Bijzondere regeling, kleine onderneming · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 28 november 2002

Zoeken

Bijzondere regeling, kleine ondernemingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-regeling-kleine-onderneming-rechtbank-gent-2002-11-28-a839

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
28 november 2002

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

58 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 28.11.2002

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 28 NOVEMBER 2002

00/3713/A

In de zaak :

1. G. B., gepensioneerde, en zijn echtgenote

2. A. D. B., gepensioneerde, samenwonende te …, …,

eisers,

hebbende als raadsman Mter G. G., advocaat te …, …;

tegen :

De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur der Directe Belastingen Gent, met kantoren te 9000 GENT, Savaanstraat 11/1,

verweerder,

hebbende als raadsman Mter P. V., advocaat te …, …

vonnist de rechtbank als volgt :

1. PROCEDURE

1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 31 oktober 2002; de debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

2. DE VORDERING

De vordering strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel, uitgevaardigd door de heer D. B. M., Ontvanger van het BTW-kantoor te Wetteren op 10 december 1998 en uitvoerbaar verklaard door het tweede controlekantoor Wetteren, aangewezen door de heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Gent op 11 december 1998 en betekend aan eisers bij gerechtsdeurwaardersexploot van de heer V. D. H., gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te …, …, op verzoek van de Belgische Staat, Administratie van de Belastingen over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Wetteren, Gentse steenweg 93 op 17 december 1998;

3. FEITEN EN GESCHIL

3.1. Ter discussie ligt enkel de omzetverhoging (+ boete) die in het bestreden dwangbevel wordt toegepast.

3.2. Eisers baatten sinds geruime tijd een café uit te …, …;

In deze hoedanigheid waren zij onderworpen aan de forfaitaire regeling van caféhouders, voorzien door artikel 56, par. 1 van het BTW-Wetboek en artikel 1 van het KB nr. 2 van 7 november 1969;

3.3. Eisers gebruikten naar eigen zeggen sedert jaar en dag voor het bereiden van koffie het product nr. 78 Liquid Gourmet 2Lzilv./Arg van Douwe Egberts;

3.3.1. De ontvangsten uit de verkopen van voormelde koffie werd door eisers naar eigen zeggen steevast aangegeven onder de in de forfaitaire regeling voorziene rubriek X, met name de rubriek voor de niet-zelfbereide eetwaren (de omzet voor de verkopen aangegeven onder deze rubriek wordt volgens de forfaitaire regeling berekend door de aankoopkostprijs van het product te vermenigvuldigen met 2);

Eisers gaven de ontvangsten uit de verkopen van voormelde koffie derhalve NIET aan onder de in de forfaitaire regeling voorziene rubriek VI, met name de rubriek voor de koffie, aangezien in deze rubriek een berekening wordt gemaakt van de omzet op basis van het aantal aangekochte kilogram koffie, vermenigvuldigd met het aantal consumpties per kilogram en de eenheidsprijs van een koffie;

Dit omdat eisers naar eigen zeggen hun koffie niet aankochten in kilogrammen maar in liters koffieconcentraat waaraan alleen water moet worden toegevoegd (het product nr. 78 Liquid Gourmet 2Lzilv./Arg. van Douwe Egberts) : in de praktijk kwam, naar zeggen van eisers, een technicus van Douwe Egberts langs die samen met eisers de sterkte van koffie bepaalde;

Eisers hebben naar eigen zeggen STEEDS op deze wijze gehandeld en deze werkwijze werd nooit door de fiscale administratie in vraag gesteld, daar waar eisers verschillende malen door de fiscale administratie werden gecontroleerd;

Aldus vond, volgens eisers, de laatste controle plaats op 7 juni 1988 (uitgevoerd door de heer D. N. van de eerste controle van de BTW te Wetteren) met betrekking tot de periode 1983 tot 1986;

3.3.2. Het is bij de controle naar aanleiding van de stopzetting van de beroepsactiviteit van eisers (over de periode van 1 januari 1993 tot en met 31 december 1996, datum van de stopzetting), dat de BTW-administratie stelt dat eisers de verkoop van de koffie hadden moeten aangeven onder de rubriek XII van de forfaitaire regeling (deze rubriek is een restrubriek van de producten waarvoor de omzet niet forfaitair wordt berekend, maar waarvoor de werkelijke ontvangsten moeten worden aangegeven : het betreft de rubriek van de zelf-bereide eetwaren);

De BTW-controleur berekende de omzet uit de verkoop van de koffie door zich te baseren op een verklaring van Douwe Egbert d.d. 15 oktober 1998, luidende als volgt :

“…

Gevolggevend aan het onderhoud dat onze diensten met U hadden, bevestigen wij U graag wat volgt :

Aantal koppen mogelijk uit een verpakking van 2 L koffie concentraat (diepvries) : 400 à 450 volgens dosering.

Steeds tot uw dienst voor bijkomende inlichtingen, verblijven wij, …”

Op basis van deze verklaring berekende de BTW­controleur een omzetverhoging;

4. BESPREKING

Het komt de Rechtbank voor dat de kwistige omzetverhoging op basis van enerzijds een invulling in een ander vak van het hogervermelde formulier en van anderzijds het voormelde schrijven d.d. 15 oktober 1998 vanwege DOUWE EGBERTS, niet alleen nogal laattijdig tussenkomt maar bovendien nogal willekeurig;

De vage libellering van het voormelde schrijven d.d. 15 oktober 1998 van DOUWE EGBERTS doet meer vragen rijzen dan dat het enig antwoord geeft;

Hierop kan men bezwaarlijk enige valabele taxatie baseren;

Het feit bovendien dat de administratie van verweerder tot op het einde toe eisers steeds toegelaten heeft de ontvangsten uit de verkopen van voormelde koffie aan te geven onder de in de forfaitaire regeling voorziene rubriek X, maakt dat eisers er inmiddels rechtmatig op konden vertrouwen dat deze werkwijze de juiste was;

Hierop kan de administratie van verweerder dan ook bezwaarlijk nog retroactief terugkomen;

Beschikkend gedeelte

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

rechtdoende OP TEGENSPRAAK,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eisers ontvankelijk en gegrond;

Maakt het bestreden dwangbevel van 10 december 1998, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 11 december 1998 en betekend op 17 december 1998, ongedaan voor zover het betrekking heeft op de vordering van de Belgische Staat van de BTW op de meeromzet en van de evenredige boete op deze (vermeende) overtreding;

Veroordeelt verweerder tot de kosten;

Begroot de kosten

- in hoofde van eisers op 334,66 EURO (13.500 BEF) rechtsplegingsvergoeding + 73,80 EURO (2.977 BEF) dagvaardingskosten;

- in hoofde van verweerder op 334,66 EURO (13.500 BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen en uitgesproken door de zesde (fiscale) kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van 28 november 2002, waar aanwezig waren :

alleenzetelend rechter, M. V. D. B.,

griffier, R. D..

R. D. M. V. D. B.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 2 art. 11 voorkomen