Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 6 maart 2007 – Ceramika Paradyź / Dyrektor Izby Skarbowej w Łodzi
(Zaak C‑168/06)
„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Eerste en Zesde btw-richtlijn – Feiten die hebben plaatsgevonden vóór toetreding van Republiek Polen tot Europese Unie – Bevoegdheid van Hof”
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen (Art. 234 EG) (cf. punten 21‑25)
Voorwerp
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is niet bevoegd om te antwoorden op de vragen van de Wojewódzki Sąd Administracyjny w Łodzi.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
3Rechtspraak
1Europese Unie
1Hof van JustitieC-180/1015.09.2011