Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 13 januari 2010 – Calestani en Lunardi/Agenzia delle Entrate – Ufficio di Parma
(Gevoegde zaken C‑292/09 en C‑293/09)
„Prejudiciële verwijzing – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
1. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen – Bevoegdheid van nationale rechter – Vaststelling en beoordeling van feiten van geding – Noodzaak van prejudiciële vraag en relevantie van gestelde vragen – Beoordeling door nationale rechter (Art. 234 EG) (cf. punten 18‑19)
2. Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Vragen gesteld zonder voldoende precisering van juridische en feitelijke context (Art. 234 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23) (cf. punten 20‑29)
Voorwerp
Dictum
De door de Commissione tributaria provinciale di Parma (Italië) bij beslissingen van 9 en 17 juni 2009 ingediende verzoeken om een prejudiciële beslissing zijn kennelijk niet-ontvankelijk.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
15Rechtspraak
3Europese Unie
3Hof van JustitieC-370/1227.11.2012
Stabiliteitsmechanisme voor lidstaten die de euro als munt hebben
Hof van JustitieC-484/1001.03.2012
Vrij verkeer van goederen
Hof van JustitieBeschikkingC-613/1015.04.2011