Arrest van het Hof van 6 mei 2010, C-311/09 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Unie Zevende kamer C-311/09 ECLI:EU:C:2010:257 6 mei 2010

Zoeken

Arrest van het Hof van 6 mei 2010, C-311/09Opneming van geneesmiddelen voor menselijk gebruik in nationale stelsels van gezondheidszorg, lijst van onder nationaal stelsel van gezondheidszorg vallende geneesmiddelen, met drie categorieën die verschillen naargelang van voorwaarden voor vergoeding, termijn voor vaststelling van besluit over verzoek om opneming van geneesmiddel in categorieën van die lijst die gunstigste voorwaarden voor vergoeding bieden

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-311-09-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Unie
Samenstelling
Zevende kamer
Zaak
C-311/09
ECLI
ECLI:EU:C:2010:257
Datum
6 mei 2010

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming gegrond
Zaak ingediend op
4 augustus 2009
Advocaat-generaal
Sharpston zonder conclusie berecht

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Pools
Jurisprudentie
Jurispr. 2010, blz. I-55*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Malenovský
Repertorium van het Hof

Tekst

14 paragrafen

Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 6 mei 2010 – Commissie/Polen

(Zaak C‑311/09)

„Niet-nakoming – Belasting – Btw – Internationaal vervoer van personen – Forfaitaire belasting van buiten nationaal grondgebied gevestigde vervoerders”

1. Lidstaten – Verplichtingen – Niet-nakoming – Rechtvaardiging (Art. 226 EG) (cf. punt 18)

2. Beroep wegens niet-nakoming – Recht van beroep van Commissie – Discretionaire uitoefening (Art. 226 EG) (cf. punt 19)

3. Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 226 EG) (cf. punt 31)

4. Beroep wegens niet-nakoming – Bewijs van niet-nakoming – Bewijslast rustend op Commissie (Art. 226 EG) (cf. punt 34)

5. Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde –Maatstaf van heffing – Aftrek van voorbelasting – Verplichtingen van belastingplichtigen (Richtlijn 2006/112 van de Raad, art. 73, 168 en 273) (cf. punt 39 en dictum)

Voorwerp

Dictum

1)

Door de belasting over de toegevoegde waarde te heffen op de wijze bepaald in afdeling 13, paragraaf 35, punten 1 en 3 tot en met 5, van de verordening van de minister van Financiën van 27 april 2004 betreffende de tenuitvoerlegging van sommige bepalingen van de wet inzake de belasting op producten en diensten, is de Republiek Polen de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 73, 168 en 273 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

2)

De Republiek Polen wordt verwezen in de kosten.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

10

Rechtspraak

1

Europese Unie

1

Hof van JustitieC-213/1908.03.2022

Douanerechten

Bekijk het document