Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie Brussel F.14.0038.N 6 maart 2015

Zoeken

Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs

https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-ontvankelijkheid-regelmatigheid-arrest-antigoon-cassatie-brussel-2015-03-06-9d78

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Zetel
Brussel
Rolnummer
F.14.0038.N
Datum
6 maart 2015

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

47 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 06.03.2015 (F.14.0038.N)

[Gunstig voor de Belgische Staat]

Bewijs - Ontvankelijkheid van het bewijs - Regelmatigheid van het bewijs - Arrest Antigoon - Antigoonrechtspraak

Wettelijke bepalingen

Antigoonrechtspraak

Samenvatting

In geval wordt besloten tot bewijsuitsluiting van onregelmatig verkregen bewijselementen, treft de bewijsuitsluiting ook de resultaten van alle volgende, regelmatig uitgevoerde onderzoeksmaatregelen die steunen op het eerder verkregen onrechtmatig verkregen bewijs; de enkele omstandigheid dat onrechtmatig verkregen bewijzen aanleiding waren tot het uitvoeren van deze nieuwe onderzoeksmaatregel heeft niet tot gevolg dat de resultaten van deze nieuwe onderzoeksmaatregel die zelf niet steunen op het onrechtmatig verkregen bewijzen, niet in aanmerking mogen worden genomen.

Tekst van het Arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 06.03.2015 (F.14.0038.N)

1. C. B., 2. F. V. S., eisers, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur van de Stafdienst Logistiek te Brussel, met kantoor te 1030 Schaarbeek, Koning Albert IIlaan 33, bus 971, North Galaxy, Toren B, tweede verdieping, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. Rechtspleging voor het hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 februari 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 3 december 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Feiten

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, het volgende:

de eisers zijn de erfgenamen van wijlen F. v.S.;

in het kader van het KB-Lux dossier is gebleken dat wijlen F. v. S. en de eiseres over een rekening in Luxemburg zouden beschikken waarvan door de eisers geen melding werd gemaakt in de aangifte van nalatenschap;

de verweerder heeft, na inzage in het KB-Lux dossier, een bankonderzoek ingesteld bij de Fortis bank;

dit bankonderzoek bracht aan het licht dat van een rekening van F. v. S., binnen drie jaar voor zijn overlijden, in totaal 15.000.000 BEF was afgehaald;

de eisers werden door de verweerder verzocht om een bijvoeglijke aangifte in te dienen zowel voor de tegoeden bij KB-Lux als voor de voor het overlijden afgehaalde tegoeden bij Fortis Bank;

aangezien de eisers dit nalieten, werd ten hunne laste een dwangbevel uitgevaardigd.

De appelrechters oordelen dat niet is aangetoond dat de microfiches afkomstig uit het KB-Lux dossier waarop de namen van wijlen F. v. S. en de eiseres voorkomen, op regelmatige wijze in het bezit zijn gekomen van de verweerder. Op die grond beslissen zij dat geen successierechten verschuldigd zijn op de tegoeden die de erflater volgens de verweerder had bij KB-Lux.

Wat de geldafnames bij Fortis Bank betreft, oordelen zij dat het feit dat er zonder de KB-Lux zaak geen bankonderzoek zou zijn ingesteld, niet van belang is om uit te maken of de administratie regelmatig tot dit onderzoek is overgegaan en dat het bankonderzoek op regelmatige wijze werd gevoerd. Op die gronden beslissen zij dat op de geldafnames bij Fortis Bank wel successierechten verschuldigd zijn, met bijhorende boete en interesten.

IV. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

Door te oordelen dat het feit dat er zonder de KB-Lux zaak geen bankonderzoek zou zijn ingesteld niet van belang is om uit te maken of de administratie rechtmatig tot dit onderzoek is overgegaan, beantwoorden de appelrechters het verweer dat ook de elementen opgeleverd door het bankonderzoek als onrechtstreekse vrucht van de op onregelmatige wijze verkregen fiches zelf onbruikbaar

zijn.

In zoverre het onderdeel miskenning van de motiveringsverplichting aanvoert, mist het feitelijke grondslag.

In geval wordt besloten tot bewijsuitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijselementen, treft de bewijsuitsluiting ook de resultaten van alle volgende, regelmatig uitgevoerde onderzoeksmaatregelen die steunen op het eerder verkregen onrechtmatig verkregen bewijs.

De enkele omstandigheid dat onrechtmatig verkregen bewijzen aanleiding waren tot het uitvoeren van een nieuwe onderzoeksmaatregel heeft niet tot gevolg dat de resultaten van deze nieuwe onderzoeksmaatregel die zelf niet steunen op de onrechtmatig verkregen bewijzen, niet in aanmerking mogen worden genomen.

In zoverre het onderdeel in zijn overige grieven volledig uitgaat van de veronderstelling dat wanneer wordt vastgesteld dat een onderzoeksmaatregel niet zou hebben plaatsgevonden zonder de op onregelmatige wijze verkregen bewijselementen, de door deze onderzoeksmaatregel opgeleverde elementen evenmin als bewijs mogen worden aangewend, steunt het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het derhalve naar recht.

Tweede onderdeel

4. Het onderdeel dat steunt op de voormelde onjuiste rechtsopvatting, faalt eveneens naar recht.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 236,91 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 6 maart 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Ondertekeningen