Tekst van de beslissing
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd. 17.04.2000
Dwangbevel - Tegenstelbaarheid - Bewijskracht boekhouding
Naar aanleiding van een B.T.W.-controle bij een B.T.W.-belastingplichtige kleinhandelaar in textiel wordt de boekhouding verworpen, aangezien deze de wettelijke bepalingen van het K.B. nr. 1 absoluut niet naleeft en niet kan beschouwd worden als een coherent geheel waaruit de betrouwbaarheid en bewijskracht volgt. De bevindingen van deze controle worden neergelegd in een proces-verbaal, op basis waarvan een dwangbevel wordt uitgevaardigd. De B.T.W.-belastingplichtige doet voor de rechtbank verzet tegen dit dwangbevel. Dit verzet wordt evenwel afgewezen omdat de argumenten van de B.T.W.-belastingplichtige, de schending van de procedure en het gebrek aan motivatie, door de rechtbank niet worden weerhouden.
Vierde kamer
Alleenrechtsprekend rechter: Dhr. N. Haemers
Gedelegeerd adjunct-griffier: Mevr. N. Lhoëst
Partij: B.v.b.a. West Store t. De Belgische Staat
Rolnr.: 99/750/A
I
RECHTSPLEGING
Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 11 maart 1999.
Gelet op de verwijzing van deze zaak de dato 22 november 1999, in toepassing van artikel 90 van het gerechtelijk wetboek, naar de vierde kamer van deze rechtbank.
De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 27 maart 2000.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II
BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1.
Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer 433.100.050, ingevolge de activiteit van kleinhandel in textiel. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Op 26 maart 1998 werd door Magda Levefer , eerstaanwezend verificateur bij de administratie van de BTW., Registratie en Domeinen, verbonden aan het controlecentrum te Oostende, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
Op 7 juli 1998 werd door mevrouw Levefer voornoemd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.
Op 2 december 1998 werd op basis van dit proces-verbaal door de met invordering belaste ambtenaar, overeenkomstig artikel 85, § 1 WBTW., een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 15 december 1998 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer R. Deceuninck , directeur, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW., Registratie en Domeinen te Brugge en op 18 december 1998 door de heer ontvanger bij aangetekende brief aan eiseres opgestuurd.
2.2.
Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het dwangbevel, uitgevaardigd op 2.12.1998 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 15.12.1998, wordt vernietigd. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.
2.3.
Verweerder vraagt dat het verzet onontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op 12.600,- Bf. rechtsplegingsvergoeding.
III
BEOORDELING
1
nopens de weging van de door eiseres op 13.03.2000 ter griffie neergelegde conclusie
3.1.1.
Bij beschikking van de Heer Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de dato 21.06.1999 werden de conclusietermijnen geregeld en werd de rechtsdag bepaald overeenkomstig artikel 747 § 2 van het gerechtelijk wetboek. Overeenkomstig deze beschikking kon eiseres tot en met 13 maart 2000 repliceren op de besluiten van verweerder.
Gelet op de inrichting van de 4° fiscale kamer werden bij beschikking van de Heer Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de dato 2.12.1999 de nog resterende conclusietermijnen en de rechtsdag herzien. Overeenkomstig voormelde beschikking de dato 2.12.1999 kon eiseres repliceren tot en met 17.01.2000. Verweerder diende zijn repliek neer te leggen op 14.02.2000. De rechtsdag werd bepaald op 27.03.2000.
Overeenkomstig voormelde beschikking van 2.12.1999 vraagt verweerder dan ook dat de door eiseres ter griffie neergelegde conclusie de dato 13 maart 2000 uit de debatten wordt geweerd.
Eiseres houdt echter voor dat de éénzijdige inkorting van de conclusietermijnen door de Heer Voorzitter onwettelijk is en zijn proceduriële rechten schendt. Volgens eiseres komt de beschikking de dato 2.12.1999 aldus te vervallen en is zijn ter griffie neergelegde conclusie de dato 13 maart 2000 tijdig.
3.1.2.
De Rechtbank stelt vast dat eiseres en haar raadsman op 14 december 1999 in kennis zijn gesteld van de beschikking van de Heer Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de dato 2.12.1999. Eiseres had met andere woorden nog ruim de tijd, namelijk tot 17 januari 2000, om te antwoorden op de laatste besluiten van verweerder.
Bovendien had eiseres de mogelijkheid, overeenkomstig artikel 748 § 2 van het gerechtelijk wetboek, om een nieuwe conclusietermijn aan te vragen, indien zij gedurende de termijn die aan de rechtsdag voorafgaat, een nieuw en ter zake dienend stuk of feit zou ontdekken dat nieuwe conclusies rechtvaardigt.
Het is bijgevolg duidelijk dat de beschikking van de Heer Voorzitter de dato 2.12.1999 de proceduriële rechten van eiseres niet heeft geschonden.
3.1.3.
De laattijdige besluiten van eiseres de dato 13 maart 2000 worden dan ook uit de debatten geweerd.
2
nopens de nietigverklaring van het verzet bij gebrek aan motivering
3.2.1.
Verweerder stelt dat de akte van verzet niet gemotiveerd en dus nietig is. Het gebrek aan motivering zou verweerder schaden vermits het hem onmogelijk wordt gemaakt om zijn verweer voor te dragen.
3.2.2.
Artikel 89 lid 2 WBTW. bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan gestuit worden bij een door de belastingplichtige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding.
3.2.3.
Met redenen omkleed wil zeggen dat de dagvaarding een beknopte aanduiding bevat van de middelen waarop de verzetdoener zich steunt.
De rechtspraak neemt evenwel aan dat aan de gestelde vereiste voldaan is wanneer de belastingplichtige de beweegredenen van zijn verzet door zijn conclusies laat kennen.
3.2.4.
De Rechtbank stelt vast dat uit de verzetsakte voldoende duidelijk blijkt dat eiseres van oordeel is dat verweerder ten onrechte de boekhouding heeft verworpen en dat verweerder geenszins bewijst dat er een omzettekort zou zijn.
De Rechtbank stelt verder vast dat eiser in haar neergelegde conclusies de redenen van haar verzet op een meer omstandige wijze heeft doen kennen.
3.2.5.
Er is bijgevolg voldaan aan de motiveringsverplichting. Het verzet is ontvankelijk.
3
nopens de bewijskracht van de boekhouding
3.3.1.
In het dagontvangstenboek van eiseres werden enkel de dagtotalen van de ontvangsten genoteerd, zonder dat deze ontvangsten werden gespecificeerd, wat aanduiding van de aard en de prijs per verkocht goed betreft. Tevens konden geen telbanden voorgelegd worden, niettegenstaande er in de zaak een kasregister aanwezig was.
Het is duidelijk dat de wettelijke bepalingen van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot het bijhouden van een dagontvangstenboek niet werden nageleefd.
De boekhouding kan niet als bewijskrachtig beschouwd worden wanneer het register der dagontvangsten slechts het globaal bedrag vermeldt zonder de minste verantwoordingsstukken aangaande de aard en de belangrijkheid van de ontvangsten. Hierdoor wordt het voor de administratie immers onmogelijk om de aangegeven inkomsten te onderzoeken.
3.3.2.
In de voorgelegde inventarissen van de voorraden van de goederen bestemd voor de verkoop op 31.12.1994, 31.12.1995 en 31.12.1996 werd er elk jaar een rubriek verouderde goederen ingeschreven. Voor de inventaris van 31.12.1994 werd dit geraamd op 600.000,- Bf., voor de inventaris van 31.12.1995 werd dit geraamd op 500.000,- Bf en voor de inventaris van 31.12.1996 werd dit geraamd op 200.000,- Bf.. De waarde van deze rubriek werd in mindering gebracht van de inventariswaarde en in deze rubriek werd er geen melding gemaakt van de aard en de aantallen van de goederen waarvan de waarde verminderd werd.
Een inventaris is een gedetailleerde lijst van de goederen in voorraad gewaardeerd op de afsluitdatum van het boekjaar. In casu is dit niet het geval vermits eiseres voor de opeenvolgende jaren telkens een geraamd bedrag neemt zonder zelf te weten wat de herkomst ervan is en hoe het wordt berekend.
Het is dus duidelijk dat de inventaris van eiseres niet de werkelijke voorraad weergeeft zoals de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen voorschrijft.
3.3.3.
De boekhouding van eiseres is dan ook integraal te verwerpen, nu zij niet als een coherent geheel waaruit de betrouwbaarheid en bewijskracht volgt, kan beschouwd worden.
Bijgevolg kan voormelde boekhouding niet als bewijsmiddel worden tegengeworpen tegen de wettelijke en feitelijke vermoedens aan de hand waarvan de reële omzet van de periode 1.01.1994 tot en met 31.12.1996 werd gereconstrueerd.
4
nopens de gemaakte nevenberekening
De Rechtbank stelt vast dat de nevenberekening gesteund is op het forfait en dus volkomen wettelijk is.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De Rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Weert uit de debatten de door eiseres op 13 maart 2000 ter griffie neergelegde conclusie.
Verklaart het verzet ontvankelijk, doch wijst het af als ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 12.600,- Bf., uit hoofde van de rechtplegingsvergoeding.
Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.