, … en ... In de horecapunten worden de goederen geplaatst op een dienplateau. De geserveerde gerechten betreffen o.a. balletjes in tomatensaus, stoofvlees, vol-au-vent, kip, zalm , hamburgers, frieten en pannenkoeken. De horecapunten zijn gethematiseerd.
Bij cie1 heeft het horecapunt (…) een aangrenzend terras.
Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat infrastructuur ter beschikking staat (tafels, stoelen, kinderstoelen,...) voor het nuttigen van de maaltijden en dranken. Er is decoratie (gethematiseerd) voorzien. De maaltijden worden ter plaatse bereid. De tafels worden afgeveegd door personeel. Personeel geeft de maaltijden en dranken aan (de enige die deze handelingen mogen verrichten). De tafels en stoelen worden gereinigd door personeel, en de afruimkarren worden verwijderd. Het is in principe niet toegelaten om dranken en versnaperingen te nuttigen op de attracties of in de wachtrijen aan de attracties.
De rechtbank is van oordeel dat de horecapunten van eiseres opgenomen in de processen-verbaal en de aldaar verstrekte diensten restaurantdiensten betreffen waarop het tarief van 12% van toepassing is (tabel B, rubriek I van de bijlage bij KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven).
Het feit dat de infrastructuur behorende tot de horecapunten mogelijk soms gebruikt wordt door bezoekers van het pretpark zonder aankopen bij het betreffende horecapunt (volgens het reglement is picknicken op deze plaatsen niet toegestaan), is niet relevant. Het gebruik van de infrastructuur door de klanten van het horecapunt blijft een verwante dienst die bedoeld is om de consumptie van de aangekochte maaltijden mogelijk te maken.
Eiseres bewijst geenszins dat de voorwaarden voor toepassing van het tarief van 6% voldaan zouden zijn.
2. Geldboete
Een administratieve boete van 10 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Eiseres heeft een verkeerd BTW-tarief toegepast. Het betreft geen princiepskwestie gezien tabel B, rubriek I van de bijlage bij KB nr. 20 van 20 juli 1970 duidelijk is.
De door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete van 10 % is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de zware inbreuk.
De rechtbank ziet geen enkele reden om de geldboete kwijt te schelden of te herleiden.
Een uitstel van de geldboete zou in de huidige stand van de wetgeving een volledige kwijtschelding van de geldboete betekenen, waardoor het doel van het uitstel niet wordt bereikt.
C. Betreffende de kosten
Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid GerW de gerechtskosten dragen.
De eis is in geld waardeerbaar. De waarde van de eis situeert zich tussen 100.000 en 250,000,01 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 7.848,84 EUR (geïndexeerd) bedraagt.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 7.848,84 EUR.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-
Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op maandag zeventien november tweeduizend vijfentwintig waar zitting hadden:
Lucienne De Peuter, rechter;
Jorina Teerlinck, griffier.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.