Beschikking van het Hof van 18 oktober 1979, 40/70, Sirena Srl · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Voltallige zitting 40/70 ECLI:EU:C:1979:236 18 oktober 1979

Zoeken

Beschikking van het Hof van 18 oktober 1979, 40/70, Sirena SrlEEG-Verdrag art. 177 en art. 85

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-40-70-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Voltallige zitting
Zaak
40/70
ECLI
ECLI:EU:C:1979:236
Datum
18 oktober 1979

Naar het dictum

De zaak

Advocaat-generaal
Capotorti

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Italiaans
Jurisprudentie
Jurispr. 1979, blz. 3169
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Touffait
Repertorium van het Hof

Tekst

24 paragrafen

In zaak 40/70,

betreffende het verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunale civile e penale te Milaan, om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 85 en 86 EEG-Verdrag in het voor die rechterlijke instantie aanhangig geding tussen

SIRENA SRL

EDA SRL EN ANDEREN

aan welk verzoek het Hof van Justitie bij arrest van 18 februari 1971 heeft voldaan.

De in staat van faillissement verkerende vennootschap Novimpex Srl heeft op 2 augustus 1979 krachtens artikel 40 van het Statuut van het Hof van Justitie en artikel 102 van het Reglement voor de procesvoering het Hof verzocht om uitlegging van het arrest van 18 februari 1971 in zaak 40/70 (Jurispr. 1971, blz. 70), gewezen naar aanleiding van een prejudiciële verwijzing van het Tribunale te Milaan in een geschil tussen de vennootschap Sirena en anderen, waaronder Novimpex.

De vennootschap Novimpex stelt dat uitlegging van het arrest in zaak 40/70 noodzakelijk is, gezien de verdere ontwikkeling van 's Hofs rechtspraak inzake de uitoefening van industriële en commerciële eigendomsrechten, zoals neergelegd in de arresten van 3 juli 1974 (zaak 192/73, Hag, Jurispr. 1974, blz. 731), 31 oktober 1974 (zaak 15/74, Centrafarm, ibid., blz. 1148) en 22 juni 1976 (zaak 119/75, Terrapin-Terranova, Jurispr. 1976, blz. 1040). Aan deze ontwikkeling zou zijn aangeknoopt door de Italiaanse rechterlijke instanties waarvoor de zaak-Sirena aanhangig is gemaakt na de beslissing die het Tribunale te Milaan in aansluiting op 's Hofs arrest in zaak 40/70 heeft genomen. De vennootschap Novimpex verzoekt het Hof in feite, ze in een interpretatief arrest te preciseren.

Met betrekking tot dit verzoek moet worden opgemerkt dat artikel 177 EEG-Verdrag vorm geeft aan een rechtstreekse samenwerking tussen het Hof van Justitie en de nationale rechterlijke instanties door middel van een niet-contentieuze procedure, waartoe het initiatief niet van de procespartijen kan uitgaan. Deze worden in de loop van die procedure enkel uitgenodigd hun opmerkingen te maken binnen het door de verwijzende rechter vastgelegde juridisch kader.

Indien dus, binnen de grenzen van artikel 177, het uitsluitend aan de nationale rechterlijke instanties staat om te beslissen of, en zo ja waarover, prejudiciële vragen zullen worden gesteld, dan zijn het bij gevolg ook alleen deze instanties die hebben te beoordelen of zij voldoende zijn voorgelicht door de op hun verzoek of op verzoek van een lagere rechter gegeven prejudiciële beslissing, dan wel of het noodzakelijk is zich wederom tot het Hof van Justitie te wenden. De partijen in het bodemgeschil kunnen mitsdien niet met een beroep op artikel 40 van 's Hofs Statuut en artikel 102 van het Reglement voor de procesvoering het Hof om uitlegging van de krachtens genoemd artikel 177 gewezen arresten vragen.

Derhalve dient het op 2 augustus 1979 ingediende verzoek van de vennootschap Novimpex ambtshalve niet ontvankelijk te worden verklaard.

Daar geen kosten zijn ontstaan, behoeft daarover niet te worden beslist.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE,

samengesteld als volgt:

H. Kutscher, president, A. O'Keeffe en A. Touffait, kamerpresidenten, J. Mertens de Wilmars, P. Pescatore, Mackenzie Stuart, G. Bosco, T. Koopmans en O. Due, rechters,

advocaat-generaal: F. Capotorti

griffier: A. Van Houtte

geeft de navolgende

BESCHIKKING

Het verzoek van de vennootschap Novimpex is niet ontvankelijk.

Luxemburg, 18 oktober 1979.

De griffier

A. Van Houtte

De president

H. Kutscher

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

3
EEG-Verdrag art. 1772 voorkomens
EEG-Verdrag art. 851 voorkomen
EEG-Verdrag art. 861 voorkomen

Rechtspraak

1

Europese Unie

1

Hof van JustitieBeschikkingC-116/9628.04.1998

Herziening van arrest, arrest in prejudiciële zaak

Bekijk het document