Beschikking van het Hof van 5 maart 1986, 318/85 · Europese rechtspraak, andere materies

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Voltallige zitting 318/85 ECLI:EU:C:1986:106 5 maart 1986

Zoeken

Beschikking van het Hof van 5 maart 1986, 318/85EEG-Verdrag art. 177

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-318-85-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Voltallige zitting
Zaak
318/85
ECLI
ECLI:EU:C:1986:106
Datum
5 maart 1986

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing niet-ontvankelijk
Verwijzende rechter
Commissione consultiva per le infrazioni valutarie (Italië) beslissing van 4 oktober 1985 65677
Zaak ingediend op
25 oktober 1985
Advocaat-generaal
Mancini

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak, andere materies
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Italiaans
Jurisprudentie
Jurispr. 1986, blz. 955
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Koopmans
Repertorium van het Hof

Tekst

27 paragrafen

Beschikking van het Hof

5 maart 1986

In zaak 318/85,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie, in de aldaar dienende strafzaak tegen

R. Greis Unterweger,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de bepalingen van het gemeenschapsrecht die gelden voor de controle op deviezenbewegingen,

geeft

HET HOF VAN JUSTITIE,

samengesteld als volgt: Mackenzie Stuart, president, T. Koopmans, U. Everling, K. Bahlmann en R. Joliét, kamerpresidenten, G. Bosco, O. Due, Y. Galmot, C. Kakouris, T. F. O'Higgins, F. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida en G. C. Rodriguez Iglesias, rechters,

advocaatgeneraal: G. F. Mancini

griffier: P. Heim

de advocaatgeneraal gehoord,

de navolgende

BESCHIKKING

1.

Bij advies van 4 oktober 1985, ingekomen ten Hove op 25 oktober daaropvolgende, heeft de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie (Commissie van advies inzake overtredingen van de deviezenbepalingen) te Rome krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een aantal vragen gesteld betreffende de gemeenschapsrechtelijke bepalingen en beginselen die gelden voor de controle op deviezenbewegingen.

2.

Uit de door de Italiaanse regering en de Commissie ingediende opmerkingen en uit de daarin genoemde Italiaanse wettelijke bepalingen blijkt, dat de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie (hierna: de Commissione) een orgaan van het Italiaanse ministerie van de Schatkist is; zij dient een met redenen omkleed advies uit te brengen over de sancties die de minister van de Schatkist moet opleggen aan degenen die de Italiaanse wettelijke regeling inzake deviezentransfers hebben overtreden; zij is samengesteld uit een magistraat als voorzitter en een aantal hoge ambtenaren; de toepasselijke regeling verplicht de Commissione niet om een procedure op tegenspraak te houden waarin de betrokkene persoonlijk of bij monde van zijn raadsman zijn standpunt kan uiteenzetten; de betrokkene kan zich niet zelf tot de Commissione wenden, daar deze alleen bijeenkomt op verzoek van de overheidsorganen die overtredingen hebben vastgesteld; het door de Commissione uitgebrachte advies is niet verbindend voor de minister, wie het vrijstaat het op te volgen of niet.

3.

Opmerking verdient voorts, dat de door de minister van de Schatkist na advies van de Commissione opgelegde sancties door de betrokkenen kunnen worden betwist voor de gewone rechter, die ter zake volledige rechtsmacht heeft.

4.

Volgens artikel 177 EEG-Verdrag is verwijzing naar het Hof slechts mogelijk, wanneer een rechterlijke instantie van een Lid-Staat uitspraak moet doen in het kader van een procedure die tot een beslissing in rechte moet leiden. Dit laatste is in casu niet het geval, daar de Commissione niet tot taak heeft geschillen te beslechten, doch in het kader van een administratieve procedure adviezen uit te brengen.

5.

Het Hof is dus kennelijk niet bevoegd om uitspraak te doen over het hem door de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie voorgelegde advies.

6.

Onder deze omstandigheden dient het Hof zich met toepassing van artikel 92 van het Reglement voor de procesvoering ambtshalve onbevoegd te verklaren.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE

beschikt:

Het door de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie ingediende verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.

Luxemburg, 5 maart 1986.

De griffier

P. Heim

De president

A. J. Mackenzie Stuart

Voetnoten

  • *1Procestaai: Italiaans.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

1
EEG-Verdrag art. 1773 voorkomens

Rechtspraak

2

Europese Unie

2

Hof van JustitieBeschikkingC-102/1725.04.2018

Begrip ‚rechterlijke instantie van een der lidstaten’

Hof van JustitieC-134/9712.11.1998

Toetredingsakte Zweden, overgangsbepalingen

Bekijk de 2 documenten

Rechtsleer

1
Conti, Marcello: Legittimazione a proporre domanda di pronuncia pregiudiziale alla Corte ai sensi dell'art. 177 del Trattato CEE, Rassegna dell'avvocatura dello Stato 1986 I Sez.II p.435-440