Beschikking van het Hof van 6 november 2003, C-169/02 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen C-169/02 ECLI:EU:C:2003:605 6 november 2003

Zoeken

Beschikking van het Hof van 6 november 2003, C-169/02EG-Verdrag art. 234, Zesde richtlijn 77/388 art. 13

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-169-02-beschikking

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Zaak
C-169/02
ECLI
ECLI:EU:C:2003:605
Datum
6 november 2003

Naar het dictum

De zaak

Procedure
Prejudiciële verwijzing
Verwijzende rechter
Østre Landsret (Denemarken) beslissing van 1 mei 2002 B138100D- MKJ
Zaak ingediend op
6 mei 2002
Advocaat-generaal
Geelhoed conclusie van 10 april 2003

Over het document

Verzameling
Europese rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Jurisprudentie
Jurispr. 2003, blz. I-13329
Meer informatie
Rechter-rapporteur
Jann
Repertorium van het Hof

Tekst

23 paragrafen

Beschikking van de president van het Hof

6 november 2003

In zaak C-169/02,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van de Østre Landsret (Denemarken), in het aldaar aanhangig geding tussen

Dansk Postordreforening

Skatteministeriet,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 13, A, lid 1, sub a, van de Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, biz. 1),

geeft

DE PRESIDENT VAN HET HOF

advocaatgeneraal L. A. Geelhoed gehoord,

de navolgende

Beschikking

1.

Bij beschikking van 1 mei 2002, ingekomen bij het Hof op 6 mei daaraanvolgend, heeft de Østre Landsret krachtens artikel 234 EG twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 13, A, lid 1, sub a, de Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1).

2.

Bij brief van 29 september 2003, ingekomen bij de griffie van het Hof op 9 oktober daaraanvolgend, heeft de Østre Landsret het Hof meegedeeld dat zij haar verzoek om een prejudiciële beslissing introk daar verzoekster in het hoofdgeding afstand van instantie had gedaan.

3.

Onder deze omstandigheden moet de doorhaling van de onderhavige zaak in het register van het Hof worden gelast.

4.

De kosten door de Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum

DE PRESIDENT VAN HET HOF

beschikt:

Zaak C-169/02 wordt in het register van het Hof doorgehaald.

Luxemburg, 6 november 2003.

De griffier

R. Grass

De president

V. Skouris

Voetnoten

  • *1Procestaal: Deens.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

2
EG-Verdrag art. 2342 voorkomens