Beschikking van het Hof van 9 februari 2006, C-261/05 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Vierde kamer C-261/05 ECLI:EU:C:2006:98 9 februari 2006

Zoeken

Beschikking van het Hof van 9 februari 2006, C-261/05Toetreding tot Europese Unie, toepassing ratione temporis, plaatselijke belasting op economische activiteiten, onbevoegdheid van Hof

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-261-05-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Vierde kamer
Zaak
C-261/05
ECLI
ECLI:EU:C:2006:98
Datum
9 februari 2006

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing niet-ontvankelijk
Verwijzende rechter
Komárom-Esztergom Megyei BÍróság (Hongarije) beslissing van 29 april 2005 18.K.21.166/2004/13
Zaak ingediend op
22 juni 2005
Advocaat-generaal
Geelhoed

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Hongaars
Jurisprudentie
Jurispr. 2006, blz. I-20*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Colneric
Repertorium van het Hof

Tekst

8 paragrafen

Beschikking van het Hof (Vierde kamer) van 9 februari 2006 – Lakép e.a.

(Zaak C‑261/05)

„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Toetreding tot Europese Unie – Zesde richtlijn (77/388/EEG) – Toepassing ratione temporis – Artikel 33 – Plaatselijke belasting op economische activiteiten – Onbevoegdheid van Hof”

1. Prejudiciële vragen – Antwoord dat duidelijk valt af te leiden uit rechtspraak – Toepassing van artikel 104, lid 3, van Reglement voor procesvoering (Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 104, lid 3) (cf. punt 17)

2. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen (Art. 234 EG) (cf. punten 17‑21)

Voorwerp

Dictum

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is niet bevoegd om te antwoorden op de vragen van het Komárom-Esztergom Megyei Bíróság.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

2
EG-Verdrag art. 2341 voorkomen