Beschikking van het Hof
5 maart 1986
In zaak 318/85,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie, in de aldaar dienende strafzaak tegen
R. Greis Unterweger,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de bepalingen van het gemeenschapsrecht die gelden voor de controle op deviezenbewegingen,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: Mackenzie Stuart, president, T. Koopmans, U. Everling, K. Bahlmann en R. Joliét, kamerpresidenten, G. Bosco, O. Due, Y. Galmot, C. Kakouris, T. F. O'Higgins, F. Schockweiler, J. C. Moitinho de Almeida en G. C. Rodriguez Iglesias, rechters,
advocaatgeneraal: G. F. Mancini
griffier: P. Heim
de advocaatgeneraal gehoord,
de navolgende
BESCHIKKING
Bij advies van 4 oktober 1985, ingekomen ten Hove op 25 oktober daaropvolgende, heeft de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie (Commissie van advies inzake overtredingen van de deviezenbepalingen) te Rome krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een aantal vragen gesteld betreffende de gemeenschapsrechtelijke bepalingen en beginselen die gelden voor de controle op deviezenbewegingen.
Uit de door de Italiaanse regering en de Commissie ingediende opmerkingen en uit de daarin genoemde Italiaanse wettelijke bepalingen blijkt, dat de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie (hierna: de Commissione) een orgaan van het Italiaanse ministerie van de Schatkist is; zij dient een met redenen omkleed advies uit te brengen over de sancties die de minister van de Schatkist moet opleggen aan degenen die de Italiaanse wettelijke regeling inzake deviezentransfers hebben overtreden; zij is samengesteld uit een magistraat als voorzitter en een aantal hoge ambtenaren; de toepasselijke regeling verplicht de Commissione niet om een procedure op tegenspraak te houden waarin de betrokkene persoonlijk of bij monde van zijn raadsman zijn standpunt kan uiteenzetten; de betrokkene kan zich niet zelf tot de Commissione wenden, daar deze alleen bijeenkomt op verzoek van de overheidsorganen die overtredingen hebben vastgesteld; het door de Commissione uitgebrachte advies is niet verbindend voor de minister, wie het vrijstaat het op te volgen of niet.
Opmerking verdient voorts, dat de door de minister van de Schatkist na advies van de Commissione opgelegde sancties door de betrokkenen kunnen worden betwist voor de gewone rechter, die ter zake volledige rechtsmacht heeft.
Volgens artikel 177 EEG-Verdrag is verwijzing naar het Hof slechts mogelijk, wanneer een rechterlijke instantie van een Lid-Staat uitspraak moet doen in het kader van een procedure die tot een beslissing in rechte moet leiden. Dit laatste is in casu niet het geval, daar de Commissione niet tot taak heeft geschillen te beslechten, doch in het kader van een administratieve procedure adviezen uit te brengen.
Het Hof is dus kennelijk niet bevoegd om uitspraak te doen over het hem door de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie voorgelegde advies.
Onder deze omstandigheden dient het Hof zich met toepassing van artikel 92 van het Reglement voor de procesvoering ambtshalve onbevoegd te verklaren.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt:
Het door de Commissione consultiva per le infrazioni valutarie ingediende verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.
Luxemburg, 5 maart 1986.
De griffier
P. Heim
De president
A. J. Mackenzie Stuart
Voetnoten
- *1Procestaai: Italiaans.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
1Rechtspraak
2Europese Unie
2Hof van JustitieBeschikkingC-102/1725.04.2018
Begrip ‚rechterlijke instantie van een der lidstaten’
Hof van JustitieC-134/9712.11.1998