Arrest van het Hof van 13 december 2001, C-372/00 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen C-372/00 ECLI:EU:C:2001:702 13 december 2001

Zoeken

Arrest van het Hof van 13 december 2001, C-372/00EG-Verdrag art. 226, richtlijn 96/48 art. 23

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-372-00-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Zaak
C-372/00
ECLI
ECLI:EU:C:2001:702
Datum
13 december 2001

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming gegrond
Zaak ingediend op
10 oktober 2000
Advocaat-generaal
Geelhoed

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Jurisprudentie
Jurispr. 2001, blz. I-10303
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Sevón
Repertorium van het Hof

Tekst

22 paragrafen

Arrest

1.

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 10 oktober 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PB L 235, blz. 6; hierna: „richtlijn”), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

2.

De richtlijn heeft met name tot doel, de onderlinge koppeling en de interoperabiliteit van de nationale netten voor hogesnelheidstreinen alsmede de toegang tot deze netten te bevorderen.

3.

Artikel 23, lid 1, van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten uiterlijk 30 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om aan deze richtlijn te voldoen en dat zij de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis stellen.

4.

Artikel 25 van de richtlijn bepaalt, dat zij „in werking [treedt] op de eenentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen”. Aangezien de richtlijn op 17 september 1996 is bekendgemaakt, is zij dus op 8 oktober 1996 in werking getreden en verstreek de omzettingstermijn op 8 april 1999.

5.

Overeenkomstig de procedure van artikel 226, eerste alinea, EG heeft de Commissie, na Ierland in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, deze lidstaat bij brief van 27 januari 2000 een met redenen omkleed advies toegezonden, met het verzoek binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van dit advies de nodige maatregelen te nemen om aan zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.

6.

Bij brief van 14 april 2000 heeft Ierland verklaard dat de richtlijn voor 31 augustus 2000 zou worden omgezet. Aangezien de richtlijn op deze datum echter niet was omgezet, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.

7.

De Commissie is van mening dat Ierland, door niet de voor de omzetting van de richtlijn noodzakelijke maatregelen vast te stellen, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 10, eerste alinea, EG en 249, derde alinea, EG alsmede krachtens de richtlijn.

8.

Ierland erkent dat het de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn heeft omgezet.

9.

De Ierse regering merkt echter op dat er in Ierland op dit moment nog geen enkele hogesnelheidstrein operationeel is, noch in de nabije toekomst zal zijn. Bovendien zijn de technische specificaties inzake interoperabiliteit (TSI's) bedoeld in hoofdstuk II van de richtlijn, nog niet goedgekeurd en uitgewerkt.

10.

Vastgesteld moet worden dat de richtlijn in Ierland nog niet is omgezet, zoals de Ierse regering ook heeft erkend.

11.

Zoals de advocaatgeneraal in punt 6 van zijn conclusie heeft beklemtoond, is het niet relevant dat er in Ierland nog geen enkele hogesnelheidstrein operationeel is. Het feit dat een bepaalde activiteit waarop een richtlijn betrekking heeft, in een lidstaat niet bestaat, kan deze lidstaat immers niet ontheffen van zijn verplichting wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen te treffen ter verzekering van een adequate omzetting van de bepalingen van die richtlijn (arrest van 16 november 2000, Commissie/Griekenland, C-214/98, Jurispr. blz. I-9601, punt 22).

12.

Alle rechtssubjecten in Ierland dienen immers net als andere rechtssubjecten binnen de Gemeenschap, hun rechten en plichten te kennen wanneer in een voorkomend geval in deze lidstaat een hogesnelheidsspoorwegsysteem gecreëerd en geëxploiteerd zal worden.

13.

Slechts wanneer de omzetting van een richtlijn om geografische redenen geen feitelijk doel dient, hoeft deze omzetting niet plaats te vinden (zie in deze zin arrest van 7 juli 1987, Commissie/Italië, 420/85, Jurispr. blz. 2983, punt 5). Dat is niet het geval in Ierland zoals blijkt uit kaart 3.7, opgenomen in bijlage I bij beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een transeuropees vervoersnet (PB L 228, blz. 1).

14.

In het geval van de TSI's volgt niet uit de bewoordingen van de richtlijn en met name uit artikel 23 daarvan, dat de uitwerking van TSI's een noodzakelijke voorwaarde voor de omzetting van de richtlijn is.

15.

Hieruit volgt dat het feit dat de TSI's nog niet zijn goedgekeurd, niet relevant is bij de beoordeling of Ierland zijn verplichtingen is nagekomen.

16.

Aangezien de richtlijn niet binnen de voorgeschreven termijn is omgezet, moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.

17.

Bijgevolg moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Kosten

18.

Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, dient het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),

rechtdoende, verstaat:

1) Door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hogesnelheidsspoorwegsysteem, is Ierland de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

2) Ierland wordt verwezen in de kosten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

5
EG-Verdrag art. 2262 voorkomens
richtlijn 96/48 art. 232 voorkomens
EG-Verdrag art. 101 voorkomen
richtlijn 96/48 art. 251 voorkomen

Rechtspraak

3

Europese Unie

3

Hof van JustitieC-441/0030.05.2002

EG-Verdrag art. 226, richtlijn 96/48 art. 23

Conclusie van de advocaat-generaalC-41/0905.10.2010

Belasting over toegevoegde waarde

Bekijk de 3 documenten