Volgens de bewoordingen van de bepaling geldt de vrijstelling niet voor laatstgenoemde categorie van handelingen. Met uitzondering van de Italiaanse versie, die het in het algemeen heeft over „prestazioni mediche” („medische verrichtingen”), verwijzen alle andere versies, zelfs al gebruiken zij verschillende uitdrukkingen, enkel naar de verrichtingen inzake de gezondheid van personen. Zo verwijzen de Duitse versie, die spreekt van „Heilbehandlungen”17, en de Franse versie, die het heeft over „prestations de soins à la personne”, uitdrukkelijk naar het begrip medische bijstand aan personen. Bovendien treft men in de Engelse, de Deense, de Nederlandse, de Griekse, de Finse, de Zweedse18, de Spaanse en de Portugese19 versie analoge uitdrukkingen aan. De Italiaanse versie verschilt hierin van de andere taalversies, dat zij een algemene formulering gebruikt („prestazioni mediche”), die evenwel juist wegens de algemene aard ervan niet in de weg staat aan een beperkende uitlegging van de vrijstelling.20
Uit de ratio van de in de bedoelde bepaling vervatte BTW-vrij stelling voor gezondheidskundige verzorging blijkt trouwens vrij duidelijk, dat een dergelijke vrijstelling gegrond is op de noodzaak om de medische kosten te verminderen en zodoende de toegang tot de bescherming van de gezondheid te verbeteren. Zou anders worden geredeneerd, en zou er met andere woorden van worden uitgegaan dat de vrijstelling geldt voor elke beroepsactiviteit van artsen, dan zou de werkingssfeer van de bepaling worden uitgebreid tot werkzaamheden die niet in verband staan met de gezondheid van de mens en zouden ten onrechte zeer verschillende situaties en belangen gelijk worden behandeld. Zoals het Verenigd Koninkrijk terecht opmerkt, is de bescherming van de gezondheid van de mens een ander belang dan de technische bijstand van artsen aan een rechterlijke instantie in het kader van een geding. Alles welbeschouwd verschilt laatstgenoemde activiteit niet van technische adviezen van deskundigen uit andere dan het medische domein, zoals ingenieurs, accountants en psychologen, en gaat het dus niet op de deskundigenactiviteit van artsen wél, en de analoge activiteit van andere vakmensen niet vrij te stellen. Hierbij zij aangetekend, dat de vrijstellingen afwijkingen op de regel van de veralgemeende toepassing van de belasting vormen en derhalve beperkend moeten worden uitgelegd.
Bovendien volgt duidelijk uit de rechtspraak van het Hof, dat de vrijstelling strikt moet worden uitgelegd. In voormeld arrest Commissie/Verenigd Koninkrijk, waarin de draagwijdte van de vrijstelling van artikel 13, A, lid 1, sub c, is onderzocht, heeft het Hof verklaard21 dat de vrijgestelde verrichtingen worden gesteld „in het kader van de vertrouwensrelatie tussen de patiënt en degene die de verzorging verstrekt”, waaruit mag worden afgeleid dat andere aan artsen voorbehouden beroepshandelingen, zoals door de rechter gelaste medische onderzoeken, niet onder de vrijstelling vallen, aangezien zij buiten bedoelde relatie worden gesteld en niets te maken hebben met zorgverstrekking aan de mens.
Een andere conclusie is mijns inziens niet mogelijk, want omdat de vrijstelling beperkend wordt uitgelegd en in wezen toegespitst is op de verzorgingsfunctie van de medische handeling, moet voor de toepassing van de BTW de aard van de handeling van geval tot geval worden vastgesteld. Op fiscaal vlak is het bestaan van duidelijke en objectieve criteria voor de al dan niet toepassing van de belasting een vereiste, en dit vereiste vindt bevestiging in de inleiding van artikel 13, A, lid 1, dat de noodzaak onderstreept van een „juiste en eenvoudige toepassing van de vrijstellingen”. Mijns inziens kan de beperkende uitlegging van de vrijstelling echter geen aanleiding geven tot wezenlijke problemen, aangezien de verzorging van de mens als criterium geldt om de vrijgestelde medische handelingen te onderscheiden van alle andere handelingen van artsen geleverd in het kader van hun beroepsuitoefening. Hoe dan ook kan die vermeende moeilijkheid er niet toe leiden dat de vrijstelling wordt uitgebreid tot voorbij de grenzen die de communautaire wetgever daarvoor duidelijk heeft vastgelegd: er zij aan herinnerd dat het fundamenteel beginsel van de Zesde richtlijn is dat de BTW algemeen moet gelden, en dat dit beginsel moet worden nageleefd wanneer de betrokkenen niet aantonen dat er specifieke gronden bestaan om een ruime uitlegging van de vrijstelling te rechtvaardigen. De vrijstelling is een afwijkende bepaling die, behoudens wanneer uitdrukkelijk anders is bepaald, beperkend moet worden uitgelegd.
Een deel van de eerste vraag verwijst specifiek naar de hoedanigheid van gerechtelijk deskundige van de arts die de medische handeling stelt in een omstandigheid waarin de vrijstelling zou moeten worden toegepast. Zodra is uitgesloten dat de daarin bedoelde onderzoeken van erfelijk materiaal tot vaststelling van vaderschap tot de geneeskundige verzorging van de mens behoren, behoeft geen uitspraak meer te worden gedaan over de vraag of het voor de werkingssfeer van de vrijstelling van belang is dat de instantie die het deskundigenonderzoek heeft gelast, een overheidskarakter heeft. Mijns inziens mag dit aspect in ieder geval niet in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de omvang van de vrijstelling: zoals gezegd, zijn daartoe enkel de aard en de doelstelling van de handeling beslissend.