Beschikking van het Hof van 1 juni 2006, C-233/05 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Zesde kamer C-233/05 ECLI:EU:C:2006:367 1 juni 2006

Zoeken

Beschikking van het Hof van 1 juni 2006, C-233/05Werk in roerende staat, begrip 'ervaardigd goed', aan africhting en training onderworpen paard, verschuldigdheid van belasting

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-233-05-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Samenstelling
Zesde kamer
Zaak
C-233/05
ECLI
ECLI:EU:C:2006:367
Datum
1 juni 2006

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Gerechtshof te 's-Hertogenbosch (Nederland) beslissing van 16 februari 2005 00/02881
Zaak ingediend op
27 mei 2005
Advocaat-generaal
Stix-Hackl

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Procestaal
Nederlands
Jurisprudentie
Jurispr. 2006, blz. I-72*
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Borg Barthet
Repertorium van het Hof

Tekst

9 paragrafen

Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 1 juni 2006 – V.O.F. Dressuurstal Jespers

(Zaak C‑233/05)

„Zesde BTW-richtlijn – Werk in roerende staat – Begrip ‚vervaardigd goed’ – Paard dat aan africhting en training is onderworpen – Verschuldigdheid van belasting”

1. Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Leveringen van goederen – Vervaardigen van werk in roerende staat (Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 5, lid 5, sub a) (cf. punten 31‑33, dictum 1)

2. Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Belastbaar feit en verschuldigdheid van belasting (Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 10, lid 2) (cf. punten 36‑38, dictum 2)

Voorwerp

Dictum

1) Artikel 5, lid 5, sub a, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals bij richtlijn 94/76/EG van de Raad van 22 december 1994 gewijzigd door de invoering van overgangsmaatregelen op gebied belasting over de toegevoegde waarde, in verband met de uitbreiding van de Europese Unie op 1 januari 1995, moet aldus worden uitgelegd dat er geen sprake is van een werk in roerende staat wanneer een paard wordt afgericht en getraind om het geschikt te maken om te worden gebruikt als rij‑ of dressuurpaard en om deel te nemen aan wedstrijden en dat een dergelijk paard in die omstandigheden niet kan worden aangemerkt als een vervaardigd goed.

2) De verschuldigdheid van belasting over de toegevoerde waarde ter zake van de bedragen die periodiek worden ontvangen als vergoeding voor diensten bestaande in de africhting en training van paarden, wordt bepaald overeenkomstig artikel 10, lid 2, van de Zesde richtlijn.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

2

Rechtspraak

3

Europese Unie

3

Hof van JustitieC-41/0903.03.2011

Belasting over toegevoegde waarde

Conclusie van de advocaat-generaalC-299/1111.09.2012

Belastbare handelingen

Administratieve doctrine

5

Bekijk de 8 documenten