ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer)
19 juni 2025 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Fiscale bepalingen – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Richtlijn 2006/112/EG – Vrijstellingen voor bepaalde activiteiten van algemeen belang – Artikel 132 – Openbare postdiensten – Richtlijn 97/67/EG – Artikel 12 – Leverancier van de universele postdienst – Begrippen ‚openbare postdienst’ en ‚dienst van openbaar belang’”
In zaak C‑785/23,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Varhoven administrativen sad (hoogste bestuursrechter, Bulgarije) bij beslissing van 18 december 2023, ingekomen bij het Hof op 19 december 2023, in de procedure
Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika” Sofia pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
tegen
„Bulgarian posts” EAD,
in tegenwoordigheid van:
Varhovna administrativna prokuratura,
wijst
HET HOF (Tiende kamer),
samengesteld als volgt: D. Gratsias, kamerpresident, E. Regan (rapporteur) en B. Smulders, rechters,
advocaat-generaal: M. Szpunar,
griffier: R. Stefanova-Kamisheva, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 24 januari 2025,
gelet op de opmerkingen van:
– de Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika” Sofia pri Tsentralno upravlenie na Natsionalna agentsia za prihodite, vertegenwoordigd door M. Bakalova en E. Pavlova,
– „Bulgarian posts” EAD, vertegenwoordigd door V. D. Gerdzhikov en M. Peneva, advokati,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door M. Herold, M. Ilkova en J. Szczodrowski als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Dictum
Het Hof (Tiende kamer) verklaart voor recht:
Artikel 132, lid 1, onder a), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, gelezen in het licht van artikel 12, tweede en vierde streepje, van richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst, zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008,
moet aldus worden uitgelegd dat
het eraan in de weg staat dat postdiensten die in overeenstemming met afzonderlijke overeenkomsten worden verricht door een houder van een individuele vergunning voor het aanbieden van de universele postdienst, in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling van dat artikel 132, wanneer dergelijke diensten, die bedoeld zijn om tegemoet te komen aan de bijzondere behoeften van de betrokkenen zonder dat zij aan alle gebruikers worden aangeboden, worden verleend onder andere en gunstigere voorwaarden dan die welke zijn goedgekeurd door de nationale instantie die in de betrokken lidstaat is aangewezen om de universele postdienst te reguleren, of dan die welke zijn vastgesteld in de normen voor die dienst.