Arrest van het Hof van 23 mei 1990, C-31/89 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Voltallige zitting C-31/89 ECLI:EU:C:1990:226 23 mei 1990

Zoeken

Arrest van het Hof van 23 mei 1990, C-31/89

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-31-89-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Voltallige zitting
Zaak
C-31/89
ECLI
ECLI:EU:C:1990:226
Datum
23 mei 1990

De zaak

Procedure
Beroep wegens niet-nakoming gegrond
Zaak ingediend op
3 februari 1989
Advocaat-generaal
Tesauro conclusie van 14 februari 1990

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Spaans
Jurisprudentie
Jurispr. 1990, blz. I-2139
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Moitinho de Almeida
Repertorium van het Hof

Tekst

11 paragrafen

Arrest van het Hof

23 mei 1990

in zaak C-31/89,

Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door D. Calleja, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,

Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door J. Conde de Saro, directeur-generaal Communautaire juridische en institutionele coördinatie, en R. García-Valdecasas y Fernandez, abogado del Estado, hoofd van de Juridische dienst van de staat voor de betrekkingen met het Hof van Justitie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, 4-6, boulevard Emmanuel-Servais,

betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door, in strijd met het bepaalde in richtlijn 83/183/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de belastingvrijstellingen bij definitieve invoer uit een Lid-Staat van persoonlijke goederen door particulieren (PB 1983, L 105, biz. 64), geen vrijstelling van BTW te verlenen bij definitieve invoer door particulieren van motorrijtuigen voor privé-gebruik, aanhangwagens, motorrijwielen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen uit een andere Lid-Staat.

HET HOF VAN JUSTITIE,

samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris en M. Zuleeg, kamerpresidenten, R. Joliét, J. C. Moitinho de Almeida, G. C. Rodríguez Iglesias en M. Díez de Velasco, rechters,

(rechtsoverwegingen niet opgenomen)

rechtdoende, verklaart:

1) Door in strijd met het bepaalde in richtlijn 83/183/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de belastingvrijstellingen bij definitieve invoer uit een Lid-Staat van persoonlijke goederen door particulieren, geen vrijstelling van BTW te verlenen bij definitieve invoer door particulieren van motorrijtuigen voor privé-gebruik, aanhangwagens, motorrijwielen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen uit een andere Lid-Staat, is het Koninkrijk Spanje de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten van de procedure.

Voetnoten

  • *1Procestaai: Spaans.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Rechtsleer

2
E.K.: Droit fiscal 1990 2186
Aparicio Pérez, Antonio: Las importaciones definitivas de bienes personales, Noticias CEE 1991 nº 77 p.93-96