Arrest van het Hof (Tweede Kamer)
15 maart 1989
in de gevoegde zaken 317/86, 48, 49, 285 en 363 tot en met 367/87, 65 en 78 tot en met 80/88,
betreffende verzoeken aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag
1) in zaak 317/86 van het tribunal de grande instance te Argentan, in het aldaar aanhangig geding tussen
Philippe Lambert, te Fiers,
Directeur des services fiscaux de l'Orne,
2) in de zaken 48 en 49/87 van het tribunal de grande instance te Verdun, in de aldaar aanhangige gedingen tussen
Marie-Thérèse Charbonelle, te Flize (zaak 48/87) en
Willot SARL, te Vandœuvre-les-Nancy (zaak 49/87)
Directeur des services fiscaux de la Meuse,
3) in zaak 285/87 van het tribunal de grande instance te Nîmes, in het aldaar aanhangig geding tussen
Établissements Dico SARL, te Avignon,
Directeur des services fiscaux du Gard,
4) in de zaken 363 tot en met 367/87 en 78 tot en met 80/88 van het tribunal de grande instance te Bonneville, in de aldaar aanhangige gedingen tussen
Sofel SARL, te Sallanches (zaken 363 en 366/87 en 79/88),
Jean-Pierre Auber, te Megève (zaken 364 en 365/87),
Pellerey Display SARL, te Sallanches (zaken 367/87 en 78/88) en
Jean Mentreau, te Chatel (zaak 80/88),
Directeur des services fiscaux de la Haute-Savoie,
5) in zaak 65/88 van het tribunal de grande instance te Nîmes, in het aldaar aanhangig geding tussen
Louis Garcia, te Nîmes,
Directeur des services fiscaux du Gard,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 33 van de Zesde BTW-richtlijn en de artikelen 30 en 95 EEG-Verdrag.
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: T. F. O'Higgins, kamerpresident, G. F. Mancini en F. A. Schockweiler, rechters,
(rechtsoverwegingen niet opgenomen)
uitspraak doende op de vragen gesteld door de tribunaux de grande instance te Argentan, Verdun, Nîmes en Bonneville bij vonnissen van 6 november 1986, 12 februari 1987, 29 juni 1987, 24 juli 1987, 28 oktober 1987 en 13 januari 1988, verklaart voor recht:
1) Artikel 33 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd, dat de Lid-Staten sedert de invoering van het gemeenschappelijk BTW-stelsel de onder de BTW vallende leveringen van goederen, dienstverrichtingen of importen niet meer mogen belasten met belastingen, rechten of heffingen die het karakter van een omzetbelasting hebben.
2) Als belasting met het karakter van een omzetbelasting kan niet worden beschouwd een belasting die, hoewel van verschillende hoogte naar gelang van de kenmerken van het belaste goed en, eventueel, van de plaats waar het zich bevindt, gebaseerd is op het enkele ter beschikking stellen van het goed aan het publiek, zonder dat de ontvangsten die met die terbeschikkingstelling kunnen worden verkregen, in aanmerking worden genomen.
3) Artikel 95 is eveneens van toepassing op binnenlandse belastingen die op het gebruik van ingevoerde produkten worden gelegd, wanneer deze produkten naar hun aard voor dat gebruik zijn bestemd en enkel met het oog daarop worden ingevoerd.
4) Een stelsel waarbij de progressie van de belasting verband houdt met de verschillende categorieën van speelautomaten, waarmee legitieme maatschappelijke doelstellingen worden nagestreefd en dat de binnenlandse produktie niet fiscaal bevoordeelt ten koste van de soortgelijke of concurrerende ingevoerde produktie, is niet onverenigbaar met artikel 95.
5) Artikel 30 van het Verdrag is niet van toepassing op de belastingheffing op produkten van oorsprong uit andere Lid-Staten, waarvan de verenigbaarheid met het Verdrag aan artikel 95 moet worden getoetst.
Voetnoten
- *1Procestaal: Frans.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
5Rechtspraak
2Europese Unie
2Conclusie van advocaat-generaal Stix-HacklC-475/0314.03.2006
Verbod op heffing van andere nationale belastingen die karakter van omzetbelasting bezitten
Conclusie van advocaat-generaal DarmonC-208/9117.09.1992